Farmacologie
weet welke invloed normale fysiologische veranderingen in de zwangerschap van
invloed zijn op de effecten van geneesmiddelen
• In 1e trimester structurele afwijkingen door geneesmiddelen
• in 2e trimester functionele afwijkingen door geneesmiddelen
kent de criteria bij het voorschrijven van geneesmiddelen tijdens zwangerschap en
lactatie, rekening houdend met teratogene effecten.
Teratogenese:
• ace remmer
• Anti epileptica: carbamazepine, fenytoine, valproinezuur
• Lithium
• Mtx
• Tetrocyclines (doxy)
• Acenocoumarol > ontwikkelingsstoornis 1e trim
o Geef bij voorkeur LMWH, want grootte > 5000 Da dus kan placenta niet over
• NSAID
Lactatie/placenta kan geneesmiddelen overgeven via passieve diffusie, mate obv
• lipofiliteit geneesmiddel (vethgehalte moedermelk groter dan plasma) > lipofieler hoe
mee rer in moedermelk gaat
• ongeioniseerde vorm (pH melk lager dan pH maternaal plasma > zwakke basen zoals
oxycodon en codeine komen sneller in moedermelk)
o zwakke basen gaan binden aan H+ ionen in foetaal palsma en kan dan niet
terug naar maternaal plasma en krijg je ophoping van geneesmiddel in foetaal
plasma = ion trapping
• molecuulgrote > heparine en insuline zijn zo groot dus komt niet in moedermelk)
• hoeveelheid geneesmiddel (relatieve kindddosis)
Voeding vlak voor dosis (bij korte T1/2). ER is weinig data want de pH in moedermelk
verschilt sterk in dieronderzoek. Alternatief: kunstvoeding
kan beredeneren waarom de soort en de dosering van bepaalde geneesmiddelen
voor of gedurende de zwangerschap moet worden aangepast.
• De renale klaring van de meeste geneesmiddelen stijgt tijdens zwangerschap door
toename doorbloeding lever/nier
• Verdelingsvolume stijgt tijdens zwangerschap door toename plasma en vetweefsel
• Vertraagde absorptie door vertraagde maag -darm peristaltiek
• Enzym activiteit lever veranderd door afname bindende eiwitten
,Thema 1: begin van leven
Menarche, zwangerschap, menopauze
kan de ontwikkelingsfasen van de vrouw (puberteit, secundaire
geslachtskenmerken, climacterium, menopauze) beschrijven en kan verklaren
welke anatomische en fysiologische veranderingen in het lichaam optreden in die
levensperiodes.
Tijdens eerste 5 weken van foetale ontwikkeling migreren kiemcellen vanuit het
endoderm naar de genitale plooi en vermenigvuldigen zich door mitotische delingen.
• Kiemcellen (oogonia) zijn diploid en worden omring door een eencellige laag
granulosacellen. Begin met 1e fase meiotische deling.
• Oogenia hierna in rustfase > diplotene stadium > primodriale follikel
Bij 20 weken is het max aantal rond de 7 miljoen primordiaal follikels in het ovarium van
het embryo aanwezig. Groot deel verdwijnt door atresie, bij geboorte 2 miljoen over. Bij
menarche nog 200 000
Eerste stadia van ontwikkeling primordiaal tot antraal is onafhankelijk van
gonadotrofinen (LH/FSH) en duurt 3mnd. Daarna is FSH nodig.
SRY gen op Y chromosoom: testis vormt met Leydig en Sertoli cellen die via androgenen
de prostaat, bijbal en zaadleiders vormen
XX patroon ontwikkeld tot ovarium waarbij buizen Muller tubae, uterus en vagina worden
,Amenorroe
• Fysiologisch: voor menarche (11-15j gem 12,5), zwangerschap en lactatie, post-
menopauzaal.
o 6wk na bevalling terugkerend, wel zogend dan 3mnd. Komt door
hyperprolactinemie
• Primair: uitblijven tot 16j
o Afwijkend indien 14 en nog geen pubertijdskenmerken. Tenners stadia:
▪ Telarche (borstgroei) = 10 + 2
▪ Pubarche (schaamhaar) = 11 + 2
o Dd.
▪ zwangerschap
▪ Anatomisch
• Syndroom van MRKH (Mayer Rokitansky Kustner Hauser):
XX chromosomen maar probleem gang muller > geen uterus
en vagina. Maar wel pubertijd en primaire amenoerroe, dus
geen zwangerschap te voltooien
• Hymen imperforatus
• Transversaal vaginaseptum
• Cervix agnesie
▪ Genetisch
• Compleet androgeen ongevoeligheidssyndroom: x
chromosomaal recessief, XY ontwikkeld met androgeen
receptor probleem. Huid is niet gevoelig voor androgenen >
geen haar en onvruchtbaar
• Turner syndroom: 45 X0 embryo. Korte meiden, geen
ovariele functie.
