Vraag van vandaag
Stel je voor dat je een kindercardioloog bent en je hebt een patiëntje met een
aangeboren hartafwijking. Je weet dat sommige hartafwijkingen kunnen leiden tot
pulmonale hypertensie. Bij welke van de volgende aangeboren hartafwijkingen is de
kans op het ontwikkelen van pulmonale hypertensie het grootst?
AAtriumseptumdefect (ASD)
B Ventrikelseptumdefect (VSD)
C Coarctatio aortae (vernauwing van de aorta)
D Bicuspide aortaklep
Welke van onderstaande medicijnen kan worden ingezet bij de behandeling van een
longembolie?
(Kies één of meerdere antwoorden)
A. Heparine
B. NOAC
C. Acetylsalicylzuur
D. Streptokinase
E. Clopidogrel
In welke laag van de vaatwand speelt het proces van atherosclerose zich voornamelijk
af?
A Adventitia
B Media
C Intima
U bent bezig met het analyseren van een 80-jarige patiënt met artritis, diabetes en
hypertensie waarvoor hij verschillende medicamenten gebruikt. Welke van de
onderstaande medicamenten kan bloeddrukverhogend werken?
A Metoprolol
B Ibuprofen
C Simvastatine
D Metformine
Een patiënt heeft pijn en zwelling in het linkerbeen. De patiënt heeft recent een lange
vliegreis gemaakt en is bekend met een erfelijke stollingsstoornis. Je vermoedt een
trombosebeen. Welk van de volgende symptomen is het minst waarschijnlijk
geassocieerd met een longembolie die secundair kan ontstaan aan een trombosebeen?
A Pijn bij het ademhalen
B Hemoptoë (ophoesten van bloed)
C Duizeligheid en syncope
D Pijn op de borst met uitstraling naar de kaak
Een patiënt heeft sinds enkele maanden een drukkend gevoel midden op de borst met
uitstraling naar de kaken tijdens het fietsen en traplopen. De klachten zakken in rust
altijd binnen 5 minuten af. Is er sprake van een acuut coronair syndroom? Nee
1
,Wat voor infarct betreft dit?
A acuut lateraal infarct
B acuut onderwandinfarct
C acuut voorwandinfarct
D acuut achterwandinfarct
Uitleg: ST elevatie zichtbaar in onderwandafleiding (II, III, aVF). Er is reciproke ST
depressie te zijn in het tegenovergestelde stroomgebied (I en aVL).
In welke fase van de hartcyclus bevindt het hart zich op deze afbeelding?
1. Isovolumetrische relaxatie (onderdeel van diastole)
2. Isovolumetrische contractie (onderdeel van systole)
3. Ventriculaire vullingsfase (onderdeel van diastole)
4. Ventriculaire ejectiefase (onderdeel van systole)
De AV-kleppen zijn geopend en de VA-kleppen zijn gesloten. Dit betekent dat we in de
diastole zitten. Daarin valt de vullingsvase en de isovolumetrische relaxatie. Aangezien
de AV-kleppen wel open zijn, kan dit niet de isovolumetrische relaxatie zijn (aangezien
deze anders niet isovolumetrisch kan zijn). Vandaar is dit de vullingsfase. Zie
onderstaande afbeelding voor een overzicht van de alle fases.
Stel je voor, je bent een verpleegkundige op de cardiologie afdeling en je observeert het
ECG van een patiënt. Je ziet dat er periodiek QRS-complexen uitvallen, zonder dat er
2
,voorafgaand sprake is van verlenging van het PR-interval. Welke type AV-blok heeft deze
patiënt vermoedelijk?
A Eerstegraads AV-blok
B Tweedegraads AV-blok type Wenkebach
C Tweedegraads AV-blok type Mobitz II
D Derdegraads AV-blok
Op het spreekuur bij de huisarts komt een 70-jarige vrouw in verband met al langer
bestaande hartkloppingen. Op het ECG is een ritmestoornis zichtbaar.
Wat is vooraf, op basis van de epidemiologie, de meest waarschijnlijke diagnose?
A Atriumfibrilleren
B Atriumflutter
C Ventrikelfibrileren
D AVNT
E AVNRT
Stelling: Patiënten met een lage ejectiefractie van het linkerventrikel hebben
automatisch een lage cardiac output.
Is deze stelling juist of onjuist?
A Juist
B Onjuist
3
, Druk en volume overbelasting
De student kent de histologische en macroscopische aanpassingen van het hart
aan druk- en volumeoverbelasting.
