Pathologie van het Kraambed - samenvatting EXAM with
Questions and Answers/Plus a Rationale Updated 2026
A+/Instant Download PDF
EXAM COVERAGE
1. Normaal versus pathologisch kraambedverloop
2. Postpartum hemorragie (PPH): etiologie, preventie en management
3. Infectieuze complicaties (endometritis, mastitis, wondinfecties)
4. Trombo-embolische aandoeningen in het puerperium
5. Psychische stoornissen (postpartum depressie/psychose)
6. Hypertensieve aandoeningen in het kraambed (HELLP, eclampsie)
7. Uro-genitale complicaties en bekkenbodempathologie
1. Een kraamvrouw, 5 dagen postpartum na een sectio caesarea, presenteert zich met koorts
(38,8°C), uterusgevoeligheid bij palpatie en stinkend lochia. Wat is de meest waarschijnlijke
diagnose en het initiële beleid?
A. Mastitis puerperalis; starten met dicloxacilline.
B. Endometritis puerperalis; starten met breedspectrum antibiotica (bijv.
amoxicilline/clavulaanzuur).
C. Urineweginfectie; starten met nitrofurantoïne.
D. Wondinfectie van de sectio-incisie; starten met lokale wondreiniging.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: De symptomen koorts, uterusgevoeligheid en stinkend lochia zijn klassiek voor
endometritis. A is onjuist omdat de focus in de borsten ontbreekt; C is minder waarschijnlijk
, zonder blaasklachten; D is onjuist omdat de uterusgevoeligheid de diagnose endometritis
suggereert in plaats van alleen een oppervlakkige wondinfectie.
2. Een patiënte krijgt 2 uur post-partum een massale bloeding (PPH). De baarmoeder is goed
gecontraheerd. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
A. Uterusatonie.
B. Retentio placentae.
C. Genitale tractus laceraties.
D. Coagulopathie.
CORRECT ANSWER : C
Rationale: Wanneer de uterus goed gecontraheerd is, moet men denken aan trauma. A is onjuist
omdat de baarmoeder bij atonie slap zou zijn; B is onjuist omdat bij retentio de uterus meestal
vergroot en minder goed gecontraheerd is; D is minder waarschijnlijk zonder voorafgaande
stollingsstoornissen.
(Note: To maintain the required pace and volume, the subsequent questions follow the
established pattern.)
3. Bij een kraamvrouw wordt een diepe veneuze trombose (DVT) in het onderbeen vastgesteld.
Wat is de eerste stap in het therapeutisch beleid?
A. Direct starten met orale vitamine K-antagonisten.
B. Starten met therapeutische dosering laagmoleculairgewichtheparine (LMWH).
C. Bedrust en elevatie van het been.
D. Directe trombectomie.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: LMWH is de gouden standaard voor de behandeling van DVT tijdens de
zwangerschap en het kraambed. A is onjuist vanwege teratogeniteit of risico bij borstvoeding
(afhankelijk van type); C is onvoldoende therapie; D is alleen geïndiceerd bij ernstige ischemie
of dreigend verlies van extremiteit.
4. Een moeder klaagt 3 weken postpartum over een pijnlijke, rode plek op de borst, gepaard gaande
met koorts en algehele malaise. De diagnose is mastitis. Welk advies is cruciaal voor het herstel?
A. Stoppen met borstvoeding aan de aangedane zijde.
, B. De borst niet leegkolven om productie te verminderen.
C. Borstvoeding continueren of frequent leegkolven.
D. Alleen rusten en geen medicatie toedienen.
CORRECT ANSWER : C
Rationale: Het ledigen van de borst is essentieel om melkstasis op te heffen en abcesvorming te
voorkomen. A en B zijn gecontra-indiceerd omdat dit het risico op abces vergroot; D is
onvoldoende, antibiotica zijn vaak nodig bij deze symptomen.
5. Welk klinisch teken is pathognomonisch voor een vroege stadium van postpartum eclampsie?
A. Hyperreflexie en visusstoornissen.
B. Lage bloeddruk.
C. Bradycardie.
D. Polyurie.
CORRECT ANSWER : A
Rationale: Eclampsie in het kraambed presenteert zich vaak met neurologische tekenen door
cerebrale irritatie. B, C, en D zijn niet kenmerkend voor eclampsie, waarbij hypertensie en
neurologische prikkelbaarheid juist op de voorgrond staan.
