Psychologie een inleiding
Psychologie de wetenschap van gedrag en geestelijke processen
H1 Geest, gedrag en psychologische wetenschap
Wat is psychologie en wat is het niet?
Oorsprong term (Grieks), psyche: adem of ziel, logos: studie, „Studie van de geest‟.
Wat doen psychologen?
Intern= in de menselijke geest/lichaam
Extern= gedrag en sociale omgeving
Experimenteel psychologen Docenten Toegepast psychologen
- Doen onderzoek naar - Passen door experimenteel
elementaire psychologische <- -> psychologen vergaarde kennis
processen toe op de praktijk
- Vergaren nieuwe kennis - Toetsen nieuwe kennis
De wetenschappelijke methode
Pseudopsychologie: niet-onderbouwde (niet gebaseerd op objectieve observaties en
niet bewezen in experimenteel onderzoek) psychologische aannamen die als
wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd (horoscopen etc).
(Gevaren van pseudowetenschap: lobotomie: de donkere periode voor medicatie en
therapie, Freeman.)
Wetenschappelijke methode: op basis van een empirisch onderzoek
(onderzoeksbenadering waarbij gegevens worden verzameld dmv objectieve
informatie uit de eerste hand, gebaseerd op een zintuigelijke ervaring en observatie).
1. Een hypothese ontwikkelen: een bewering over de relatie tussen variabelen (die
een operationele definitie krijgen) in een onderzoek.
2. Objectieve data verzamelen
- Experimentele groep en controlegroep (randomisering)
- De onafhankelijke variabele is de oorzaak van elk gevolg dat we in het experiment
waarnemen, de afhankelijke variabele is de uitkomst die volgens de hypothese het
gevolg is van de onafhankelijke variabele.
3. De resultaten analyseren (wiskundige analyse dmv statistische methoden)
- Zijn ze significant ( of het waargenomen effect niet door toeval, maar door de
onafhankelijke variabele is ontstaan)?
- Klopt de hypothese?
4. De resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren (onderzoek opnieuw uitvoeren
om te zien of dezelfde resultaten worden verkregen)
5 verschillende soorten psychologisch onderzoek:
1. Experimenten: voor het vinden van een relatie tussen oorzaak en gevolg.
2. Correlatieonderzoek: hierbij ga je opzoek naar een „experiment‟ dat onopzettelijk
heeft plaatsgevonden in de wereld buiten het laboratorium, bijvoorbeeld door
ethische redenen. Er wordt gesproken van correlatie ipv oorzaak-gevolg (het is nooit
helemaal random). De correlatiecoëfficiënt (r):
- geen correlatie 0 (geen samenhang)
- positieve correlatie 0–1 (als de scores van de ene variabele toenemen, die van de
,andere dat ook doen)
- negatieve correlatie -1–0 (als de scores van de ene variabele afneemt zodra de
andere toeneemt)
3. Surveys: techniek die wordt gebruikt bij correlatieonderzoek. In een survey wordt
mensen gevraagd te reageren op een van tevoren vastgestelde lijst met vragen.
4. Natuurlijke observatie: vorm van correlatieonderzoek waarbij gedrag van mensen
of dieren in hun eigen omgeving wordt geobserveerd.
5. Gevalstudie (casestudy): onderzoek van een enkel object (of een zeer gering
aantal objecten). Therapeuten die deze gebruiken om theorieën te ontwikkelen over
psychische stoornissen, noemen dit de klinische methode
Bias: een vooroordeel, vervorming of vertekening van een situatie, meestal op basis
vaan persoonlijke ervaringen en waarden.
- Emotionele bias: de neiging om oordelen te vellen gebaseerd op attitudes en
gevoelens, ipv op een rationele analyse van het bewijsmateriaal.
- Confirmation bias (bevestigingsbias): de neiging om informatie die niet bij je
opvattingen aansluit te negeren of te bekritiseren en om in plaats daarvan informatie
te zoeken waar je het wel mee eens bent.
- Expectancy bias (verwachtingsbias): de waarnemer staat toe dat zijn of haar
verwachtingen de resultaten van een onderzoek zullen beïnvloeden.
Veelgebruikte strategieën om vertekeningen (bias) te voorkomen:
- Placebo
- Dubbelblindonderzoek: waarbij zowel de proefpersonen als de onderzoekers niet
weten wie welke onafhankelijke variabele krijgt toegediend (placebo of een echt
medicijn).
