Prof. R. Geenens
MASTER RECHTEN
KU LEUVEN
2025 - 2026
, INHOUDSOPGAVE
INTRODUCTIE ............................................................................................................................... 1
Praktisch ......................................................................................................................................... 1
Inleiding: vóór de wet ....................................................................................................................... 2
Franz Kafka (1915): parabel “Vor Dem Gesetz” ............................................................................... 2
DEEL I. OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE VRAGEN UIT DE RECHTSFILOSOFIE............................. 3
1. Wat is de wet? .............................................................................................................................. 3
1.1 De wet als belichaming van morele normen: de natuurrechtelijke positie ................................... 3
1.2 De wet als feitelijkheid: Austins bevelstheorie ........................................................................... 7
1.3 De wet als systeem van regels: Harts Concepts of Law ............................................................ 11
1.4 De wet als “dubbelzijdig medium”: Habermas en de kloof tussen normen en feiten .................. 17
1.5 Da capo: wat is the “rule of law”? ........................................................................................... 23
2. Hoe de wet interpreteren? ...........................................................................................................27
2.1 “Originalism” versus “Living Constitution”: de achtergrond van het Amerikaanse debat ........... 27
2.2 Brests kritiek op het originalisme ............................................................................................ 28
2.3 “Law as integrity”: Dworkins naturalisme ................................................................................ 30
2.4 Twee Belgische toepassingen waar GWH via een Dworkiaanse methode heeft gehandeld ........ 36
3. Zijn we verplicht de wet te gehoorzamen? .....................................................................................40
3.1 Geen verplichting? Het filosofisch anarchisme van Wolff......................................................... 41
3.2 De “service conception” van Raz: een instrumentele rechtvaardiging van autoriteit .................. 42
3.3 John Rawls: sociaal contract en burgerlijke ongehoorzaamheid ............................................... 47
DEEL II. RECHT EN NATUUR.......................................................................................................... 52
1. Inleiding: recht en natuur .............................................................................................................52
Wat is de natuur? ........................................................................................................................ 52
De natuur als basis van normativiteit ........................................................................................... 53
Normatieve posities ten aanzien van de natuur............................................................................. 55
2. Natuur en mensenrechten ...........................................................................................................59
James Griffin (2001), "First Steps in an Account of Human Rights", in European Journal of Philosophy,
9(3), p. 306-327 ........................................................................................................................... 59
3. Natuur en maatschappelijke orde ................................................................................................61
Friedrich Von Hayek (2013) [1973, 1976, 1979], Law, Legislation and Liberty. Londen en New York:
Routledge. (geselecteerde passages) ........................................................................................... 61
4. Recht en de menselijke biologie ...................................................................................................64
Britta van Beers (2017), “The Changing Nature of Law's Natural Person: The Impact of Emerging
Technologies on the Legal Concept of the Person”, in German Law Journal, 18(3), p. 559-594 ........ 64
5. Rechten voor dieren, planten en natuur ........................................................................................66
Raf Geenens, “The Case against Animal Rights Revisited” (ongepubliceerd manuscript) ................ 66
, Rechtsfilosofie 📜
INTRODUCTIE
HC1: 10/02/2026
Praktisch
Opdracht (voor 3/20 punten)
Evaluatiecriteria:
• Voorbereiding bij 1 van de 4 thema-colleges uit deel II
• 3 kritische bedenkingen of vragen
• Lengte: 500-750 woorden
• Indienen 48u voor aanvang van het betreffend college (zondag 14u)
• Indienen uitsluitend via Turnitin op Toledo
• Je moet aantonen dat je filosofisch kunt nadenken
Examen
• Schriftelijk gesloten boek examen
• Leerstof: alle colleges en slides + de 4 teksten uit deel II
• 180 minuten (3u)
• 2 korte definitievragen in max 10 lijnen (1,5 punt per vraag) en 2 langere essay vragen (7 punten
per vraag)
o Eigen standpunt kunnen maken
o Verbanden kunnen leggen die we niet zo hebben gelegd in de les
o Essay schrijven: inleiding, midden en slot
• Antwoorden op een goed gestructureerde en geargumenteerde manier
1
,Inleiding: vóór de wet
Franz Kafka (1915): parabel “Vor Dem Gesetz”
Proces Kafka
3 vragen die hier bij opkomen
- Wat is de wet? Is de wet het gebouw zelf of?
