Goederen- en zekerhedenrecht
Opstelling examen
- 10 meerkeuzevragen (10/20)- zonder giscorrectie
- Twee casussen (10/20)
Algemene principes goederenrecht p 1-25 + 199- 212 HB
1. Wat is goederenrecht?
- Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
• Extra patrimoniale goederen = goederen die niet in geld
waardeerbaar zijn. Deze hebben geen pecuniaire waarde.
- Bv. recht om te trouwen, scheiden, adopteren, al dan niet
samen te wonen = familiale rechten
- Bv. recht op een goede naam, recht op afbeelding,
verwerking persoonsgegevens = persoonlijkheidsrechten
• Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en
intellectuele rechten. Deze hebben pecuniaire waarde.
- Vorderingsrechten: wie is er de schuldeiser en wie is de
persoon die vordert
- Intellectuele rechten: bv. plagiaat – auteursrechten,
merkenrecht, octrooienrecht
- Zakelijke rechten: wat
• De term “goederenrecht” is eigenlijk correcter dan “zakenrecht”:
goed (= lichamelijk en onlichamelijk) zaak (= lichamelijk).
Zaak = iets dat tastbaar is
Goed = omvat de tastbare als niet tastbare voorwerpen bv.
aandelen, Bitcoins, IP-rechten
• Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van
het goed (overdraagbaar) vs. verbintenissen verbonden aan de
persoon van de schuldenaar (in regel niet overdraagbaar).
- Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de
wetgever.
- Twee groepen:
• Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten (eigendom,
mede-eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstal, recht van gebruik,
recht van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en
erfdienstbaarheden).
• Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten
(hypotheek en pand).
Zakelijke zekerheidsrechten = je wilt een garantie betekenen
dat een persoon het goed betaald
- Numerus clausus-beginsel. De partijen moeten bij het vestigen van een
zakelijk recht dus steeds de wezenlijke bestanddelen ervan respecteren.
= de zakelijke hoofdrechten zijn enkel diegene die vermeld staan in uw
Ger Wet.
1
, bv iedereen in de klas heeft
een bedrijf en we
contracteren allemaal met
prof maar die zijn bedrijf
gaat failliet maar heeft nog
schuld bij ons
2. Algemene kenmerken van zakelijke rechten - 2 mensen hebben een
zakelijk recht
- Het volgrecht (ook sommige vorderingsrechten. Bv. huur – art. 1743 Oud130 000 euro
- opstal
- vruchtgebruik 50 000
BW). euro
= ongeacht in wie zijn handen het goed is, je kan het goed blijven volgen
prof kan nog 200 000 euro
betalen
bv auto wordt doorverkocht en dan uitgeleend, ik kan steeds mijn-> 180 000 zal gaan naar
die 2 mensen en de 20 000
vruchtgebruik uitoefenen, wie de auto ook heeft euro zal onder de rest gelijk
worden verdeeld
- Het recht van voorrang:
= je wordt boven andere schuldeisers uitbetaald (niet per se helemaal
bovenaan)
• Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling
onder schuldeisers).
• Zakelijk recht voorrang op vorderingsrecht.
• Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel. bv auto in vruchtgebruik: auto blijft in
uw vermogen
-> wordt gestolen: verzekering komt
- Het specialiteitsbeginsel. Individualisatie is steeds vereist.tussen uw vruchtgebruik verplaatst
zich van auto naar verzekeringspremie
- Zakelijke subrogatie.
= een ander voorwerp komt in de plaats van het oorspronkelijke voorwerp
• Enkel titularis van het zakelijk recht.
• Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of
materieel) verloren.
• Oorspronkelijke object van het zakelijk recht wordt vervangen door
een ander object dat de waarde ervan vertegenwoordigt.
• Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object
moeten steeds individualiseerbaar zijn geweest.
• Subsidiaire rechtsfiguur.