, • Secundair: > 6mnd geen menstruatie
• Oligomenorroe: cyclus > 35d < 6mnd dus lange cyclus
Kan cyclusstoornissen indelen in categorieën.
• Compartimenten
o Hypothalamus: gewichtsverlies, sport, stress
▪ Hormonen: LH, FSH, E2, prog, TSH omlaag
o Hypofyse: prolactionoom, Sheehan
▪ Hormonen: LH, FSH, E2, prog omlaag, prolactine omhoog
o Ovaria: PCOS (acne, hirsutisme) Premature Ovaria Insufficientie
▪ Hormonen: LH omhoog, FSH, E2 progesteron omlaag
o Uterus: syndroom Ashermann (adhesies tvg ingreep of curatage waarbij
wanden van uterus verkleefd zijn)
▪ Hormonen: normaal
o Zwangerschap!?
• WHO classificatie: obv hormonale uitslag
o WHO 1: FSH omlaag en E2 omlaag: hypogonadotroop en hyoponadisme:
hypofyse en ovaria werken niet goed
▪ Stress, anorexia, Sheehan
o WHO 2: FSH en E2 normogonadotroop en normogonadisme
▪ PCOS
o WHO 3: FSH omhoog en E2 omlaag: hypergonadotroop en
hypogonadisme: hypofyse werkt hard maar ovaria reageren niet
▪ POI
Kent de pathofysiologische achtergrond van verschillende aandoeningen, zoals
PCOS en premature ovariële insufficiëntie (POI).
PCOS (Polycysteus Ovarium Syndroom) = geen ziekte, 5-10%
• Rotterdam criteria 2/3, alleen per exclusione:
o Oligo/amenorroe
o PCO morfologie ovaria, geen cysten maar follikels
o Klinisch en of biochemisch hyperandrogenisme
• Korte termijn: endocriene klachten, anovulatie en kinderwens
• Lange termijn: hoger risico DM, hypertensie, HVZ
• b/ combinatiepoil
Premature Ovariele Insufficientie
• Menopauze voor 40e levensjaar. Diagnose
o Oestrogeen is belangrijk voor:
o FSH en E2> 40 en 4 maanden geen menses: 5% fertiliteit
o B/ hormoonsubstitutie : grotere kans osteoporose dus ook DEXA scan
doen
• Oorzaken: bestraling/chemo, chromosoom afwijking (turner, fragiele X), auto-
immuun, familiair (FOXL2, FSHR)
Kent de voordelen en de beperkingen van een hormonale therapie bij verstoringen
van de cyclus en de daarbij horende fysieke klachten.
weet welke invloed normale fysiologische veranderingen in de zwangerschap van
invloed zijn op de effecten van geneesmiddelen
• In 1e trimester structurele afwijkingen door geneesmiddelen
• in 2e trimester functionele afwijkingen door geneesmiddelen
kent de criteria bij het voorschrijven van geneesmiddelen tijdens zwangerschap en
lactatie, rekening houdend met teratogene effecten.
Teratogenese:
• ace remmer
• Anti epileptica: carbamazepine, fenytoine, valproinezuur
• Lithium
• Mtx
• Tetrocyclines (doxy)
• Acenocoumarol > ontwikkelingsstoornis 1e trim
o Geef bij voorkeur LMWH, want grootte > 5000 Da dus kan placenta niet over
• NSAID
Lactatie/placenta kan geneesmiddelen overgeven via passieve diffusie, mate obv
• lipofiliteit geneesmiddel (vethgehalte moedermelk groter dan plasma) > lipofieler hoe
mee rer in moedermelk gaat
• ongeioniseerde vorm (pH melk lager dan pH maternaal plasma > zwakke basen zoals
oxycodon en codeine komen sneller in moedermelk)
o zwakke basen gaan binden aan H+ ionen in foetaal palsma en kan dan niet
terug naar maternaal plasma en krijg je ophoping van geneesmiddel in foetaal
plasma = ion trapping
• molecuulgrote > heparine en insuline zijn zo groot dus komt niet in moedermelk)
• hoeveelheid geneesmiddel (relatieve kindddosis)
Voeding vlak voor dosis (bij korte T1/2). ER is weinig data want de pH in moedermelk
verschilt sterk in dieronderzoek. Alternatief: kunstvoeding
kan beredeneren waarom de soort en de dosering van bepaalde geneesmiddelen
voor of gedurende de zwangerschap moet worden aangepast.
• De renale klaring van de meeste geneesmiddelen stijgt tijdens zwangerschap door
toename doorbloeding lever/nier
• Verdelingsvolume stijgt tijdens zwangerschap door toename plasma en vetweefsel
• Vertraagde absorptie door vertraagde maag -darm peristaltiek
• Enzym activiteit lever veranderd door afname bindende eiwitten
,Thema 1: begin van leven
Menarche, zwangerschap, menopauze
kan de ontwikkelingsfasen van de vrouw (puberteit, secundaire
geslachtskenmerken, climacterium, menopauze) beschrijven en kan verklaren
welke anatomische en fysiologische veranderingen in het lichaam optreden in die
levensperiodes.
