Wat is psychologie – en wat is het niet?
Definitie van psychologie
Volgens Henry L. Roediger III (1996):
“Psychologie is de wetenschappelijke studie van mentale processen en
gedrag”
Volgens Philip Zimbardo (2009):
“Psychologie is de empirische studie van gedrag en mentale processen”
Belangrijk:
Gedrag = observeerbaar
Mentale processen = intern (denken, voelen, herinneren)
DUS psychologie is…
Wetenschappelijk
Empirisch
Systematisch
48 divisies binnen de psychologie
Psychologie is enorm breed
Klinische psychologie
Ontwikkelingspsychologie
Sociale psychologie
Psychologie is geen homogeen vakgebied, maar een verzameling van
specialisaties
Andere wetenschappen bestuderen ook gedrag
Economie
Sociologie
Criminologie
Verschil:
Psychologie focust op het individu en mentale processen, en gebruikt
specifieke methodes
Drie kenmerken van wetenschappelijke psychologie
Systematisch empirisme
Onderzoek vertrekt van:
o Observatie
o Sensorische ervaring
Geen gezagsargumenten
Voorbeeld:
Astronoom Fracesco Sizzi verwierp manen rond Jupiter op basis van
symbolische redenering, niet observatie
Publiek verifieerbare kennis
Belangrijke eisen:
o Repliceerbaarheid
o Peer review
o Transparantie
Zelfde procedure zelfde resultaten
, Toetsbare theorieën (falsifieerbaarheid)
Theorie moet in principe weerlegd kunnen worden
Dit idee komt van Karl Popper
Een theorie die alles kan verklaren, verklaart niets
Probleem bij psychoanalyse: Moeilijk falsifieerbaar
Het vijfstappenproces van de wetenschappelijke methode
1) Hypothese ontwikkelen
2) Gecontroleerde test
3) Objectieve data verzamelen
4) Resultaten analyseren
5) Publiceren en repliceren
Types van psychologisch onderzoek
1. Naturalistische observatie
Vaak eerste stap in meer gecontroleerd onderzoek
Voorbeeld:
Kijken naar geweld op TV (18 000 moorden)
Passen mensen (of dieren) gedrag aan wanneer ze geobserveerd
worden?
2. Gevalstudie
= Uitvoerige studie van één persoon of één geval
Voorbeeld:
Freuds psychoanalyse
Gevaar van getuigenverklaringen
Neuropsychologie
3. Interview
Een interview is een directe bevraging van een persoon
Belangrijk:
Interviewers moeten getraind worden
Ze moeten neutraal blijven in hun vraagstelling
Geen sturende of suggestieve vragen
Belangrijke beperking:
Een interview kan geen causaliteit aantonen
Voorbeeld:
Er werd een verband gevonden tussen:
Veel geweld op tv kijken
Agressief gedrag bij jongeren
MAAR
Het kan evengoed omgekeerd zijn
Agressievere jongeren kijken misschien gewoon liever naar geweld
Dit is een correlatie, geen oorzaak-gevolgrelatie (causaliteit)
4. Survey
Een survey verzamelt opinies van een (meestal grote) steekproef
,Voorbeeld:
Humo doet om de 5 jaar een survey bij jongeren over hun visie over seks
Belangrijk:
Steekproef moet representatief zijn
Vaak wordt een expert ingeschakeld
Wat kan fout gaan?
Voorbeeld:
De verkiezing tussen Dewey & Truman
Een krant kondigde al aan dat Dewey gewonnen had voor de verkiezing
o.b.v. een survey
Waarom fout?
De survey gebeurde via telefoon
(In die tijd hadden vooral rijke mensen een telefoon)
Rijke mensen stemden vooral Republikeins
Steekproef was dus niet representatief
W.E.I.R.D. participants
Western
Educated
Industrialized
Rich
Democratic
Veel psychologisch onderzoek gebeurt met deze groep
Probleem:
Men doet uitspraken over “de mens”, maar baseert zich op een zeer
specifieke situatie
5. Psychologische tests
Cognitieve tests
Schoolvorderingen
Intelligentietests
Individuele testen
Voorbeeld:
WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale)
o Duurt lang
o Zeer gedetailleerd
Collectieve testen
Voorbeeld:
Raven Progressive Matrices
o In groep afgenomen
o Minder gedetailleerd
o Weinig taal nodig (groot voordeel)
De test start gemakkelijk en wordt steeds moeilijker
Persoonlijkheids- & attitudetests
Vragenlijsten
, Projectieve technieken
Men toont een onduidelijke stimulus, en de reactie van de proefpersoon
zou iets zeggen over diens persoonlijkheid
Voorbeelden:
Rorschachtest “wat zie je in een inktvlek?”
TAT (Thematic Apperception Test) “vertel wat er gebeurt op een
afbeelding”
Szondi-test “kies wie je sympathiek vindt uit 8 foto’s”
Probleem:
Interpretatie is vaak subjectief
Betrouwbaarheid en validiteit zijn controversieel
Drie belangrijke notities voor beoordeling van testkwaliteit
Standaardisatie
Wordt de test altijd op dezelfde manier afgenomen?
Betrouwbaarheid
Hoe precies is de meting?
Meet de test consistent?
Validiteit
Meet de test wat hij moet weten?
Voorbeeld:
Je wil de rekenvaardigheid meten, maar je test meet eigenlijk
taalvaardigheid
Validiteit kan worden nagegaan door:
o Correlatie met een eerder gevalideerde test
6. Correlationele studies
Een correlatie geeft de sterkte & richting van een verband tussen
twee variabelen weer
Uitgedrukt in ‘r’:
-1 perfect negatief verband (punten perfect op dalende rechte)
0 geen verband (punten overal in grafiek)
+1 perfect positief verband (punten perfect op stijgend rechte)
Voorbeeld:
Lengte & schoenmaat positieve correlatie
Correlatie ≠ correlatie
Voorbeelden:
Pearson & erfelijkheid
Hij vond correlatie tussen “TBS” bij ouders en kinderen
Conclusie: erfelijk
MAAR het bleek besmettelijk
Foute causaliteit
Tienerzwangerschappen
Sterke correlatie met: “aantal elektrische toestellen in huis”
Betekent dit dat toestellen zwangerschap veroorzaken? NEEN
Onderliggende variabele: socio-economische status
Dyslexie & oogbewegingen