• Het voorwerp waar het zakelijk recht op rust moet je altijd kunnen
identificeren.
- Autoriteitsbenginsel
In geval dat er meerdere zakelijke rechten op eenzelfde goed ruste, dan
heeft het ouder zakelijk recht voorrang op het jonger zakelijk recht ( artikel
3.4. Nieuw BW) (oudste zakelijke recht heeft voorrang)
3. Onderverdeling van goederen: algemeen op
examen
• Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (artikel 3.46 Nieuw BW).
- Onroerend goed: niet verplaatsbaar (moet je publiceren in een
register) (vak zwaarder belast/procedure)
- Roerend goed: verplaatsbaar (moet nooit worden gepubliceerd)
(kan je makkelijker in beslag nemen) (bv. computer)
• Vroeger stond de verplaatsbaarheid van het goed centraal. Thans is dit
toch enigszins achterhaald.
2
, • Belang van het onderscheid ligt hem in (1) de publiciteit en (2)
verkrijgende verjaring. Ook de “verschillende” fiscale behandeling kan een
rol spelen.
• Bijzondere categorie: de registergoederen.
= roerende goederen MAAR hebben een speciale waarden dus moeten
toch worden gepubliceerd
- Bv. Schepen, vliegtuigen, treinen, ...
- Hoewel roerend, zijn zij onderworpen aan de hypothecaire
inschrijving.
3.1 Onroerende goederen door zijn aard (artikel 3.47 BW):
• De grond en de samenstellende volumes:
• De grond: zowel erop als eronder, in de hoogte en in de
diepte. (bv. stoep, landbouwgrond,..)
• Delfstoffen. = dingen die je kan ontginnen uit de grond
• Voor ontginning: onroerend uit hun aard. Vanaf
ontginning: roerend uit hun aard.
• Uitzondering: vervroegde roerendmaking!
• Bv. ertsen, fossielen, brandstoffen, aardolie, goud,
aardgas, …
• Uitzondering: water is altijd roerend uit haar aard!
• Opgelet: de schat van Piet Piraat is ook roerend uit haar
aard
• Bv. aardolie onroerend uit zen aard totdat het
ontgonnen wordt
• Volume: dit is een bestanddeel van de grond dat in drie
dimensies wordt bepaald (onder, op en boven de grond).
3.2 Onroerende goederen door incorporatie (artikel 3.47 BW):
• Incorporatie is een noodzakelijke, maar voldoende, voorwaarde. Er
zijn drie mogelijke onroerende goederen uit hun aard:
= je hangt vast aan de grond
• Werken en gebouwen:
• Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel
duurzaam als gewoonlijk met de grond zijn verbonden.
Vroeger objectief criterium: gewoonlijk en duurzaam
met grond verbonden betekent dat je iet niet zonder
veel breekwerk kan verwijderen
• Hof van Cassatie vanaf 15/09/1988: verschuiving van
een objectief naar een subjectief criterium (bv.
tankstation).
‘88: tankstation kan je heel simpel afbreken. Dus dat is roerend.
HvC gaat zeggen dat we naar een subjectief criterium moeten gaan
kijken. Gewoonlijk en duurzaam met grond verbonden betekent dat
je daar een hele tijd wil blijven staan.
Op • Onderdelen: deze vormen één geheel met gebouw en
examen zijn bijgevolg altijd onroerend.
3
, = maakt noodzakelijkerwijze deel uit van uw gebouw
• Bv. deuren, trappen, rolluiken, leidingen en
containers
• Onroerend door incorporatie
• je hoeft nooit na te gaan of het echt vasthangt of
niet, het is sowieso onroerend
• Uitrustingsapparatuur: deze maken het gebouw
geschikt voor een normale bestemming en zijn enkel
onroerend bij incorporatie.
= datgene dat een gebouw nuttig maakt /ertoe
bijdraagt dat een gebouw kan worden gebruikt.