De 6 belangrijkste perspectieven van psychologie
6 perspectieven van de moderne psychologie (zie blz 17 en 22):
Griekse filosofen Socrates, Plato en Aristoteles: spraken al van bewustzijn, gekte,
emoties en waarnemingen. Tegelijkertijd werden in Aziatische en Afrikaanse
samenlevingen ook psychologische ideeën ontwikkeld (volkspsychologie).
De rooms-katholieke kerk zorgde voor een nieuwe opvatting: de menselijke geest
was (net als van god) een mysterie dat stervelingen niet in twijfel diende te trekken.
Scheiding van lichaam en geest en het moderne biologische perspectief
Descartes (rationalisme) stelde het eerste radicaal nieuwe idee voor dat uiteindelijk
leidde tot de moderne psychologie: een scheiding tussen de spirituele geest en het
fysieke lichaam. Er konden nu menselijke gevoelens en gedragingen worden
bestudeerd op basis van lichamelijke activiteit in het menselijk lichaam
(zenuwstelsel).
Kritiek van het empirisme: denken is onnodig bij wetenschap en filosofie.
Waarnemingen, ervaringen en experimenten zijn de enige ware bronnen van kennis
(John Locke: tabula rasa).
Descartes perspectief vormde de basis voor het:
Biologisch perspectief: zoekt de oorzaken van gedrag in het functioneren van de
genen, hersenen, zenuwstelsel en hormoonstelsel (lichaam en geest weer
samengevoegd: geest is een product van de hersenen).
, 1. Neurowetenschap: hoe de hersenen mentale processen creëren.
2. Evolutionaire psychologie: (voortgekomen uit ideeën Charles Darwin) gedrag en
mentale processen zijn te verklaren op basis van hun genetische aanpassingen aan
overleving en voortplanting (natuurlijke selectie).
Het begin van de wetenschappelijke psychologie en het moderne cognitieve
perspectief
Wetenschappers in de scheikunde ontdekte alle elementen in een „periodiek
systeem‟ onder te brengen. Dit zorgde ervoor dat:
Wilhelm Wundt dmv de wetenschappelijke methode zowel de geest als lichaam
bestudeerde (elementen van bewuste waarneming) oa door introspectie.
Hij opende in 1879 het eerste psychologisch laboratorium in Leipzig en noemde
zichzelf als eerste „psycholoog‟ (tot die tijd psychiaters). Wundt is de grondlegger van
het structuralisme.
- Structuralisme (Titchener): trachtte de basisstructuren van de geest en de
gedachten te ontrafelen, structuralisten zochten de „elementen‟ van de bewuste
ervaring (introspectie: beschrijving van je eigen innerlijke ervaring).
William James vond het structuralisme te beperkt: de psychologie moest zich richten
op de functie van het bewustzijn en niet alleen op de structuur ervan:
- Functionalisme: psychische processen kunnen het beste begrepen worden in het
licht van hun adaptieve (aangepast voor een bepaalde omstandigheid: Charles
Darwin) nut en functie, en niet alleen in de structuur. Buiten het laboratorium en in de
echte wereld: toegepaste psychologie.
De structuralisten en functionalisten waren het eens over introspectie en
gestaltpsychologie. Vormden later het cognitieve perspectief (dankzij de opkomst van
de computer: mensen zijn informatieverwerkende systemen). Verwerping introspectie
en erkenning mentale processen. Meest dominante stroming tegenwoordig.
Cognitief perspectief: hierbij ligt de nadruk op mentale processen, zoals leren,
geheugen, perceptie en denken als vormen van informatieverwerking.
Het behavioristisch perspectief: verwerping introspectie: nadruk op
waarneembaar gedrag
Behavioristisch perspectief: empiristisch: richt zich alleen op gedrag (niet op mentale
processen) en meetbare omstandigheden in de omgeving die dit gedrag beïnvloeden
(stimuli en responsen). John B. Watson en B.F. Skinner
De perspectieven vanuit de gehele persoon: psychodynamisch, humanistisch,
en karaktertrekken en temperament
Globaal inzicht in de persoonlijkheid:
Perspectieven vanuit de gehele persoon (whole person):
- Psychodynamische psychologie (Freud): het begrijpen van het menselijk
functioneren in termen van onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en
conflicten (psychoanalyse: nadruk op onbewuste processen).
- Humanistische psychologie (Carl Rogers en Abraham Maslow): nadruk op
mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil van de mens.
- Psychologie van karaktertrekken en temperament: gedrag en persoonlijkheid zijn
Psychologie de wetenschap van gedrag en geestelijke processen
H1 Geest, gedrag en psychologische wetenschap
Wat is psychologie en wat is het niet?
