Mondeling openboek examen -> 90% + Groepspresentatie -> 10%
Evaluatie:
- Correct gebruik theorie
- Beleidswetenschappelijke terminologie
- Verbanden leggen!
Beleidswetenschappen = disciplines die kennis ontwikkelen over de inhoud (discours), de
organisatie en processen van beleid, zowel vanuit een politiek/bestuurlijk als maatschappelijk
perspectief, met doel die kennis te laten doorwerken in het beleid.
Les 1: Milieuproblemen als maatschappelijke vraagstukken
Milieuproblemen -> maatschappelijke problemen
Evolutie in de benadering van ‘MILIEUPROBLEMEN’
- Milieubeleid is iets van de laatste 50 jaar…
1. Compartimenteel begrippenkader
- Milieuproblemen benoemd naar het milieucompartiment waarin verstoring optreedt:
o Luchtvervuiling
o Waterverontreiniging
o Bodemverontreiniging
o Afval
o Verstoring fauna en flora
o Verstoring van landschap (en van ecosystemen)
- Sterktes en zwaktes
o + naast emissieregel ook imissie- en kwaliteitsdoelstellingen voor het
compartiment, er kwam een beleid rond
o + specialisatie van experten en overheden
o - versnippering bevoegdheden en beleid
o - risico op afwenteling milieuproblemen
▪ Afval probleem, werd gereduceerd, werd gestort, of verbrand, wat leidde
tot luchtverontreiniging want er waren nog geen goede filters.
▪ Natuur beheren is bomen kappen voor de natuurherstel, zo haal je die
CO2 wel weg… niet samenhangend met klimaatmitigatie
o - problemen mogelijk aan te pakken bij de bron, bv. In een regio, of in een hele
keten van processen
▪ Men ging weinig kijken naar de bron van het probleem.
2. Hoofdtypes ingrepen/effecten als begrippenkader (begin jaren ’80)
- Verontreiniging (additions)
- Uitputting (withdrawls)
o schaarste
- Aantasting (modifications)
1
, o Planten gaan woekeren en andere planten aantasten
o Kwaliteitsvermindering…
3. Thematisch/procesmatig begrippenkader
- Benoemd als centrale thema’s in milieubeleid. Procesmatig (thematisch)
begrippenkader:
- VER- = problematisch effectenproces of samenhangend geheel van effectenprocessen
in milieu
o Verandering van het klimaat
o Verspilling van eindige grondstoffen (van fossiele grondstoffen, van ertsen maar
ook van vruchtbare grond en genetisch materiaal)
o Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen (in bodem, water en lucht in
concentraties die negatief inwerken op plant, dier of mens)
o Verzuring van industriële regio's of continenten (zwavel- en stikstofoxides
(fossiele brandstoffen) en ammoniak (uit landbouw) verzuren lucht en bodem
o Vermesting van stroombekkens, grondwater en natuurgebieden (overmatige
verrijking van ecosystemen met voedingsstoffen, vooral stikstof- en
fosforverbindingen)
▪ Bodemkwaliteit, waterkwaliteit verslechterd…
o Verwijdering van afval (hoofdzakelijk via storten en verbranding)
o Verdroging : door de ontginning van het grondwater voor allerlei doeleinden,
door de verharding van het oppervlak en de versnelde afvoer daalt
grondwatertafel. Ook rooien en ontginning.
o Versnippering van natuurgebieden : isolement en niet alleen de inkrimping
o Verstoring op lokaal niveau : hinderlijke effecten, welzijnsverlagende
verschijnselen als geluidshinder, geurhinder, visuele verstoring.
o Verzilting, verschraling, …
- We gaan hier wel meer kijken naar het proces -> is een sterkte van dit onderdeel
o + overstijgen klassieke bronnenindelingen en compartimentering
o + Integrale benadering en integrale aanpak
o + kernachtige scherpe diagnose en monitoring
▪ Indicatoren zoals MIRA en EEA-rapporten
o - redelijk moeilijk en abstract
o - niet coherent: effect- processen + ingreep processen. -> Varianten: thema’s
geschrapt/ toegevoegd
▪ Vb.: VERwijderen afval gaat meer om afval dan om het woord verwijderen
o Bestuurlijke organisatie
▪ Minder duidelijk dan compartimenten
- Toch oude en recente voorbeelden:
o EU 2010: nieuwe DG CLIMA naast DG ENVI (aparte plaats in het systeem dus
daarom 2 verschillende)
o VL 2020: nieuw Energie- en Klimaatagentschap
4. Geïntegreerd perspectief
- Besef dat alles met alles samenhangt: integratie (cf. les 2)
2
, o Zie discours DO: goede milieukwaliteit hangt samen met een goede ruimtelijke
ordening, een integraal waterbeleid, een verstandig georganiseerde mobiliteit,
met een duurzame land- en tuinbouw, …
- Gevolg: milieudoelstellingen worden holistischer
o Ambitieuzer
o Alles hangt samen met alles, er hangen wel limieten aan en zien wat wel en niet
aanvaardbaar is dus moeilijke discussies… soms keuzes maken…
o Bril op systeemniveau
o maar lastige operationalisering; is DO (Duurzame Ontwikkelijkg) krachtig genoeg
als concept van maatschappelijke verandering?