o Hij vindt de wet al heel betekenisvol
- De man gehoorzaamd de wachter (die de regel uitvaardigt), waarom
gehoorzaamt hij die?
o Er staan wel nog wachters, dus misschien wordt er daarom gehoorzaamd. Degene die
erachter staat zou dan wel kunnen fysieke krachten hebben
- Waar komen al deze vragen vandaan? Hoe interpreteren?
o Het is niet duidelijk want Kafka verhaal geschreven en dan dingen in lezen die de
auteur niet zag maar er wel instaat
Dit zijn de 3 grote vragen waaromtrent de rechtsfilosofie draait. De lessen zijn hier door opgebouwd
Ideeën in de lessen komen uit de Anglo-Amerikaanse rechtsfilosofie. Dit is de meest interessante
traditie en deze traditie is heel dominerend in de rechtsfilosofie
Andere benamingen rechtsfilosofie: general jurisprudence/ legal theory/ philosophy of law
Wat is rechtsfilosofie? Definitie van Ronald Dworkin -> “The philosophy of law studies philosophical
problems raised by the existence and practice of law”
2
,DEEL I. OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE VRAGEN UIT DE RECHTSFILOSOFIE
1. Wat is de wet?
1.1 De wet als belichaming van morele normen: de natuurrechtelijke positie
Wat is natuurrecht?
Er zijn bepaalde normen die ingebakken zijn in de werkelijkheid. De normen bestaan al (ingebakken)
en ze hoeven dus geen extra bevestiging in wetgeving of in woorden.
Het natuurrecht is universeel: voor iedereen overal en gelijktijdig geldig.
Ze zijn bindend voor iedereen. Het positieve recht moet in overeenstemming zijn met de normen die
ingebakken zijn in de werkelijkheid
Een mogelijke definitie is die van Cicero van 106 – 43 vC: “De echte wet is de rechte rede, is in
overeenstemming met de natuur, en is verspreid over alle mensen. Deze wet is constant en eeuwig [...]. We
kunnen ons noch door een besluit van de senaat, noch door het volk, van deze wet losmaken [...].”
Maar er zijn eigenlijk al gelijkaardige ideeën bij Plato en Aristoteles geweest voor Cicero dus
Het natuurrecht domineert het westerse denken over recht tot ongeveer 1800, maar er is een revival
in de 20e eeuw (mensenrechten) en een pril begin van een revival in de 21ste eeuw (bv earth
jurisprudence)
Vb discussies over slavernij: er werd obv natuurrechtelijke argumenten gebaseerd dat slavernij niet
oke vonden want “alle mensen zijn gelijk”. Dit is een natuurlijke norm en die zit ingebakken en kan
iedereen inzien en geldt van nature. De voorstanders van slavernij zouden zeggen van jja alle
mensen zijn niet gelijk en dit is ook ingebakken en daarom mensen in verschillende kleuren, slim
en dom dus al van natura een onderscheid gemaakt. Dus eigenlijk zou u bij veel kunnen verwijzen
naar de ‘natuur’ en het had gewicht op politieke discussies.
Vb zelf nog in de 21ste eeuw: 2 leeuwen in Kenia die de wet overtreden want twee mannetjes. Het
komt voor bij mensen en ook bij andere diersoorten. De Keniaanse overheid was er tegen want
homoseksualiteit is daar verboden en dus ze probeerde dit tegen te houden. Men geloofde niet dat
dit de natuurlijke toestand was, het is corruptie en gaf ‘slecht voorbeeld’. Er zitten in natuur normen
gebakken van hoe gedragen en wij hebben die niet gemaakt, die zijn bindend voor iedereen. De
wetten die goed zijn, zijn degene die aansluiten hierbij en aan de werkelijkheid.