Oorsprong term (Grieks), psyche: adem of ziel, logos: studie, „Studie van de geest‟.
Wat doen psychologen?
Intern= in de menselijke geest/lichaam
Extern= gedrag en sociale omgeving
Experimenteel psychologen Docenten Toegepast psychologen
- Doen onderzoek naar - Passen door experimenteel
elementaire psychologische <- -> psychologen vergaarde kennis
processen toe op de praktijk
- Vergaren nieuwe kennis - Toetsen nieuwe kennis
De wetenschappelijke methode
Pseudopsychologie: niet-onderbouwde (niet gebaseerd op objectieve observaties en
niet bewezen in experimenteel onderzoek) psychologische aannamen die als
wetenschappelijke waarheden worden gepresenteerd (horoscopen etc).
(Gevaren van pseudowetenschap: lobotomie: de donkere periode voor medicatie en
therapie, Freeman.)
Wetenschappelijke methode: op basis van een empirisch onderzoek
(onderzoeksbenadering waarbij gegevens worden verzameld dmv objectieve
informatie uit de eerste hand, gebaseerd op een zintuigelijke ervaring en observatie).
1. Een hypothese ontwikkelen: een bewering over de relatie tussen variabelen (die
een operationele definitie krijgen) in een onderzoek.
2. Objectieve data verzamelen
- Experimentele groep en controlegroep (randomisering)
- De onafhankelijke variabele is de oorzaak van elk gevolg dat we in het experiment
waarnemen, de afhankelijke variabele is de uitkomst die volgens de hypothese het
gevolg is van de onafhankelijke variabele.
3. De resultaten analyseren (wiskundige analyse dmv statistische methoden)
- Zijn ze significant ( of het waargenomen effect niet door toeval, maar door de
onafhankelijke variabele is ontstaan)?
- Klopt de hypothese?
4. De resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren (onderzoek opnieuw uitvoeren
om te zien of dezelfde resultaten worden verkregen)
5 verschillende soorten psychologisch onderzoek:
1. Experimenten: voor het vinden van een relatie tussen oorzaak en gevolg.
2. Correlatieonderzoek: hierbij ga je opzoek naar een „experiment‟ dat onopzettelijk
heeft plaatsgevonden in de wereld buiten het laboratorium, bijvoorbeeld door
ethische redenen. Er wordt gesproken van correlatie ipv oorzaak-gevolg (het is nooit
helemaal random). De correlatiecoëfficiënt (r):
- geen correlatie 0 (geen samenhang)
- positieve correlatie 0–1 (als de scores van de ene variabele toenemen, die van de
,andere dat ook doen)
- negatieve correlatie -1–0 (als de scores van de ene variabele afneemt zodra de
andere toeneemt)
3. Surveys: techniek die wordt gebruikt bij correlatieonderzoek. In een survey wordt
mensen gevraagd te reageren op een van tevoren vastgestelde lijst met vragen.
4. Natuurlijke observatie: vorm van correlatieonderzoek waarbij gedrag van mensen
of dieren in hun eigen omgeving wordt geobserveerd.
5. Gevalstudie (casestudy): onderzoek van een enkel object (of een zeer gering
aantal objecten). Therapeuten die deze gebruiken om theorieën te ontwikkelen over
psychische stoornissen, noemen dit de klinische methode
Bias: een vooroordeel, vervorming of vertekening van een situatie, meestal op basis
vaan persoonlijke ervaringen en waarden.
- Emotionele bias: de neiging om oordelen te vellen gebaseerd op attitudes en
gevoelens, ipv op een rationele analyse van het bewijsmateriaal.
- Confirmation bias (bevestigingsbias): de neiging om informatie die niet bij je
opvattingen aansluit te negeren of te bekritiseren en om in plaats daarvan informatie
te zoeken waar je het wel mee eens bent.
- Expectancy bias (verwachtingsbias): de waarnemer staat toe dat zijn of haar
verwachtingen de resultaten van een onderzoek zullen beïnvloeden.
Veelgebruikte strategieën om vertekeningen (bias) te voorkomen:
- Placebo
- Dubbelblindonderzoek: waarbij zowel de proefpersonen als de onderzoekers niet
weten wie welke onafhankelijke variabele krijgt toegediend (placebo of een echt
medicijn).
