T. Van Gorp
1 Goedaardige letsels van de baarmoederhals
1. Cervicale transformatiezone/metaplasie
2. Cervicale ectopie/ectropion Fysiologische veranderingen
3. Naboth cyste
4. (Cervicitis)
5. Cervicale erosie
6. Cervicale wratten
7. Cervicale poliep
1 Cervicale transformatiezone & metaplasie
Proces onder invloed van:
1) Oestrogenen: cilindrisch epitheel gaat naar buiten keren → ectropion
2) Zure pH thv de vagina : metaplasie van het cilindrisch epitheel naar squameus epitheel
a. Hierdoor verplaatst de oude SCJ naar een nieuwe positie (nieuwe SCJ): de zone
hiertussen = transitiezone (hier treden de meeste HPV-infecties op en ook de
meeste schade tgv het virus, maligne & premaligne letsels)
Na de menopauze keert alles terug (incl. de metaplasie)
Behandeling :
➔ Geen behandeling noodzakelijk
,2 Cervicale ectopie of ectropion
Het cilindrisch epitheel van de endocervix breidt uit naar de exocervix (ectopisch) en is roder dan het
normale meerlagig plaveiselepitheel t.h.v. de cervix (groter dan nl. tijdens ZWS & behandeling met
OAC).
DD: cervicale erosie
Bij colposcopie worden de villi van het cilindrisch epitheel gezien bij ectopie,
maar geen epitheel bij erosie en metaplastisch epitheel t.h.v. de transitiezone.
Behandeling: geen (tenzij bij recidiverend postcoïtaal bloedverlies: destructie)
3 Naboth cyste
Ontstaat door afsluiten vd endocervivale klierbuizen die onder het metaplastisch epitheel van de
transformatiezone terechtkomen.
Hierdoor is er verstopping van de afvoer van de klierbuis → ophoping mucus.
Zien eruit als gele/witte uitstulpingen op de cervix.
Behandeling:
➔ Asymptomatisch & geen behandeling
,4 Cervicale erosie
➔ Zeldzaam (zier eruit als een wondje door verdwijnen van epitheel op cervix)
➔ Meestal na trauma (bv. coïtus, prolaps)
➔ Behandeling:
o Geen, tenzij bij uitgesproken prolaps uteri tot aan hymen
5 Cervicale wratten
➔ Veroorzaakt door het Humaan Papilloma Virus (HPV):
o Steeds minder door vaccinatie
o Hele genitale tractus & peri-anale regio goed onderzoeken!
o Vaak bij pt. die immunosuppressiva nemen
➔ Zie premaligne letsels en vaginale & vulvaire wratten
6 Cervicale poliepen
CERVICALE POLIEPEN:
➔ Steel van bindweefsel bedekt met epitheel
➔ Meestal uit endocervix (glandulair)
➔ Van enkele mm tot meerdere cm
➔ Is frequent!
SYMPTOMEN:
➔ Geen
➔ Onregelmatig bloedverlies
o Intermenstrueel, postcoïtaal
➔ Fluor (vaginale afscheiding)
➔ ZZ: ontaarding (echter soms kan een maligne tumor er uitzien als een goedaardige cervicale
poliep)
BEHANDELING:
➔ Macroscopisch moeilijk te onderscheiden van een goedaardige poliep → verwijderen + APO
➔ Dit d.m.v. afdraaien van de poliep (poliepectomie)
, 2 Premaligne letsels van de baarmoederhals
DYSPLASIE:
➔ Wat? Het normale epitheel wordt vervangen door onrijpe ongedifferentieerde cellen met veel
mitosen
➔ Oorzaak? Humaan papilloma virus (HPV)
o Het zet zich in het DNA van de gastcel en gaat daardoor een groeivoordeel geven aan
de cel → groei & dysplasie
ONDERVEDELING HPV:
➔ Meer dan 100 soorten HPV, 35 anogenitaal
➔ Laag risico HPV (LR-HPV)
o Zorgen voor condylomen, GEEN dysplasie (zijn niet pre-cancereus)
o Types: 6, 11
o Verdwijnen spontaan na 8-9 maanden
➔ Hoog risico HPV (HR-HPV) = oncogeen
o 90% van HR-HPV verdwijnt spontaan binnen de eerste 2-3 jaar
o Bij persisterende infectie (in DNA) zorgt het voor dysplasie en eventueel
cervixcarcinoom (premaligne & maligne letsels)
o Types: 16, 18, 31, 33, 35, 39, 45, 51, 52, 56, 58, 59, 68
➔ NOTE: de eerste HPV-infecties komen het vaakst voor bij adolescenten en jong
volwassenen (piek op jonge leeftijd, stijging midlife crisis)
(Rood = vaccinatie)
SPONTANE EVOLUTIE HR-HPV INFECTIES:
➔ Merendeel van de vrouwen geraakt het virus vanzelf kwijt.
o Lichtblauw: blijft aanwezig zonder afwijkingen te geven
o Donkerblauw: verder progressie met dysplasie en baarmoederhalskanker