Samenvatting Kinderen begeleiden | Kleuteronderwijs |
VIVES | 2025/26 EXAM with Questions and
Answers/Plus a Rationale Updated 2026 A+/Instant
Download PDF
EXAM COVERAGE
1. Pedagogische en Ontwikkelingspsychologische Basisprincipes in het Kleuteronderwijs
2. Observatie, Signalering en Handelingsgericht Werken bij Jonge Kinderen
3. Spelontwikkeling, Didactische Werkvormen en Spelbegeleiding
4. Groepsdynamica, Emotionele Ontwikkeling en Positive Gedersondesteuning
51. Een kleuteronderwijzer observeert in de klas een vierjarige kleuter die herhaaldelijk buiten het
fantasiespel valt en stereotiep met auto's op dezelfde plek blijft rijden. Volgens de
ontwikkelingspsychologische fasen van Parten, om welk type spelstadium gaat het hier
voornamelijk en hoe moet de leerkracht hiermee omgaan binnen een inclusieve klas?
A. Geassocieerd spel, waarbij de leerkracht onmiddellijk moet ingrijpen om het kind te isoleren
van de groep
B. Solitair spel (of parallel spel), wat in deze leeftijdsfase volkomen normaal is, maar
waarbij de leerkracht het kind kan stimuleren door geleidelijk aansluiting te zoeken via co-
constructie in spel
C. Coöperatief spel waarbij sprake is van ernstige ontwikkelingsstagnatie die direct door een
kinderarts moet worden behandeld
D. Competitief regelspel dat duidt op een vergevorderde sociaal-emotionele ontwikkeling voor
deze leeftijd
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Solitair en parallel spel komen veel voor bij jonge kleuters en zijn geen directe reden
tot zorg; de leerkracht kan echter via co-constructie bruggen slaan naar samen spelen. A is
incorrect omdat isolatie pedagisch onjuist is, en C en D beschrijven spelvormen die pas op latere
leeftijd dominant worden.
,52. In een kleuterklas aan de hogeschool VIVES wordt gewerkt rond handelingsgericht werken
(HGW). Een leerkracht merkt op dat een kleuter moeite heeft met de zelfregulatie tijdens de
kringactiviteit. Welke stap uit de diagnostische cyclus van HGW staat centraal wanneer de
leerkracht nagaat welke specifieke onderwijsbehoeften het kind heeft in deze context?
A. Het uitvoeren van een invasieve neurologische operatie in de hersenschors
B. De verhelderingsfase (onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften in kaart brengen
in plaats van enkel te focussen op het etiket van het kind)
C. Het definitief uitsluiten van het kind uit alle groepsactiviteiten
D. De selectiefase om het kind door te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs zonder
overleg met ouders
CORRECT ANSWER : B
Rationale: HGW richt zich in de verhelderingsfase op het expliciteren van wat een kind nodig
heeft qua onderwijsbehoeften en hoe de klasomgeving kan worden aangepast. A, C en D druisen
in tegen de handelingsgerichte en inclusieve filosofie.
53. Tijdens het hoekenspel observeert een begeleider dat een kind van vijf jaar oud moeite heeft met
het delen van materialen en sneldriftig reageert wanneer een leeftijdsgenoot een blok afpakt. Wat
is de meest pedagogisch verantwoorde reactie volgens de principes van verbindende
communicatie en kleuterbegeleiding?
A. Het kind straffen door het de rest van de dag in de hoek te zetten zonder uitleg
B. Emotie-erkenningsstrategie toepassen: de frustratie verwoorden, rust creëren en samen
met de kleuters zoeken naar een alternatieve oplossing of delingsafspraak
C. De materialen direct uit de klas verwijderen zodat conflicten onmogelijk worden gemaakt
D. Het slachtoffer straffen om verdere escalatie te voorkomen
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Verbindingsgerichte kleuterbegeleiding zet in op het benoemen van emoties en het
aanleren van sociale vaardigheden in plaats van repressieve straffen. A, C en D ontnemen het
kind leer- en ontwikkelingskansen.
54. Een student pedagogiek bestudeert de hechtingstheorie van John Bowlby in de context van de
kleuteromgeving. Hoe manifesteert een veilige hechting zich doorgaans bij een vierjarige kleuter
die voor het eerst naar de instapklas komt?
