woensdag 25 februari 2026 12:43
Delen van de lange pijpbenen:
Diafyse Holle, centrale cilinder: gewicht van beenderen reduceren
○ Wand: compact bot
○ Centrum is hol: mergholte met geel beenmerg
Grote steuncapaciteit en toch licht!
Epifyse Aan beide uiteinden knots- en haltervormig voor de aanhechting van spieren
○ Bestaat uit spongieus of trabeculair bot
○ Bevat rood beenmerg (bloedvorming)
Epifysaire groeischijf Enkel tijdens de groei aanwezig, belangrijk voor de lengtegroei!
= laag kraakbeen tussen de epifyse en de diafyse
Aan oppervlak zijn de epifysen bedekt met hyalien (=gewrichtskraakbeen)
→ Opvangen van schokken en vlotte beweging
Zone rond het bot voor bescherming= beenvlies of periost
'peri'= rondom en 'os' = bot
→ 'vlies' van dicht collageen BW
→ Binnenste (osteogene) laag: veel cellen (vormen van nieuwe botcellen indien van toepassing)
→ Buitenste (fibreuze) laag: vooral vezels (bescherming)
→ Collageenvezels van het bindweefsel dringen in het bot voor een sterke verankering via 'de vezels van Sharpey'
→ Bevat bloedvaten (BW strictu sensu) die in het botweefsel binnendringen, dus het bot is sterk gevacuoliseerd!
→ Aanhechting pezen van spieren
Periost is essentieel voor het overleven en de vorming van bot
WANT nodige bloedvaten zorgen voor de aanvoer van O en voedingsstoffen
+ belangrijk voor vorming van bot en diktegroei
Binnenkant van het bot bedekt met endosteum of endost(tegen de mergholte):
○ Bedekt de binnekant van de diafysewand
○ Omgeeft de mergholte van lange pijpbeenderen en de hiermee verbonden kanaaltjes
○ Is geen BW laag, maar een dun epitheliaal vlies
Epitheelachtige laag met ongedifferentieerde mesenchymcellen
en gespecialiseerde cellen: bot aanmaken of afbreken
Bot of been ('osteo'):
○ Is een gespecialiseerde vorm van bindweefsel
○ Bestaat uit botcellen en verkalkt bot- of beenmatrix (=zorgt voor hardheid, is verkalkt)
○ Kan grote trekkrachten weerstaan en is drukbestendig
○ Zeer typische matrix die voor 60% bestaat uit kalkzouten bestaat die de matrix verharden
FUNCTIES • Steunfunctie 'geraamte' (beenderen) + ondersteuning van weke delen (bekken)
• Bescherming van de organen
vb. schedelholte, de thorax
• Beweging: beenderen kunnen tov van elkaar scharnieren, vormen hefboomsystemen,
aanhechtingsplaatsen spieren die beweging veroorzaken
Histologie Pagina 1
, aanhechtingsplaatsen spieren die beweging veroorzaken
• Aanmaak bloedcellen: in het rood beenmerg (dient om de bloedcellen continu te vervangen,
beenmerg bevat stamcellen) gelegen in mergholten
• Opslagfunctie: reservoir van mineralen, bevat 99% van de calciumvoorraad van het lichaam (als het op
is in het bloed: rekruteren vanuit voeding en beenmerg)
→ Calcium-huishouding in stand houden
Dus het bot is GEEN statisch fenomeen, want het wordt constant afgebroken en terug aangemaakt!
Botmatrix (extracellulaire matrix) bestaat uit:
Anorganische zouten • Uit calcium en fosfaat: vormen hydroxy-apatietkristallen
• Verkalking, dus staan in voor hardheid van het bot
Organische matrix • 95% collageen type I eiwitvezels: als precipatiekernen voor calciumzouten/ hydroxy-apatiet
• 5% grondsubstantie:
○ GAGs: chrondroïtinesulfaat en keratinesulfaat
○ Proteoglycanen: aan eiwit gebonden GAGs
○ Structurele glycoproteïnen
= wordt aangemaakt door de botcellen zelf (collageen)
Voor preparaat: botten ontkalken, dus ontdoen van de anorganische component van de matrix: chelaat onttrekt
calcium aan het bot voor een coupe
→ Bot minder stevig, want voornamelijk uit collageenvezels
Rachitis: anorganische matrix is verdwenen, dus ziekte waarbij botten zacht zijn
Nauwe verbinding tussen hydroxy-apatiet (vormt kleine zwarte naaldjes in TEM) en collageen geeft de hardheid en
stevigheid van het bot
Aanmaak bot: eerst collageen aangemaakt, dan hydroxy-apatiet neerslaan mbv enzymen
+ in gebied van mineralisatie: vesikels die Ca en enzymen bevatten voor de binding van hydroxy-apatiet aan collageen
+ weefselvloeistof rond hydroxy-apatiet kristallen = hydratatiemantel
→ Van belang voor uitwisseling van zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen tussen cel en matrix
→ Kalkzouten worden zeer geordend afgezet (in tegenstelling tot verkalking van de KB matrix)
Harde matrix met lacunes waar de cellen zich in bevinden
= botcellen
Paars: botmatrix afgewisseld met zones bindweefsel (reticulair strictu sensu)
In bindweefsel: plaats waar beenmerg voorkomt
Beenmerg= voorlopers van bloedcellen (rode en witte) en bloedplaatjes
Beenmerg bevat heel vel cellen, dus veel kernen <=> bot: veel lacunes
Botcellen
Osteoblasten Botvormende cellen: aan de rand van een botstuk
Osteocyten Volwassen botcellen: onderhoud van de botmatrix
Osteoclasten Botafbrekende cellen: matrix volledig afbreken en de calcium gebruiken in de rest van ons lichaam
Wanneer cellen matureren zijn ze volledig omsloten door de matrix
die ze zelf hebben geproduceerd= osteocyten
Osteoblasten: aangevoerd door de bloedbaan of ontstaan uit periost
→ Ontstaan uit osteoprogenitorcellen (stamcellen)
→ Signaal
→ Differentiatie tot een osteoblast
→ Cellen in een rij samen (= osteoblastenzoom) beginnen samen
botmatrix aan te maken
→ Starten met aanmaak collageen, dus eerst de organische matrix
Histologie Pagina 2