• Bv. badkuip (ingemetseld), verwarmingsradiator
en keukenapparatuur, oven (ingebouwd)
• onroerend, maar altijd nagaan of het echt
vasthangt of niet -> zo niet?: roerend / -> zo
wel? : onroerend
• Beplantingen.
• De incorporatie bepaalt hun statuut.
• Dit geldt ook voor de vruchten die aan deze beplanting
hangen.
• Let op voor de uitzondering van vervroegde
roerendmaking!
3.3 Onroerende goederen door bestemming (artikel 3.47 BW):
• Kan je tafels en stoelen die normaal roerend zijn verplaatsen naar
onroerend?
• Dit zijn goederen die juridisch weliswaar een verschillend statuut
hebben, maar vanuit economisch oogpunt 1 geheel vormen.
• Dergelijke goederen zijn onderworpen aan tal van cumulatieve
voorwaarden:
• Subjectieve voorwaarde: uitsluitend de wilsbeslissing van
de (volle) eigenaar.
Subjectief: je moet volle eigenaar zijn (100%)(of mede-
eigenaars van een totaal van 100%) van gebouw of grond
en 100% eigenaar zijn van het roerend goed dat je
onroerend wil maken.
• Bv. Beslissing van de huurder, vruchtgebruiker, naakte
eigenaar of mede-eigenaar is onvoldoende.
• Bv. Beslissing van alle mede-eigenaars is wel
voldoende.
Niet het geval? -> stopt hier
Wel het geval: verder kijken
• Objectieve voorwaarden:
• Het moet gaan om een lichamelijke zaak.
4
Opstelling examen
- 10 meerkeuzevragen (10/20)- zonder giscorrectie
- Twee casussen (10/20)
Algemene principes goederenrecht p 1-25 + 199- 212 HB
1. Wat is goederenrecht?
- Onderscheid tussen zakelijke rechten en vorderingsrechten:
• Extra patrimoniale goederen = goederen die niet in geld
waardeerbaar zijn. Deze hebben geen pecuniaire waarde.
- Bv. recht om te trouwen, scheiden, adopteren, al dan niet
samen te wonen = familiale rechten
- Bv. recht op een goede naam, recht op afbeelding,
verwerking persoonsgegevens = persoonlijkheidsrechten
• Patrimoniale rechten: de zakelijke rechten, vorderingsrechten en
intellectuele rechten. Deze hebben pecuniaire waarde.
- Vorderingsrechten: wie is er de schuldeiser en wie is de
persoon die vordert
- Intellectuele rechten: bv. plagiaat – auteursrechten,
merkenrecht, octrooienrecht
- Zakelijke rechten: wat
• De term “goederenrecht” is eigenlijk correcter dan “zakenrecht”:
goed (= lichamelijk en onlichamelijk) zaak (= lichamelijk).
Zaak = iets dat tastbaar is
Goed = omvat de tastbare als niet tastbare voorwerpen bv.
aandelen, Bitcoins, IP-rechten
• Verbintenissen verbonden aan de hoedanigheid van de eigenaar van
het goed (overdraagbaar) vs. verbintenissen verbonden aan de
persoon van de schuldenaar (in regel niet overdraagbaar).
- Louter formele benadering: zakelijke rechten worden erkend door de
wetgever.
- Twee groepen:
• Eigenlijke zakelijke rechten of zakelijke hoofdrechten (eigendom,
mede-eigendom, vruchtgebruik, erfpacht, opstal, recht van gebruik,
recht van bewoning, rechten van de aangelanden van waterlopen en
erfdienstbaarheden).
• Accessoire zakelijke rechten of zakelijke zekerheidsrechten
(hypotheek en pand).
Zakelijke zekerheidsrechten = je wilt een garantie betekenen
dat een persoon het goed betaald
- Numerus clausus-beginsel. De partijen moeten bij het vestigen van een
zakelijk recht dus steeds de wezenlijke bestanddelen ervan respecteren.