De 6 belangrijkste perspectieven van psychologie
6 perspectieven van de moderne psychologie (zie blz 17 en 22):
Griekse filosofen Socrates, Plato en Aristoteles: spraken al van bewustzijn, gekte,
emoties en waarnemingen. Tegelijkertijd werden in Aziatische en Afrikaanse
samenlevingen ook psychologische ideeën ontwikkeld (volkspsychologie).
De rooms-katholieke kerk zorgde voor een nieuwe opvatting: de menselijke geest
was (net als van god) een mysterie dat stervelingen niet in twijfel diende te trekken.
Scheiding van lichaam en geest en het moderne biologische perspectief
Descartes (rationalisme) stelde het eerste radicaal nieuwe idee voor dat uiteindelijk
leidde tot de moderne psychologie: een scheiding tussen de spirituele geest en het
fysieke lichaam. Er konden nu menselijke gevoelens en gedragingen worden
bestudeerd op basis van lichamelijke activiteit in het menselijk lichaam
(zenuwstelsel).
Kritiek van het empirisme: denken is onnodig bij wetenschap en filosofie.
Waarnemingen, ervaringen en experimenten zijn de enige ware bronnen van kennis
(John Locke: tabula rasa).
Descartes perspectief vormde de basis voor het:
Biologisch perspectief: zoekt de oorzaken van gedrag in het functioneren van de
genen, hersenen, zenuwstelsel en hormoonstelsel (lichaam en geest weer
samengevoegd: geest is een product van de hersenen).
, 1. Neurowetenschap: hoe de hersenen mentale processen creëren.
2. Evolutionaire psychologie: (voortgekomen uit ideeën Charles Darwin) gedrag en
mentale processen zijn te verklaren op basis van hun genetische aanpassingen aan
overleving en voortplanting (natuurlijke selectie).
Het begin van de wetenschappelijke psychologie en het moderne cognitieve
perspectief
Wetenschappers in de scheikunde ontdekte alle elementen in een „periodiek
systeem‟ onder te brengen. Dit zorgde ervoor dat:
Wilhelm Wundt dmv de wetenschappelijke methode zowel de geest als lichaam
bestudeerde (elementen van bewuste waarneming) oa door introspectie.
Hij opende in 1879 het eerste psychologisch laboratorium in Leipzig en noemde
zichzelf als eerste „psycholoog‟ (tot die tijd psychiaters). Wundt is de grondlegger van
het structuralisme.
- Structuralisme (Titchener): trachtte de basisstructuren van de geest en de
gedachten te ontrafelen, structuralisten zochten de „elementen‟ van de bewuste
ervaring (introspectie: beschrijving van je eigen innerlijke ervaring).
William James vond het structuralisme te beperkt: de psychologie moest zich richten
op de functie van het bewustzijn en niet alleen op de structuur ervan:
- Functionalisme: psychische processen kunnen het beste begrepen worden in het
licht van hun adaptieve (aangepast voor een bepaalde omstandigheid: Charles
Darwin) nut en functie, en niet alleen in de structuur. Buiten het laboratorium en in de
echte wereld: toegepaste psychologie.
De structuralisten en functionalisten waren het eens over introspectie en
gestaltpsychologie. Vormden later het cognitieve perspectief (dankzij de opkomst van
de computer: mensen zijn informatieverwerkende systemen). Verwerping introspectie
en erkenning mentale processen. Meest dominante stroming tegenwoordig.
Cognitief perspectief: hierbij ligt de nadruk op mentale processen, zoals leren,
geheugen, perceptie en denken als vormen van informatieverwerking.
Het behavioristisch perspectief: verwerping introspectie: nadruk op
waarneembaar gedrag
Behavioristisch perspectief: empiristisch: richt zich alleen op gedrag (niet op mentale
processen) en meetbare omstandigheden in de omgeving die dit gedrag beïnvloeden
(stimuli en responsen). John B. Watson en B.F. Skinner
De perspectieven vanuit de gehele persoon: psychodynamisch, humanistisch,
en karaktertrekken en temperament
Globaal inzicht in de persoonlijkheid:
Perspectieven vanuit de gehele persoon (whole person):
- Psychodynamische psychologie (Freud): het begrijpen van het menselijk
functioneren in termen van onbewuste behoeften, verlangens, herinneringen en
conflicten (psychoanalyse: nadruk op onbewuste processen).
- Humanistische psychologie (Carl Rogers en Abraham Maslow): nadruk op
mogelijkheden, groei, potentie en vrije wil van de mens.
- Psychologie van karaktertrekken en temperament: gedrag en persoonlijkheid zijn