- Vanuit een geïntegreerd perspectief gaan bekijken
- Milieu wordt meer bekeken aan de hand van ruimtelijke ordening.
- Bestuurlijke hervorming: ‘milieubeleid’ en ‘Ruimtelijke ordeningsbeleid’ vloeien samen
tot ‘Omgevingbeleid’ in NL, VL (2015-2018)
o Vlaanderen heeft geen departement milieu meer …
o Engels: ‘environment’
o + Geïntegreerde blik op milieuvraagstukken
o - Verwatering van (politieke) aandacht?
Besluit
- In technisch opzicht vele definities en benaderingen van milieuproblemen denkbaar
- Allemaal zijn ze vandaag nog enigszins aanwezig.
- Definities niet vrijblijvend maar bepalend voor probleemoplossend vermogen van beleid
o Nadenken over meest adequate denkkader want probleemdefinitie structureert
de oplossing(en) vóór
o De manier waarop je een probleem benoemt, definieert de manier waarop de
oplossingen komen?
o Geintegreerde wijze: welke bron is het ?
- Hoe gaan van milieuproblemen naar oplossingen?
o ➔ milieuproblemen zien als crisissen in mens-milieu relatie
Milieuproblemen als ‘mens-milieu’ problemen
Wisselwerking mens-milieu
- Milieuproblemen kennen een antropogene oorzaak ->
- Antropogeen = door menselijke ingrepen en instrumentele visie op natuur in
wetenschappen
o Géén natuurrampen
▪ (doch zeespiegel, orkanen, overstromingen,
verwoestijning ook antropogeen) Wim Thiéry (cf. les ‘just
transition’):
o Grafiek weergeeft antropogene cijfers.
o Richting het paarse: wij zullen ongeveer 25 keer hittegolven
meemaken.
3
, - Milieu = fysiek systeem
o Niet-levende en levende milieu
▪ = abiotische (atmosfeer, bodem en water) + biotische
elementen/compartimenten + de relaties daartussen (systeem, de
samenhang).
o Aggregatieniveaus
▪ Chemische of fysische elementen of milieu-componenten (als
grondstoffen, water, zuurstof, stikstof)
▪ compartimenten (lucht, oppervlaktewater, grondwater, bodem,
organismen)
▪ ecosystemen (bossen, heide, oceanen, mangrove, regenwoud)
• hoger niveau in vergelijking met chemisch of compartimenten.
o Schaalniveaus (van binnenhuismilieu tot de planeet)
▪ Wij zitten vaak thuis…
o Natuurlijk en cultuurlijk milieu (door mens gevormd of beïnvloed; cf.
oerbossen).
▪ Verschil tussen gewone- en oerbossen (hebben geen invloed
ondervonden door mensen/ samenleving)
▪ Doorheen de eeuwen heb je allerlei verschillen en evoluties.
▪ Amazone woud is een natuurlijk bos of? Maar als je er een abstractie van
maakt en ruimer maakt zoals, enkel waar de mens niet aanwezig is
geweest kan een deel van het amazone woud een benaming krijgen als
een oerbos.
- Mens=sociale systeem, samenleving
o Micro
▪ mensen, gezinnen, sociale relaties (vb. ouder-kindrelatie)
o Meso
▪ organisaties, sectoren, verenigingen
o Macro
▪ maatschappelijke structuren (vb. de staat of overheid, de kerk, het
politiek systeem/de regimes, machtsverhoudingen, geopolitiek,...)
▪ later op de arbeidsmarkt een rol kunnen spelen.
o ! Ook hier géén loutere aggregatie !
Wisselwerking mens-milieu
- Andere betekenissen en functies toekennen/ geven aan het fysiek milieu
o Zoals voedsel, onderdak (als het regent,…)
o Functies: voeding, levensonderhoud, transport, gezondheid, ontspanning,
grondstof, welvaart, …
o Betekenissen en functies: bvb. water
▪ Zwemmen (recreatief), viswater (recreatief), geografische grens,
spoelwater, afvoerwater, irrigatie, koelwater, religieus,…
4