= de zakelijke hoofdrechten zijn enkel diegene die vermeld staan in uw
Ger Wet.
1
, bv iedereen in de klas heeft
een bedrijf en we
contracteren allemaal met
prof maar die zijn bedrijf
gaat failliet maar heeft nog
schuld bij ons
2. Algemene kenmerken van zakelijke rechten - 2 mensen hebben een
zakelijk recht
- Het volgrecht (ook sommige vorderingsrechten. Bv. huur – art. 1743 Oud130 000 euro
- opstal
- vruchtgebruik 50 000
BW). euro
= ongeacht in wie zijn handen het goed is, je kan het goed blijven volgen
prof kan nog 200 000 euro
betalen
bv auto wordt doorverkocht en dan uitgeleend, ik kan steeds mijn-> 180 000 zal gaan naar
die 2 mensen en de 20 000
vruchtgebruik uitoefenen, wie de auto ook heeft euro zal onder de rest gelijk
worden verdeeld
- Het recht van voorrang:
= je wordt boven andere schuldeisers uitbetaald (niet per se helemaal
bovenaan)
• Doorbreking van de regel van de pondspondsgewijze verdeling
onder schuldeisers).
• Zakelijk recht voorrang op vorderingsrecht.
• Zakelijke rechten onderling: anterioriteitsregel. bv auto in vruchtgebruik: auto blijft in
uw vermogen
-> wordt gestolen: verzekering komt
- Het specialiteitsbeginsel. Individualisatie is steeds vereist.tussen uw vruchtgebruik verplaatst
zich van auto naar verzekeringspremie
- Zakelijke subrogatie.
= een ander voorwerp komt in de plaats van het oorspronkelijke voorwerp
• Enkel titularis van het zakelijk recht.
• Oorspronkelijk object van het zakelijk recht gaat (juridisch of
materieel) verloren.
• Oorspronkelijke object van het zakelijk recht wordt vervangen door
een ander object dat de waarde ervan vertegenwoordigt.
• Zowel het oorspronkelijke object als het in de plaats tredende object
moeten steeds individualiseerbaar zijn geweest.
• Subsidiaire rechtsfiguur.
• Het voorwerp waar het zakelijk recht op rust moet je altijd kunnen
identificeren.
- Autoriteitsbenginsel
In geval dat er meerdere zakelijke rechten op eenzelfde goed ruste, dan
heeft het ouder zakelijk recht voorrang op het jonger zakelijk recht ( artikel
3.4. Nieuw BW) (oudste zakelijke recht heeft voorrang)
3. Onderverdeling van goederen: algemeen op
examen
• Alle goederen zijn hetzij roerend, hetzij onroerend (artikel 3.46 Nieuw BW).
- Onroerend goed: niet verplaatsbaar (moet je publiceren in een
register) (vak zwaarder belast/procedure)
- Roerend goed: verplaatsbaar (moet nooit worden gepubliceerd)
(kan je makkelijker in beslag nemen) (bv. computer)
• Vroeger stond de verplaatsbaarheid van het goed centraal. Thans is dit
toch enigszins achterhaald.
2
, • Belang van het onderscheid ligt hem in (1) de publiciteit en (2)
verkrijgende verjaring. Ook de “verschillende” fiscale behandeling kan een
rol spelen.
• Bijzondere categorie: de registergoederen.
= roerende goederen MAAR hebben een speciale waarden dus moeten
toch worden gepubliceerd
- Bv. Schepen, vliegtuigen, treinen, ...
- Hoewel roerend, zijn zij onderworpen aan de hypothecaire
inschrijving.
3.1 Onroerende goederen door zijn aard (artikel 3.47 BW):
• De grond en de samenstellende volumes:
• De grond: zowel erop als eronder, in de hoogte en in de
diepte. (bv. stoep, landbouwgrond,..)