Revival in 21ste eeuw: nazi’s – kritiek hierop
Na WO2: opnieuw opschuiven naar natuurrecht na de oorlog
In Duitsland stond begin 20ste eeuw stond positivisme centraal en zo immorele normen gevolgd
Hierna de echte mensenrechten doorgedrongen namelijk in de Preambule EVRM enz
De definitie is tweeledig:
• Positie omtrent morele normen: morele normen zijn niet door de mens gemaakt en niet door
mens geconstrueerd maar ze bestaan al – ze zijn objectief, ze zijn in de natuur ingebakken en
dus hoogstens ontdekken en afleiden uit de menselijke natuur
• Rechtsfilosofische discussie:
o Voor de regels om geldig te zijn, moeten ze overeenstemmen met morele normen
o Recht ontleent legitimiteit aan overeenstemming met morele normen
3
,Het Thomistische natuurrecht
Thomas van Aquino (1225-1274), Summa Theologiae
Uitspraak in de Summa -> definitie van de wet als: “niets anders als een verordening
van de rede met betrekking tot het gemeenschappelijk goede, en uitgevaardigd door
hem die de zorg voor de gemeenschap heeft”
Elementen:
- Verordening van de rede = het moet wel met een rede/ redelijkheid hebben
o Bv gwn joden doden heeft geen rede
- Uitgevaardigd door hem die de zorg voor de gemeenschap heeft: God
Hij gaat de notie van wet in 3 types van wet onderscheiden:
• Eeuwige wet (lex aeterna)
o Het is de rationele orde die in werkelijkheid zit ingebakken. Die is er al vooraf aan de
werkelijkheid. Hij denkt dat werkelijkheid geschapen is door goede God (hij is
katholiek). Hij zegt van er is plan bedacht en dan uitgewerkt in de werkelijkheid. Hij
vindt dit redelijk want God is redelijk en hij heeft dit ingesteld (heeft werkelijkheid
gemaakt) en God heeft de taak om zorg te dragen voor de gemeenschap
o Kunnen wij inzicht hebben in dit plan van God, dat hij heeft bedacht voor de
werkelijkheid?
§ Het plan zit redelijk in elkaar en wij mensen hebben wel redelijkheid, dus we
kunnen er wel tot door dringen MAAR het is beperkt want wij hebben niet
dezelfde inzichten als God. Nooit helemaal tot doordringen dus.
• Natuurwet (lex naturalis)
o Als u in werkelijkheid rondloopt, dan zou u kunnen te weten komen hoe de maker wou
dat de werkelijkheid was en hoe het moet worden ingevuld, dus zo wel inzicht krijgen
o Wat moet u doen als u wetgever bent, hoe de wet maken? Met uw verstand en dit
gebruiken zal lex naturalis aantonen en inzicht hebben hierover – dan wetten die hier
mee instemmen, dan stemmen ze overeen met de lex naturalis. Als u niet uw verstand
gebruikt, dan komt het tot iets dat niet in overeenstemming is en dus niet in
overeenstemming is met lex naturalis
• Menselijke of positieve wet (lex humana vel positiva): is een wet voor zover zij van de wet van
de natuur afgeleid is
o *
Conclusie: heel de ordening van de samenleving moet overeenkomen met de werkelijkheid die
God in gedachte had
Wat als u als vorst slechte wetten maakt die hier niet aan voldoen? Dan zijn het eigenlijk geen wetten
zegt Thomas
Dan bent u daar ook niet door gebonden, maar ook de wetten niet volgen? Nee dat wel want orde
bewaren en onrust/schandalen vermijden moet je ze best volgen. Maar in werkelijkheid bent u daar
niet door gebonden want het zijn geen wetten
Hoe begint u als vorst aan wetten maken? Hoe ontdek je wat de natuurwet is?
Thomas ziet als vertrekpunt/basisprincipe: wat in jezelf zit! Het goede is datgene wat we moeten doen
en het kwade is wat we moeten vermijden (=gebod). Het zit in ons eigen verstand en we vinden daar
4
,onvermijdelijk de intuïtie van het goede te doen en niet het kwade. Zo heeft God de schepper ons
gemaakt.
* Hoe kom je tot concrete inhoud voor de positieve wetten? Daarvoor heb je wel je zintuigen nodig: kijk
in het gebouw van de werkelijkheid. Kijken naar de natuurlijke neigingen in de werkelijkheid aanwezig
en uit neiging van dingen die zo of zo gebeuren, je dingen kan afleiden. God heeft die werkelijkheid zo
gebouwd en dan zo volgen dingen die neiging van God en kan je ze waarnemen.
