dinsdag 3 maart 2026 12:48
Algemeen
EXAMEN: Beschrijf een zenuw
CZS Hersenen en ruggenmerg: verwerken van gegevens en uitvoeren
PZS Typisch perifere ganglia en bestaat uit zenuwen (aftakkingen van het
CZS), buiten het CZS
+ ganglia= kleine ophpingen van cellichamen van neuronen
Enterisch Maag-darmstelsel (niet CZS of PZS)
zenuwstelsel
Zenuwstelsel: alles van zenuwweefsel samen
• Neuronen= zenuwcellen, zowel van perifeer als centraal zenuwstelsel
• Steuncellen of gliale cellen (verschillende in perifeer en CZS)
• BW en bloedvaten
WANT neuronen hebben veel energie nodig, dus moeten bevloeid worden door bloedvaten
+ zenuwweefsel is een zeer vette substantie
+ trigger en target orgaan (neus, oor, oog,…): informatie doorgeven via neuronen aan CZS
+ ganglia in PZS: signaal opvangen vooraleer terugkoppelen naar het CZS
DUS via ganglion naar hersenen en hersenen sturen neuronen naar effectororgaan (<=> reflex)
Reflex slaat het CZS over, gaat meteen naar motorische zenuwen
Perifere ganglia of een zenuwknoop= verzameling van neuronen in het PZS
Hersenkern of nucleus: verzameling van een groepje neuronen in hersenen met een bepaalde
functie (invloed op bepaald effectororgaan)
Vb. spraak, …
Vb. oogzenuw (examenvraag)
Vanaf de oogbol is het een zenuw, maar het gaat over in
een tractus eens het de hersenen bereikt
Zenuw of nervus= bundel van axonen in het perifeer zenuwstelsel
<=> bundel van axonen in de hersenen= tractus of baan
Visceraal of autonoom zenuwstelsel Automatische controle van de inwendige organen
Somatisch zenuwstelsel Willekeurige controle van de skeletspieren en verwerken
van informatie afkomstig van onze zintuigen
= BEWUST
Autonoom zenuwstelsel schiet sneller in actie dan het somatisch zenuwstelsel!
Ziekte van Hirschsprung
Tijdens de ontwikkeling van enterisch zenuwstelsel: ganglia verspreiden niet goed over
darmwand + slechte innervatie van het laatste stukje (opzwellen)
Neuronen= functionele eenheid van het zenuwstelsel
Histologie Pagina 1
, Neuronen= functionele eenheid van het zenuwstelsel
• Sterk gespecialiseerde 'exciteerbare cellen'
Gespecialiseerd: elk neuron kan reageren op een specifieke prikkel
• Sterke variatie in vorm en grootte
• Beperkte deling (vermoeden van neuroblasten of stamcellen in hersenen)
• Nauw verbonden met andere neuronen > 1000 functionele verbindingen
In cellichaam of perikaryon: celkern en verschillende organellen (voornamelijk in cellichaam en
minder in de uitloper, dus minder in axonen en dendrieten)
→ Dendrieten: registreren prikkels (dikker en korter)
→ Axonen: prikkels voorgeleiden
+ bevat veel Nissl granules (voornamelijk RER en ribosomen)
WANT neuron moet continu eiwitten aanmaken
1) Sensorische/sensibele zenuwen (=afferent, de stimulus)
2) Motorische neuronen (=efferent, richting effector, dus respons)
3) Interneuronen integreren = 99% van alle neuronen
Afferent= terugkoppeling naar het CZS
<=> efferent= van het CZS naar het PZS
Reflex: sensorische neuronen richting ruggenmerg: directe terugkoppeling van sensorische naar
motorische neuron + meteen via motorneuron naar spier/ effector (niet eerst naar hersenen)
MAAR uiteraard wel een terugkoppeling naar de hersenen
TYPES neuronen:
• Multipolair neuron: veel dendrieten en 1 axon (meest voorkomend)
• Bipolair neuron: 1 dendriet en 1 neuron + ze passeren het cellichaam
• Unipolair neuron: 1 axon en 1 dendriet (splitsen onder cellichaam af, ENKEL
ongewervelden)
• Anaxonische neuron: enkel dendrieten, geen actiepotentiaal realiseren, maar invloed op
cellen in omgeving (stoffen vrijstellen)
Vb. chemische balans in hersenen
• Pseudo-unipolaire neuronen: rechstreekse verbinding tussen dendriet en axon, zonder
tussenkomst van het cellichaam
Neuronen: over een lange afstand op een snelle manier informatie uitwisselen
In de cortex van de hersen: neuronen zijn pyramidale cellen en Purkinje vezels in de cortex van
de kleine hersenen (boomachtige structuur)
+ reukreceptoren zijn ook een bepaald type neuron
→ Bipolair neuron: dendrieten (meerdere op 1 neuron) hebben ciliën in het reukorgaan
→ Ciliën dragen chemoreceptoren
→ Direct contact met de bulbus olfactorius (reukhersenen)
NEURON: cellichaam
Cellichaam bevat veel mitochondriën en Nissl bodies
+ neuron is gevoelig voor prikkels (synapsen)
Typisch voor neuron: vrij grote kern (niet sterk aangekleurd door euchromatine, nucleolus wel)
<=> bij gliacellen: kern even groot als de hele gliale cel
+ in de nucleolus gebeurt de synthese van het ribosomaal DNA
WANT hoge eiwitsynthese activiteit (kern en RER)
Histologie Pagina 2