• Delfstoffen. = dingen die je kan ontginnen uit de grond
• Voor ontginning: onroerend uit hun aard. Vanaf
ontginning: roerend uit hun aard.
• Uitzondering: vervroegde roerendmaking!
• Bv. ertsen, fossielen, brandstoffen, aardolie, goud,
aardgas, …
• Uitzondering: water is altijd roerend uit haar aard!
• Opgelet: de schat van Piet Piraat is ook roerend uit haar
aard
• Bv. aardolie onroerend uit zen aard totdat het
ontgonnen wordt
• Volume: dit is een bestanddeel van de grond dat in drie
dimensies wordt bepaald (onder, op en boven de grond).
3.2 Onroerende goederen door incorporatie (artikel 3.47 BW):
• Incorporatie is een noodzakelijke, maar voldoende, voorwaarde. Er
zijn drie mogelijke onroerende goederen uit hun aard:
= je hangt vast aan de grond
• Werken en gebouwen:
• Ruime opvatting: alle voorwerpen die zowel
duurzaam als gewoonlijk met de grond zijn verbonden.
Vroeger objectief criterium: gewoonlijk en duurzaam
met grond verbonden betekent dat je iet niet zonder
veel breekwerk kan verwijderen
• Hof van Cassatie vanaf 15/09/1988: verschuiving van
een objectief naar een subjectief criterium (bv.
tankstation).
‘88: tankstation kan je heel simpel afbreken. Dus dat is roerend.
HvC gaat zeggen dat we naar een subjectief criterium moeten gaan
kijken. Gewoonlijk en duurzaam met grond verbonden betekent dat
je daar een hele tijd wil blijven staan.
Op • Onderdelen: deze vormen één geheel met gebouw en
examen zijn bijgevolg altijd onroerend.
3
, = maakt noodzakelijkerwijze deel uit van uw gebouw
• Bv. deuren, trappen, rolluiken, leidingen en
containers
• Onroerend door incorporatie
• je hoeft nooit na te gaan of het echt vasthangt of
niet, het is sowieso onroerend
• Uitrustingsapparatuur: deze maken het gebouw
geschikt voor een normale bestemming en zijn enkel
onroerend bij incorporatie.
= datgene dat een gebouw nuttig maakt /ertoe
bijdraagt dat een gebouw kan worden gebruikt.
• Bv. badkuip (ingemetseld), verwarmingsradiator
en keukenapparatuur, oven (ingebouwd)
• onroerend, maar altijd nagaan of het echt
vasthangt of niet -> zo niet?: roerend / -> zo
wel? : onroerend
• Beplantingen.
• De incorporatie bepaalt hun statuut.
• Dit geldt ook voor de vruchten die aan deze beplanting
hangen.
• Let op voor de uitzondering van vervroegde
roerendmaking!
3.3 Onroerende goederen door bestemming (artikel 3.47 BW):
• Kan je tafels en stoelen die normaal roerend zijn verplaatsen naar
onroerend?
• Dit zijn goederen die juridisch weliswaar een verschillend statuut
hebben, maar vanuit economisch oogpunt 1 geheel vormen.
• Dergelijke goederen zijn onderworpen aan tal van cumulatieve
voorwaarden:
• Subjectieve voorwaarde: uitsluitend de wilsbeslissing van
de (volle) eigenaar.
Subjectief: je moet volle eigenaar zijn (100%)(of mede-
eigenaars van een totaal van 100%) van gebouw of grond
en 100% eigenaar zijn van het roerend goed dat je
onroerend wil maken.
• Bv. Beslissing van de huurder, vruchtgebruiker, naakte
eigenaar of mede-eigenaar is onvoldoende.
• Bv. Beslissing van alle mede-eigenaars is wel
voldoende.
Niet het geval? -> stopt hier
Wel het geval: verder kijken
• Objectieve voorwaarden:
• Het moet gaan om een lichamelijke zaak.
4