=> Thomas is gaan waarnemen en kwam 3 soorten neigingen/doelen tegen bij levende wezens
- 1/ Neiging om zichzelf in leven te houden: streven naar leven
o Conclusie: God vindt het leven zelf waardevol. Wij als mens moeten het leven
respecteren en ons verzorgen en geen zelfmoord plegen. Alles wat de katholieke kerk
zegt over abortus en euthanasie wordt hierop gebouwd en zo eigenlijk plicht om leven
te beschermen en deze dingen niet te doen
- 2/ Neiging aantrekking tot zelfde soort maar wel het ander geslacht: en daarmee nieuwe
wezens/ exemplaren te creëren
o De gedachte is niet volg natuurlijke neigingen maar volg uw reden -> natuurlijke
neiging geeft info over doelen die God voor ogen heeft, maar u moet uw verstand
gebruiken om te beslissen wat de gepaste normen zijn om de doelen te realiseren
o Uw seksueel leven ordenen op basis van dit doel: enkel seks bij een monogaam
onverbrekelijk heteroseksueel huwelijk. Als u dit niet op deze manier doet bv alleen
seksuele betrekkingen, of met zelfde geslacht of met voorbehoedsmiddelen, gewoon
voor plezier, masturbatie,... dan pleegt u een zonde ,want u laat deze neiging dan niet
toe dus zo niet doel van God bereiken. U moet nadenken over doel van God en zo
gedrag normeren om dit doel te bereiken.
- 3/ Neiging tot het goede doen, overeenkomstig de natuur van de rede die hem eigen is (dit is
enkel bij de mens, niet dieren of planten)
o Wij mensen hebben daardoor 2 sub neigingen die de andere wezens niet hebben
§ 1. Streven naar kennis -> in bijzonder de hoogste kennis namelijk die van God
• Elke soort kennis verwerking is goed om god beter te kennen
§ 2. Neiging om in gemeenschap te leven die geordend is naar de maat van de
rede/verstand
• Hierin is erkenning van ideeën van Aristoteles: invulling geslaagde
leven waarin hij twee invullingen geeft van nastreven van kennis
(contemplatief leven) en andere is het best mogelijke leven is het
actief leven dus actief deelnemen aan leven van de gemeenschap.
Aristoteles maakt niet duidelijk welke het beste is maar bij Thomas
van Aquino is het comparatief leven van bij God staat eigenlijk hoger
want bij overlijden zo dan hem erkennen. Bij Aristoteles is uw hoogste
geluk van hier en nu maar bij Thomas is het religieuze leven hoger voor
bij uw hiernamaals.
HC2: 17/02/2026
Conclusie
Er komt dan eigenlijk een gradueel systeem waar alle normen zich bevinden op spectrum van
betwijfelbaar tot concreetheid.
5
, Er is eerste norm van kwade vermijden en goede doen -> hieraan kan je niet twijfelen, dit is
onvermijdelijk je doet dat gewoon. Die is ingebakken dus je kan niet anders dan zo denken. Dit is het
basisprincipe
Hieruit kan u dan algemene normen afleiden kenbaar uit menselijke natuur: bewaar van het leven,
voed uw kinderen op, streef de waarheid na,..
Hieruit komen normen door verdere gevolgtrekking: misdadigers straffen, straffen moeten
proportioneel zijn
Normen door concrete vaststelling: duur gevangenisstraf, hoogte boete,..
Maar ze moeten wel in overeenstemming
Deze hebben geldigheid door menselijke
Dit is niet meer natuurrecht zegt Thomas zijn met de hogere normen zo van
oorsprong en mens zegt dit
proportioneel zijn enal
Vb Thomas weet dat er samenlevingen zijn waar polygamie is en daar kan ook gewoon orde zijn en
niet chaos en opzich vindt hij dat niet correct, maar hij ziet dat het werkt en verloopt
Bepaalde hiërarchie bij normen
Systeem zit in elkaar dat normen zich op specifieke expliciete
manier verhouden tov de natuur via een bepaalde hiërarchie.