Tijdens eerste 5 weken van foetale ontwikkeling migreren kiemcellen vanuit het
endoderm naar de genitale plooi en vermenigvuldigen zich door mitotische delingen.
• Kiemcellen (oogonia) zijn diploid en worden omring door een eencellige laag
granulosacellen. Begin met 1e fase meiotische deling.
• Oogenia hierna in rustfase > diplotene stadium > primodriale follikel
Bij 20 weken is het max aantal rond de 7 miljoen primordiaal follikels in het ovarium van
het embryo aanwezig. Groot deel verdwijnt door atresie, bij geboorte 2 miljoen over. Bij
menarche nog 200 000
Eerste stadia van ontwikkeling primordiaal tot antraal is onafhankelijk van
gonadotrofinen (LH/FSH) en duurt 3mnd. Daarna is FSH nodig.
SRY gen op Y chromosoom: testis vormt met Leydig en Sertoli cellen die via androgenen
de prostaat, bijbal en zaadleiders vormen
XX patroon ontwikkeld tot ovarium waarbij buizen Muller tubae, uterus en vagina worden
,Amenorroe
• Fysiologisch: voor menarche (11-15j gem 12,5), zwangerschap en lactatie, post-
menopauzaal.
o 6wk na bevalling terugkerend, wel zogend dan 3mnd. Komt door
hyperprolactinemie
• Primair: uitblijven tot 16j
o Afwijkend indien 14 en nog geen pubertijdskenmerken. Tenners stadia:
▪ Telarche (borstgroei) = 10 + 2
▪ Pubarche (schaamhaar) = 11 + 2
o Dd.
▪ zwangerschap
▪ Anatomisch
• Syndroom van MRKH (Mayer Rokitansky Kustner Hauser):
XX chromosomen maar probleem gang muller > geen uterus
en vagina. Maar wel pubertijd en primaire amenoerroe, dus
geen zwangerschap te voltooien
• Hymen imperforatus
• Transversaal vaginaseptum
• Cervix agnesie
▪ Genetisch
• Compleet androgeen ongevoeligheidssyndroom: x
chromosomaal recessief, XY ontwikkeld met androgeen
receptor probleem. Huid is niet gevoelig voor androgenen >
geen haar en onvruchtbaar
• Turner syndroom: 45 X0 embryo. Korte meiden, geen
ovariele functie.
, • Secundair: > 6mnd geen menstruatie
• Oligomenorroe: cyclus > 35d < 6mnd dus lange cyclus
Kan cyclusstoornissen indelen in categorieën.
• Compartimenten
o Hypothalamus: gewichtsverlies, sport, stress
▪ Hormonen: LH, FSH, E2, prog, TSH omlaag
o Hypofyse: prolactionoom, Sheehan
▪ Hormonen: LH, FSH, E2, prog omlaag, prolactine omhoog
o Ovaria: PCOS (acne, hirsutisme) Premature Ovaria Insufficientie
▪ Hormonen: LH omhoog, FSH, E2 progesteron omlaag
o Uterus: syndroom Ashermann (adhesies tvg ingreep of curatage waarbij
wanden van uterus verkleefd zijn)
▪ Hormonen: normaal
o Zwangerschap!?
• WHO classificatie: obv hormonale uitslag
o WHO 1: FSH omlaag en E2 omlaag: hypogonadotroop en hyoponadisme:
hypofyse en ovaria werken niet goed
▪ Stress, anorexia, Sheehan
o WHO 2: FSH en E2 normogonadotroop en normogonadisme
▪ PCOS
o WHO 3: FSH omhoog en E2 omlaag: hypergonadotroop en
hypogonadisme: hypofyse werkt hard maar ovaria reageren niet
▪ POI
Kent de pathofysiologische achtergrond van verschillende aandoeningen, zoals
PCOS en premature ovariële insufficiëntie (POI).
PCOS (Polycysteus Ovarium Syndroom) = geen ziekte, 5-10%
• Rotterdam criteria 2/3, alleen per exclusione:
o Oligo/amenorroe
o PCO morfologie ovaria, geen cysten maar follikels
o Klinisch en of biochemisch hyperandrogenisme
• Korte termijn: endocriene klachten, anovulatie en kinderwens
• Lange termijn: hoger risico DM, hypertensie, HVZ
• b/ combinatiepoil
Premature Ovariele Insufficientie
• Menopauze voor 40e levensjaar. Diagnose
o Oestrogeen is belangrijk voor:
o FSH en E2> 40 en 4 maanden geen menses: 5% fertiliteit
o B/ hormoonsubstitutie : grotere kans osteoporose dus ook DEXA scan
doen
• Oorzaken: bestraling/chemo, chromosoom afwijking (turner, fragiele X), auto-
immuun, familiair (FOXL2, FSHR)
Kent de voordelen en de beperkingen van een hormonale therapie bij verstoringen
van de cyclus en de daarbij horende fysieke klachten.