A. Het kind negeert de ouders volledig en vertoont panische angst voor de leerkracht
, B. Het kind gebruikt de ouder als veilige haven om de wereld te verkennen, protesteert bij
afscheid maar laat zich vlot troosten door de leerkracht om vervolgens te gaan spelen
C. Het kind klampt zich permanent vast aan de ouder en weigert de hele dag te ademen
D. Het kind vertoont agressief gedrag naar elk object in de ruimte uit woede
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Veilig gehechte kleuters tonen een gezonde balans tussen exploratie en
hechtingsgedrag; ze durven los te laten omdat ze vertrouwen op de terugkeer van de ouder. A, C
en D duiden op onveilige hechtingsstijlen.
55. Binnen het domein van de motorische ontwikkeling van het jonge kind onderscheiden we de
grove en de fijne motoriek. Welke activiteit stimuleert primair de sensorische integratie en de
vestibulaire prikkelverwerking bij kleuters?
A. Het urenlang stilzitten achter een digitaal scherm met een koptelefoon
B. Klimmen, balanceren op een omgekeerde bank, schommelen en ravotten in de speelzaal
C. Het maken van een micro-puzzel met stukjes van één vierkante millimeter
D. Het uit het hoofd leren van abstracte spellingsregels
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Vestibulaire en sensorische integratie worden gestimuleerd door beweging, evenwicht
en tastzin in dynamische speelomgevingen. A, C en D spreken de grove motoriek en vestibulaire
verwerking onvoldoende aan.
56. Een kleuterleidster merkt op dat een kind in de klas een achterstand vertoont in de
taalontwikkeling en moeite heeft met het begrijpen van instructies in meer dan één stap. Welke
methodiek is het meest effectief binnen de kleuterpraktijk om deze taalontwikkeling te
ondersteunen?
A. Het kind verplichten om gedurende de hele dag in volstrekte stilte te observeren
B. Interactief voorlezen, het gebruik van ondersteunende gebaren (zoals met gebaren
ondersteunde communicatie), en rijk taalaanbod in betekenisvolle spelsituaties
C. Het kind uitsluitend toespreken in ingewikkelde medische vakterminologie
D. Het negeren van de taalachterstand in de hoop dat deze vanzelf verdwijnt
CORRECT ANSWER : B
VIVES | 2025/26 EXAM with Questions and
Answers/Plus a Rationale Updated 2026 A+/Instant
Download PDF
EXAM COVERAGE
1. Pedagogische en Ontwikkelingspsychologische Basisprincipes in het Kleuteronderwijs
2. Observatie, Signalering en Handelingsgericht Werken bij Jonge Kinderen
3. Spelontwikkeling, Didactische Werkvormen en Spelbegeleiding
4. Groepsdynamica, Emotionele Ontwikkeling en Positive Gedersondesteuning
51. Een kleuteronderwijzer observeert in de klas een vierjarige kleuter die herhaaldelijk buiten het
fantasiespel valt en stereotiep met auto's op dezelfde plek blijft rijden. Volgens de
ontwikkelingspsychologische fasen van Parten, om welk type spelstadium gaat het hier
voornamelijk en hoe moet de leerkracht hiermee omgaan binnen een inclusieve klas?
A. Geassocieerd spel, waarbij de leerkracht onmiddellijk moet ingrijpen om het kind te isoleren
van de groep
B. Solitair spel (of parallel spel), wat in deze leeftijdsfase volkomen normaal is, maar
waarbij de leerkracht het kind kan stimuleren door geleidelijk aansluiting te zoeken via co-
constructie in spel
C. Coöperatief spel waarbij sprake is van ernstige ontwikkelingsstagnatie die direct door een
kinderarts moet worden behandeld
D. Competitief regelspel dat duidt op een vergevorderde sociaal-emotionele ontwikkeling voor
deze leeftijd
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Solitair en parallel spel komen veel voor bij jonge kleuters en zijn geen directe reden
tot zorg; de leerkracht kan echter via co-constructie bruggen slaan naar samen spelen. A is
incorrect omdat isolatie pedagisch onjuist is, en C en D beschrijven spelvormen die pas op latere
leeftijd dominant worden.
,52. In een kleuterklas aan de hogeschool VIVES wordt gewerkt rond handelingsgericht werken
(HGW). Een leerkracht merkt op dat een kleuter moeite heeft met de zelfregulatie tijdens de
kringactiviteit. Welke stap uit de diagnostische cyclus van HGW staat centraal wanneer de
leerkracht nagaat welke specifieke onderwijsbehoeften het kind heeft in deze context?
