Nematoden
Nematoden = rondwormen
Kenmerken:
- Ongesegmenteerd
- Pseudocoeloom
- Vervellen
- Meestal gescheidengeslacht
- Geen ademhalings-of bloedvatenstelsel
- 25000-tal soorten(500000 species ?)
- Vrijlevend op en in de bodem (marien, zoetwater of terrestrisch). Voeden op detritus,
bacteriën, wieren of zijn carnivoor
- Plantenparasitaire (ecto- of endoparasitair)
- Dierparasieten (endoparasitair)
Subklasse Scernentea
Ontwikkeling van ei tot L3 larve
- In de buitenwereld
- In een tussengastheer (heteroxeen)
- In het ei
Infectie van de eindgastheer
- Oraal (passief)
- Percutaan (actief)
,Orde Rhabdita
- Vooral vrijlevende nematoden
- Parasitaire soorten zijn parthenogenetisch (‘ongeslachtelijke’ voortplanting door de
vrouwtjes)
Genus strongyloides*
- Strongyloides papillosus:
o Eindgastheer: herkauwers (dunne darm)
o Volwassen vrouwelijke wormen leven in de mucosa van de dunne darm
1. Parthenische vrouwtjes zijn ovipaar maar de geproduceerde eieren zijn reeds sterk
geëmbryoneerd in de feces. Het bevat eieren met L1 larve. Er zijn 3 soorten eieren
(triploïd, diploïd en haploïd)
2. In de buitenwereld komen de larven snel uit het ei en bij gunstige omstandigheden zullen
triploïde larven zich snel tot L2 en L3 ontwikkelen (homogonische cyclus). Bij ongunstige
omstandigheden gaan ze snel over het preseksuele stadium tot vrijlevende haploïde
vrouwtjes en diploïde mannetjes uitgroeien (heterogonische cyclus). Na copulatie
worden eieren geproduceerd die na enkele uren ontluiken en daaruit voortkomende L1
, larven 2x vervellen tot L3 (heterogonische cyclus). Het L3 is gevoelig voor uitdroging want
geen beschermend omhulsel.
3. Percutane besmetting eindgastheer (haarfollikel). Bij pasgeboren dieren ook galactogeen
(oraal).
4. Infectieuze L3 larven boren doorheen de huid (thv poten en buik) en bereiken een
capillaire bloedvat of lymfevat en gaan via het hart naar de longen. Het vervolg is
afhankelijk van de leeftijd
a. Jonge dieren: infectieuze L3 larven boren zich in de alveolen en gaan via de
bronchiolen, bronchiën naar de trachea waar ze worden ingeslikt. Ze zitten dan
3d na infectie in de darm, boren door de mucosa en vervellen tot L4. Daarna
keren ze terug naar het lumen om te vervellen tot L5.
b. Oudere dieren: L3 larven geraken meestal niet in de longen: gaan via de grote
bloedsomloop verder verspreiden in oa de uierregio waar ze encysteren. Een deel
van de larven zal tijdens de partus geactiveerd worden en in de uier geraken om
via het colostrum tot worden uitgescheiden (door gedaalde immuniteit vh
moederdier). In het jong zullen L3 larven in de darm ontwikkelen tot volwassen
worm.
, - Strongyloides westeri
o Eindgastheer: paard en ezel (dunne darm)
o Volwassen vrouwelijke wormen leven in de mucosa van de dunne darm
o Levenscyclus cfr. strongyloides papillosus.
Nematoden = rondwormen
Kenmerken:
- Ongesegmenteerd
- Pseudocoeloom
- Vervellen
- Meestal gescheidengeslacht
- Geen ademhalings-of bloedvatenstelsel
- 25000-tal soorten(500000 species ?)
- Vrijlevend op en in de bodem (marien, zoetwater of terrestrisch). Voeden op detritus,
bacteriën, wieren of zijn carnivoor
- Plantenparasitaire (ecto- of endoparasitair)
- Dierparasieten (endoparasitair)
Subklasse Scernentea
Ontwikkeling van ei tot L3 larve
- In de buitenwereld
- In een tussengastheer (heteroxeen)
- In het ei
Infectie van de eindgastheer
- Oraal (passief)
- Percutaan (actief)
,Orde Rhabdita
- Vooral vrijlevende nematoden
- Parasitaire soorten zijn parthenogenetisch (‘ongeslachtelijke’ voortplanting door de
vrouwtjes)
Genus strongyloides*
- Strongyloides papillosus:
o Eindgastheer: herkauwers (dunne darm)
o Volwassen vrouwelijke wormen leven in de mucosa van de dunne darm
1. Parthenische vrouwtjes zijn ovipaar maar de geproduceerde eieren zijn reeds sterk
geëmbryoneerd in de feces. Het bevat eieren met L1 larve. Er zijn 3 soorten eieren
(triploïd, diploïd en haploïd)
2. In de buitenwereld komen de larven snel uit het ei en bij gunstige omstandigheden zullen
triploïde larven zich snel tot L2 en L3 ontwikkelen (homogonische cyclus). Bij ongunstige
omstandigheden gaan ze snel over het preseksuele stadium tot vrijlevende haploïde
vrouwtjes en diploïde mannetjes uitgroeien (heterogonische cyclus). Na copulatie
worden eieren geproduceerd die na enkele uren ontluiken en daaruit voortkomende L1
, larven 2x vervellen tot L3 (heterogonische cyclus). Het L3 is gevoelig voor uitdroging want
geen beschermend omhulsel.
3. Percutane besmetting eindgastheer (haarfollikel). Bij pasgeboren dieren ook galactogeen
(oraal).
4. Infectieuze L3 larven boren doorheen de huid (thv poten en buik) en bereiken een
capillaire bloedvat of lymfevat en gaan via het hart naar de longen. Het vervolg is
afhankelijk van de leeftijd
a. Jonge dieren: infectieuze L3 larven boren zich in de alveolen en gaan via de
bronchiolen, bronchiën naar de trachea waar ze worden ingeslikt. Ze zitten dan
3d na infectie in de darm, boren door de mucosa en vervellen tot L4. Daarna
keren ze terug naar het lumen om te vervellen tot L5.
b. Oudere dieren: L3 larven geraken meestal niet in de longen: gaan via de grote
bloedsomloop verder verspreiden in oa de uierregio waar ze encysteren. Een deel
van de larven zal tijdens de partus geactiveerd worden en in de uier geraken om
via het colostrum tot worden uitgescheiden (door gedaalde immuniteit vh
moederdier). In het jong zullen L3 larven in de darm ontwikkelen tot volwassen
worm.
, - Strongyloides westeri
o Eindgastheer: paard en ezel (dunne darm)
o Volwassen vrouwelijke wormen leven in de mucosa van de dunne darm
o Levenscyclus cfr. strongyloides papillosus.