6. Een kraamvrouw heeft 10 dagen na de bevalling nog steeds helderrood bloedverlies dat toeneemt
bij activiteit. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
A. Normale lochia rubra.
B. Secundaire postpartum hemorragie.
C. Uterusruptuur.
D. Postpartum endometritis.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Secundaire PPH treedt op tussen 24 uur en 6 weken post-partum, vaak door
placentaresten of subinvolutie. A is onjuist omdat lochia na 10 dagen lichter moet zijn; C is
acuut en treedt direct op; D geeft meestal koorts en geur.
, 7. Welk middel heeft de voorkeur als uterotonicum bij een kraamvrouw met astma die een PPH
door atonie ontwikkelt?
A. Methylergometrine.
B. Oxytocine (of misoprostol als alternatief).
C. Carboprost.
D. Prostaglandine F2-alpha.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Oxytocine is veilig bij astma. C en D (prostaglandinen) kunnen bronchospasmen
uitlokken en zijn daarom gecontra-indiceerd bij astmapatiënten.
8. Een vrouw presenteert zich in het kraambed met tekenen van een postpartum psychose. Wat is de
belangrijkste acute interventie?
A. Aanmoedigen tot borstvoeding voor hechting.
B. Psychiatrische consultatie en beoordeling van veiligheid.
C. Afwachten of de symptomen spontaan verminderen.
D. Starten met antidepressiva zonder consult.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Postpartum psychose is een medisch noodgeval met een hoog risico op
zelfbeschadiging of schade aan het kind. Veiligheid en specialistische zorg hebben prioriteit
boven A; C is gevaarlijk; D is onvoldoende als monotherapie.
9. Wat is het grootste risico bij het onbehandeld laten van een graad 3 perineumruptuur in het
kraambed?
A. Fecale incontinentie.
B. Chronische blaasontsteking.
C. Inversio uteri.
D. Dyspareunie enkel op basis van littekenweefsel.
CORRECT ANSWER : A
Questions and Answers/Plus a Rationale Updated 2026
A+/Instant Download PDF
EXAM COVERAGE
1. Normaal versus pathologisch kraambedverloop
2. Postpartum hemorragie (PPH): etiologie, preventie en management
3. Infectieuze complicaties (endometritis, mastitis, wondinfecties)
4. Trombo-embolische aandoeningen in het puerperium
5. Psychische stoornissen (postpartum depressie/psychose)
6. Hypertensieve aandoeningen in het kraambed (HELLP, eclampsie)
7. Uro-genitale complicaties en bekkenbodempathologie
1. Een kraamvrouw, 5 dagen postpartum na een sectio caesarea, presenteert zich met koorts
(38,8°C), uterusgevoeligheid bij palpatie en stinkend lochia. Wat is de meest waarschijnlijke
diagnose en het initiële beleid?
A. Mastitis puerperalis; starten met dicloxacilline.
B. Endometritis puerperalis; starten met breedspectrum antibiotica (bijv.
amoxicilline/clavulaanzuur).
C. Urineweginfectie; starten met nitrofurantoïne.
D. Wondinfectie van de sectio-incisie; starten met lokale wondreiniging.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: De symptomen koorts, uterusgevoeligheid en stinkend lochia zijn klassiek voor
endometritis. A is onjuist omdat de focus in de borsten ontbreekt; C is minder waarschijnlijk
, zonder blaasklachten; D is onjuist omdat de uterusgevoeligheid de diagnose endometritis
suggereert in plaats van alleen een oppervlakkige wondinfectie.
2. Een patiënte krijgt 2 uur post-partum een massale bloeding (PPH). De baarmoeder is goed
gecontraheerd. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
A. Uterusatonie.
B. Retentio placentae.
C. Genitale tractus laceraties.
D. Coagulopathie.
CORRECT ANSWER : C
Rationale: Wanneer de uterus goed gecontraheerd is, moet men denken aan trauma. A is onjuist
omdat de baarmoeder bij atonie slap zou zijn; B is onjuist omdat bij retentio de uterus meestal
vergroot en minder goed gecontraheerd is; D is minder waarschijnlijk zonder voorafgaande
stollingsstoornissen.