A. Het uitvoeren van een invasieve neurologische operatie in de hersenschors
B. De verhelderingsfase (onderwijsbehoeften en ondersteuningsbehoeften in kaart brengen
in plaats van enkel te focussen op het etiket van het kind)
C. Het definitief uitsluiten van het kind uit alle groepsactiviteiten
D. De selectiefase om het kind door te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs zonder
overleg met ouders
CORRECT ANSWER : B
Rationale: HGW richt zich in de verhelderingsfase op het expliciteren van wat een kind nodig
heeft qua onderwijsbehoeften en hoe de klasomgeving kan worden aangepast. A, C en D druisen
in tegen de handelingsgerichte en inclusieve filosofie.
53. Tijdens het hoekenspel observeert een begeleider dat een kind van vijf jaar oud moeite heeft met
het delen van materialen en sneldriftig reageert wanneer een leeftijdsgenoot een blok afpakt. Wat
is de meest pedagogisch verantwoorde reactie volgens de principes van verbindende
communicatie en kleuterbegeleiding?
A. Het kind straffen door het de rest van de dag in de hoek te zetten zonder uitleg
B. Emotie-erkenningsstrategie toepassen: de frustratie verwoorden, rust creëren en samen
met de kleuters zoeken naar een alternatieve oplossing of delingsafspraak
C. De materialen direct uit de klas verwijderen zodat conflicten onmogelijk worden gemaakt
D. Het slachtoffer straffen om verdere escalatie te voorkomen
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Verbindingsgerichte kleuterbegeleiding zet in op het benoemen van emoties en het
aanleren van sociale vaardigheden in plaats van repressieve straffen. A, C en D ontnemen het
kind leer- en ontwikkelingskansen.
54. Een student pedagogiek bestudeert de hechtingstheorie van John Bowlby in de context van de
kleuteromgeving. Hoe manifesteert een veilige hechting zich doorgaans bij een vierjarige kleuter
die voor het eerst naar de instapklas komt?
A. Het kind negeert de ouders volledig en vertoont panische angst voor de leerkracht
, B. Het kind gebruikt de ouder als veilige haven om de wereld te verkennen, protesteert bij
afscheid maar laat zich vlot troosten door de leerkracht om vervolgens te gaan spelen
C. Het kind klampt zich permanent vast aan de ouder en weigert de hele dag te ademen
D. Het kind vertoont agressief gedrag naar elk object in de ruimte uit woede
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Veilig gehechte kleuters tonen een gezonde balans tussen exploratie en
hechtingsgedrag; ze durven los te laten omdat ze vertrouwen op de terugkeer van de ouder. A, C
en D duiden op onveilige hechtingsstijlen.
55. Binnen het domein van de motorische ontwikkeling van het jonge kind onderscheiden we de
grove en de fijne motoriek. Welke activiteit stimuleert primair de sensorische integratie en de
vestibulaire prikkelverwerking bij kleuters?
A. Het urenlang stilzitten achter een digitaal scherm met een koptelefoon
B. Klimmen, balanceren op een omgekeerde bank, schommelen en ravotten in de speelzaal
C. Het maken van een micro-puzzel met stukjes van één vierkante millimeter
D. Het uit het hoofd leren van abstracte spellingsregels
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Vestibulaire en sensorische integratie worden gestimuleerd door beweging, evenwicht
en tastzin in dynamische speelomgevingen. A, C en D spreken de grove motoriek en vestibulaire
verwerking onvoldoende aan.
56. Een kleuterleidster merkt op dat een kind in de klas een achterstand vertoont in de
taalontwikkeling en moeite heeft met het begrijpen van instructies in meer dan één stap. Welke
methodiek is het meest effectief binnen de kleuterpraktijk om deze taalontwikkeling te
ondersteunen?
A. Het kind verplichten om gedurende de hele dag in volstrekte stilte te observeren
B. Interactief voorlezen, het gebruik van ondersteunende gebaren (zoals met gebaren
ondersteunde communicatie), en rijk taalaanbod in betekenisvolle spelsituaties
C. Het kind uitsluitend toespreken in ingewikkelde medische vakterminologie
D. Het negeren van de taalachterstand in de hoop dat deze vanzelf verdwijnt
CORRECT ANSWER : B