Onze taken vallen samen met onze plaats in de hiërarchie.
De laagste is wat gewoon bestaat namelijk de stenen, dan laag
van dingen die leven, dan zintuigelijke wezens dieren,...
Vanboven staat de mens alleen maar we hebben dubbele rol te
vervullen: rol van kennis te verwerven en de rol van een goed
burger te zijn van de samenleving.
Niet alleen de natuur is een goede geordende hiërarchie, maar ook de samenleving van bovenaan de
vorst, man boven vrouw, gezin verzorgen, als heer voor lijfeigenen,...
Zo is er voor Thomas geen reden om te denken aan subjectieve/ individuele rechten. In de 12de eeuw
ontstaat die concept en wordt het doorbroken, maar Thomas denkt daar niet aan mee want in zijn tijd
is 13de eeuw en gebruikt dus niet deze individuele rechten.
Hij ziet ‘juist’ (jus) niet als subjectieve maar objectieve -> jus is de goed ge-orde verhouding in de
werkelijkheid van ouder relatie kind waar ouder zorgt voor kind want dit is hoe het moet in deze goede
samenleving. Dit is orde zoals God het heeft gewild; dit kun je wel eigenlijk wel zien als subjectief recht
maar hier anders begrepen, ander perspectief van objectief (ouder zorg dragen voor kind, dat is zijn
taak).
!!! Dus de subjectieve rechten is belangrijke perspectief verschuiving waar Thomas niet aan mee doet
maar kijkt via perspectief van sociale orde.
6
,Problemen in natuurrechtelijke posities
Vandaag de dag vinden mensen het natuurrecht niet meer geloofwaardig, ookal wordt het soms wel
nog toegepast.
Wat loopt er zoal fout in zo’n manier van denken?
- Denkfout als u springt van de ‘orde van het zijn’ naar de ‘orde van het moeten’. Als u redenering
van denken descriptief is, dan kan u niet tot conclusie komen van u moet zo doen
(prescriptief). Het natuurrecht is schuldig hieraan want “natuurrecht zit zo in elkaar”: bv
geslacht 2 dieren van ander geslacht dan zo natuurlijke werkelijkheid en moet het zo worden
geordend. Dit is de klassieke klacht tegen het natuurrecht.
o Doet Thomas dit? De verdedigers van Thomas zeggen van niet bv John Finnis want
Thomas vertrekt niet van feiten maar van de norm: de norm die zegt van het goede
doen en slechte vermijden en die norm is niet gebaseerd op feiten, maar wat in je
hoofd zit. Heel de natuurrechtelijke redenering van hem vertrekt dus van een norm.
Als u erna het goede wil toetsen, dan nuttige info halen door het kijken naar de
werkelijkheid maar wat u daar ziet in de werkelijkheid is dus geen vertrekpunt.
o Thomas onderscheidt duidelijk over uitspraken die tot domein theoretische rede
(beschrijving dingen) en uitspraken die behoren tot de praktische reden (uitspraken
over hoe we moeten handelen)
- Een andere klacht is dat dit heel slecht is om aan rechtswetenschap te doen, want als u enkel
recht ziet wat in ‘overeenstemming is met natuurwet’ en eeuwige wet en dat de andere
(onrechtvaardige) rechtsregels geen recht zijn -> dan gaat u al veel automatisch uitsluiten. Dit
is slecht als rechtswetenschapper want u moet neutraler zijn en niet al bril zetten, maar het
rechtssysteem nemen zoals het is. Dit is kritiek van John Austin: grondlegger
rechtspositivisme
- Nog een klacht: de goed geordende opvatting (premoderne opvatting van natuur) van alles
heeft een rol, dat die niet helemaal is zoals de natuur is. De natuur is namelijk wreed bv
lesbische seks dan niet oke.
o De natuur is een oneindige pool aan patronen: veel seksuele handelingen, veel
mogelijkheden daar want er is een boek over geschreven. Er zijn enorm veel diverse
modellen, dat wat u ook wil aantonen de natuur kan worden gevolgd – daarom mag dit
niet als basis want alles mogelijk.
o Peter Burdon wil terug naar dit model – tekst geschreven 5 a 10j geleden: zegt dat we
inspiratie moeten zoeken in natuur. Kijk naar de principes ingebakken in de natuur en
dan op basis van great law the human law afleiden.
