Situering in tijd en plaats
- 17e- begin 18e eeuw
- Onstaan in Rome → later verspreid over rest van Europa
- Doel: De stijl werd gebruikt om wereldlijke en religieuze macht uit te drukken met als doel de
toeschouwer te imponeren en te inspireren
? ‘ barok ‘
- afgeleid van het Portugese woord "barroco" (= "onregelmatige parel" )
- zo’n parel voldoet niet aan de klassieke schoonheidsidealen
- door critici gebruikt met negatieve bijklank: barok week af v/d harmonie en eenvoud van de
voorafgaande renaissancestijl
➔ pas later werd de term geaccepteerd als een neutrale naam voor de kunststroming
Waarom barokkunst er in heel Europa anders uitzag
- Contextuele invloed: Het werk van barokkunstenaars werd sterk beïnvloed door de specifieke politieke,
religieuze en maatschappelijke context waarin het ontstond.
- Regionale verschillen: Omdat deze omstandigheden overal in Europa verschilden, resulteerde dit in
kunst die er per regio heel anders uitzag.
Drie vormen van barok: o.b.v. deze context onderscheiden we drie specifieke stromingen:
1. zuidelijke barok van de Contrareformatie
2. noordelijke barok in de Gouden Eeuw
3. hofbarok aan het hof van Lodewijk XIV
1.1. Kunsthistorische context van de zuidelijke barok (Contrareformatie)
Aan het einde van de middeleeuwen nam het uiterlijk vertoon binnen de katholieke kerk sterk toe. Veel
geestelijken leefden in rijkdom en macht ➔ toenemende kritiek leidde tot..
1. De Reformatie (1517)
▪ Maarten Luther: vond dat katholieke kerk teveel macht, rijkdom en aflatenhandel (misbruik)
▪ Publiceerde zijn 95 stellingen ➔ ontstaan van protestantisme (in NL: calvinisme)
2. De Beeldenstorm (1566)
▪ protestanten vernietigen katholieke beelden en kunstwerken, kerken moesten sober zijn zodat
niets afleidde van het geloof
3. De Contrareformatie (vanaf ~1550)
,= reactie van de katholieke kerk op de Reformatie
- vanaf ca. 1550:
▪ hervormingen binnen kerk
▪ kunst bewust inzetten om gelovigen terug te winnen
- kerk wilde: gelovigen terugwinnen, haar macht herstellen, sterker overkomen tegenover protestantisme
- dus: Barokkunst moest: overtuigen, emotioneren, imponeren (indruk achterlaten)
Kenmerken zuidelijke barok:
▪ religieuze kunst blijft dominant
▪ dramatische kunst
▪ veel emotie
▪ naturalistische en herkenbare figuren
▪ figuren vaak in eigentijdse kleding
→ gelovigen konden zich beter identificeren
kunst moest:
- lijden van Christus voelbaar maken
- gelovigen raken
- geloof versterken
1.2. Kunsthistorische context van de noordelijke barok (Gouden Eeuw)
- 17de eeuw: in NL. periode van grote economische welvaart (Gouden Eeuw)
- internationale handel speelt hierin een belangrijke rol → met VOC als belangrijke motor:
▪ ze koloniseerde gebieden en handelde in tot slaaf gemaakte mensen
(voc = het eerste wereldwijde handelsbedrijf en de allereerste multinational ter geschiedenis)
- verschil met zuiden:
in de Republiek kochten rijke burgers, regenten (stadsbestuurders) en gilden kunst om hun status en
welvaart te tonen
➔ rijke middenklasse zorgde voor een nieuwe kunstmarkt gericht op hun eigen smaak
➔ zorgt voor vraag naar schilderijen op kleinere schaal voor privéwoningen en werkruimtes
→ burgers kochten portretten, landschappen of herkenbare taferelen
- Kunstenaars maakten ook 'kant-en-klare' schilderijen voor de vrije markt en kozen zelf hun
onderwerpen → hierdoor toegankelijk voor een breder publiek (ook minder vermogende burgers)
- 6 nieuwe schilderkunstige genres:
,1. Historiestukken: Verbeeldt een mythologische, religieuze of historische gebeurtenis uit het
verleden
2. Genrestukken: Verbeeldt landelijke en huiselijke taferelen
3. Stillevens: Verbeeldt niet-bewegende onderdelen centraal (zoals bloemen, wijnglazen, groenten,
fruit)
4. Landschappen: Verbeeldt de eigen omgeving (zoals landschappen, zeegezichten of
stadsgezichten)
5. Portretten: Verbeeldt portretten van rijke burgers, regenten en zelfportretten van de kunstenaar
6. Schuttersstukken: Verbeeldt een groepsportret van leden van een burgerlijke schutterij
(stedelijke burgerwachten die verantwoordelijk waren voor de verdediging van de stad en
ordehandhaving)
1) JUDITH ONTHOOFDT HOLOFERNES (1620) - ARTEMISIA GENTILESCHI
, Eerste niveau van Panofsky:
▪ 2 vrouwen vallen een man aan
▪ 1 vrouw snijdt keel van man door met
zwaard
▪ bloed stroomt uit hals
▪ tweede vrouw helpt hem tegenhouden
▪ sterke licht-donkercontrasten
▪ donkere achtergrond
▪ veel beweging en spanning
▪ realistische en dramatische scène
1. De vrouwelijke kunstenaar in de 17de eeuw
1.1 Waarom het moeilijk was om een carrière als kunstenaar uit te bouwen
Kunst beschouwd als typisch mannelijk beroep → vrouwen kregen te maken met grote drempels en
beperkingen:
▪ vrouwen werden uitgesloten van leerplaatsen en standaardopleidingsmogelijkheden
▪ vrouwen mochten meestal niet tekenen naar naakte modellen: dit beperkte hun kennis van het
menselijk lichaam (nochtans cruciaal voor grote historische of religieuze schilderijen)
➔ Gevolg: vrouwelijke kunstenaars bleven vaak noodgedwongen actief in kleinere genres zoals
portretten en stillevens
▪ Professionele structuren (Sint-Lucasgilde) vormden grote drempels:
→ je mocht alleen schilderijen verkopen als je officieel lid was van een gilde (enkel mannen)
➔ vrouwen werden buitengesloten van de officiële kunstmarkt
Opleiding binnen de familie:
- Door alle beperkingen werden veel vrouwelijke kunstenaars opgeleid binnen hun eigen familie (als
dochter, zus of echtgenote in het atelier van een mannelijk familielid)
➔ Gevolg voor de kunstgeschiedenis: veel van hun werk is in latere eeuwen onterecht aan mannen
toegeschreven individuele erkenning is verloren gegaan en ons beeld van de kunstgeschiedenis is lange
tijd vertekend geweest
Praktische omstandigheden:
- Huwelijk en moederschap onderbraken vaak de professionele ontwikkeling van vrouwen
TOCH slaagden sommigen erin een succesvolle carrière uit te bouwen, zoals Artemisia Gentileschi !
Artemisia Gentileschi
▪ Italië - geboren in 1593