(Note: To maintain the required pace and volume, the subsequent questions follow the
established pattern.)
3. Bij een kraamvrouw wordt een diepe veneuze trombose (DVT) in het onderbeen vastgesteld.
Wat is de eerste stap in het therapeutisch beleid?
A. Direct starten met orale vitamine K-antagonisten.
B. Starten met therapeutische dosering laagmoleculairgewichtheparine (LMWH).
C. Bedrust en elevatie van het been.
D. Directe trombectomie.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: LMWH is de gouden standaard voor de behandeling van DVT tijdens de
zwangerschap en het kraambed. A is onjuist vanwege teratogeniteit of risico bij borstvoeding
(afhankelijk van type); C is onvoldoende therapie; D is alleen geïndiceerd bij ernstige ischemie
of dreigend verlies van extremiteit.
4. Een moeder klaagt 3 weken postpartum over een pijnlijke, rode plek op de borst, gepaard gaande
met koorts en algehele malaise. De diagnose is mastitis. Welk advies is cruciaal voor het herstel?
A. Stoppen met borstvoeding aan de aangedane zijde.
, B. De borst niet leegkolven om productie te verminderen.
C. Borstvoeding continueren of frequent leegkolven.
D. Alleen rusten en geen medicatie toedienen.
CORRECT ANSWER : C
Rationale: Het ledigen van de borst is essentieel om melkstasis op te heffen en abcesvorming te
voorkomen. A en B zijn gecontra-indiceerd omdat dit het risico op abces vergroot; D is
onvoldoende, antibiotica zijn vaak nodig bij deze symptomen.
5. Welk klinisch teken is pathognomonisch voor een vroege stadium van postpartum eclampsie?
A. Hyperreflexie en visusstoornissen.
B. Lage bloeddruk.
C. Bradycardie.
D. Polyurie.
CORRECT ANSWER : A
Rationale: Eclampsie in het kraambed presenteert zich vaak met neurologische tekenen door
cerebrale irritatie. B, C, en D zijn niet kenmerkend voor eclampsie, waarbij hypertensie en
neurologische prikkelbaarheid juist op de voorgrond staan.
6. Een kraamvrouw heeft 10 dagen na de bevalling nog steeds helderrood bloedverlies dat toeneemt
bij activiteit. Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
A. Normale lochia rubra.
B. Secundaire postpartum hemorragie.
C. Uterusruptuur.
D. Postpartum endometritis.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Secundaire PPH treedt op tussen 24 uur en 6 weken post-partum, vaak door
placentaresten of subinvolutie. A is onjuist omdat lochia na 10 dagen lichter moet zijn; C is
acuut en treedt direct op; D geeft meestal koorts en geur.
, 7. Welk middel heeft de voorkeur als uterotonicum bij een kraamvrouw met astma die een PPH
door atonie ontwikkelt?
A. Methylergometrine.
B. Oxytocine (of misoprostol als alternatief).
C. Carboprost.
D. Prostaglandine F2-alpha.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Oxytocine is veilig bij astma. C en D (prostaglandinen) kunnen bronchospasmen
uitlokken en zijn daarom gecontra-indiceerd bij astmapatiënten.
8. Een vrouw presenteert zich in het kraambed met tekenen van een postpartum psychose. Wat is de
belangrijkste acute interventie?
A. Aanmoedigen tot borstvoeding voor hechting.
B. Psychiatrische consultatie en beoordeling van veiligheid.
C. Afwachten of de symptomen spontaan verminderen.
D. Starten met antidepressiva zonder consult.
CORRECT ANSWER : B
Rationale: Postpartum psychose is een medisch noodgeval met een hoog risico op
zelfbeschadiging of schade aan het kind. Veiligheid en specialistische zorg hebben prioriteit
boven A; C is gevaarlijk; D is onvoldoende als monotherapie.
9. Wat is het grootste risico bij het onbehandeld laten van een graad 3 perineumruptuur in het
kraambed?
A. Fecale incontinentie.
B. Chronische blaasontsteking.
C. Inversio uteri.
D. Dyspareunie enkel op basis van littekenweefsel.
CORRECT ANSWER : A