1.2 De wet als feitelijkheid: Austins bevelstheorie
Rechtspositivisme
Zelf in de 18de eeuw is het natuurrecht nog steeds dominant. Bv William Blackstone
(1723-1780): “This law of nature, being coeval with mankind and dictated by God himself, is of course superior in
obligation to any other. It is binding over all the globe, in all countries, and at all times: no human laws are of any validity,
if contrary to this; and such of them as are valid derive all their force, and all their authority, mediately or immediately,
from this original.” (Commentaries on the Laws of England)
7
, Maar langzaam komt er een tegenreactie tegen het natuurrecht: het rechtspositivisme. Dit is omdat
rechtswetenschap een meer ernstige autonome wetenschap is.
Samenvatting van dat er geen noodzakelijke verband is tussen recht en moraal (= scheidingsthese),
oftewel tussen wat recht is en hoe recht inhoudelijk zou moeten zijn. Zij willen recht apart zien en niet
van overeenstemming met natuurnorm moet zijn. Het is apart en het kan van logisch geordende
rechtssysteem en door procedure en vorst gekomen zijn. In al die gevallen is het dus geldig recht, los
van inhoudelijke overwegingen en of het overeenstemt met morele norm.
Het voordeel is dat u dan obv empirische manier kan waarnemen: de procedures zoals ingevoerd door
wetgever, aanvaard bevolking,... Dit is geschikter om basis te vormen voor rechtswetenschap.
Daarom rechtspositivisme want mee komen met positivisme: echte betrouwbare kennis is door
empirische waarneming. Je verzamelt waarnemingen en vandaaruit bouw je verder.
Rechtspositivisten zeggen niet:
- Dat moraal onbelangrijk is, gewoon niet helemaal daaruit afleiden
- Dat morele overwegingen geen rol spelen bij het maken van rechtsregels
- Dat er geen morele verplichting is om de wet na te leven
- Dat we altijd de wet moeten gehoorzamen
- Dat rechters bij hun beslissingen geen rekening houden met morele overwegingen
Onderscheid verschillende soorten rechtspositivistisch denken:
- Conceptueel rechtspositivisme: kern van dat er geen noodzakelijk verband is tussen recht en
moraal
- Normatief rechtspositivisme: claimt niet dat de kern juist is om naar recht te kijken, maar in
praktijk best dat we ons gedragen als rechtspositivisten
o Bv in RS -> rechter zou zich alleen moeten baseren op het positief recht en mag zelf
geen morele overwegingen toevoegen
Austin over de aard van de wet
John Austin is belangrijkste grondlegger van het rechtspositivisme, een leerling van Jeremy Bentham.
Hij is als rechtsfilosoof die theoretische studie van recht gaan doen. Hij was prof en gaf colleges maar
het had niet zo veel succes.
Zijn hoofdwerk is The province of Jurisprudence Determined (1832): zijn lessenreeks gebundend
- Boodschap hierin is van nieuwe manier om naar recht te kijken -> wetenschappelijke manier
- De exacte wetenschappen als model neemt en dat importeren naar de studie van het recht
- Einde maken dus aan natuurrecht
- Hij targette Blackstone (andere filosoof)
- Enkel aan rechtswetenschap doen als ze de vraag van wat het recht is en wat het recht zou
moeten zijn dus inhoud (goed of slecht) moeten worden gescheiden
o Er was hiervoor een passage gebruikt waarin er een onschuldige handeling door de
vorst wordt bestraft met de doodstraf. De persoon die dat deed die zegt van ja zal niet
gaan want die wet gaat in tegen natuurwet want het is gewoon onschuldige wet
(daarom dus geen wet). Maar u zal worden opgehangen en dan blijkt het toch een wet
te zijn. Als natuurwet denker zal u doorhebben bij ophanging dat het toch een wet is.
Boodschap: ookal zijn wetten onschuldig of inhoudelijk niet correct, het zijn wetten
en u moet ze naleven, anders niet op behoorlijke manier aan rechtswetenschap deon
8