Uitleggen welk effect druk en volume overbelasting heeft op het hart
Voorbeelden van ziektebeelden noemen
Uitleggen van concentrische ene excentrische hypertrofie is en welke
veranderingen er hierbij in de cardiomyocyten plaatsvinden.
Hypertrofie linker ventrikel
Toename van gewicht en grootte hart door toename in arbeid. Dat leidt
tot toename in cardiomyocyt grote en toename in eiwit synthese
(sarcomeren).
In het cytoplasma van de cardiomyociet worden extra sarcomen
aangemaakt.
De kernen zijn vergroot door toename van DNA ploidie (toename
chromosomen sets), echter kane r geen celdeling plaatsvinden
doordat er constrant contractie is, maar de kern initeert dus wel
celdedling.
Drukoverbelasting = concentrische hypertrofie (overal even dik)
• Hart moet tegen hoge druk pompen
• Want wordt dikker, maar geen dilatatie
• Lumen wordt kleiner
• Parallele nieuwe sarcomeren (verbreding)
• Oorzaken
4
Stel je voor dat je een kindercardioloog bent en je hebt een patiëntje met een
aangeboren hartafwijking. Je weet dat sommige hartafwijkingen kunnen leiden tot
pulmonale hypertensie. Bij welke van de volgende aangeboren hartafwijkingen is de
kans op het ontwikkelen van pulmonale hypertensie het grootst?
AAtriumseptumdefect (ASD)
B Ventrikelseptumdefect (VSD)
C Coarctatio aortae (vernauwing van de aorta)
D Bicuspide aortaklep
Welke van onderstaande medicijnen kan worden ingezet bij de behandeling van een
longembolie?
(Kies één of meerdere antwoorden)
A. Heparine
B. NOAC
C. Acetylsalicylzuur
D. Streptokinase
E. Clopidogrel
In welke laag van de vaatwand speelt het proces van atherosclerose zich voornamelijk
af?
A Adventitia
B Media
C Intima
U bent bezig met het analyseren van een 80-jarige patiënt met artritis, diabetes en
hypertensie waarvoor hij verschillende medicamenten gebruikt. Welke van de
onderstaande medicamenten kan bloeddrukverhogend werken?
A Metoprolol
B Ibuprofen
C Simvastatine
D Metformine
Een patiënt heeft pijn en zwelling in het linkerbeen. De patiënt heeft recent een lange
vliegreis gemaakt en is bekend met een erfelijke stollingsstoornis. Je vermoedt een
trombosebeen. Welk van de volgende symptomen is het minst waarschijnlijk
geassocieerd met een longembolie die secundair kan ontstaan aan een trombosebeen?
A Pijn bij het ademhalen
B Hemoptoë (ophoesten van bloed)
C Duizeligheid en syncope
D Pijn op de borst met uitstraling naar de kaak
Een patiënt heeft sinds enkele maanden een drukkend gevoel midden op de borst met
uitstraling naar de kaken tijdens het fietsen en traplopen. De klachten zakken in rust
altijd binnen 5 minuten af. Is er sprake van een acuut coronair syndroom? Nee
1
,Wat voor infarct betreft dit?
A acuut lateraal infarct
B acuut onderwandinfarct
C acuut voorwandinfarct
D acuut achterwandinfarct
Uitleg: ST elevatie zichtbaar in onderwandafleiding (II, III, aVF). Er is reciproke ST
depressie te zijn in het tegenovergestelde stroomgebied (I en aVL).
In welke fase van de hartcyclus bevindt het hart zich op deze afbeelding?
1. Isovolumetrische relaxatie (onderdeel van diastole)
2. Isovolumetrische contractie (onderdeel van systole)
3. Ventriculaire vullingsfase (onderdeel van diastole)
4. Ventriculaire ejectiefase (onderdeel van systole)
De AV-kleppen zijn geopend en de VA-kleppen zijn gesloten. Dit betekent dat we in de
diastole zitten. Daarin valt de vullingsvase en de isovolumetrische relaxatie. Aangezien
de AV-kleppen wel open zijn, kan dit niet de isovolumetrische relaxatie zijn (aangezien
deze anders niet isovolumetrisch kan zijn). Vandaar is dit de vullingsfase. Zie
onderstaande afbeelding voor een overzicht van de alle fases.
Stel je voor, je bent een verpleegkundige op de cardiologie afdeling en je observeert het
ECG van een patiënt. Je ziet dat er periodiek QRS-complexen uitvallen, zonder dat er
2
,voorafgaand sprake is van verlenging van het PR-interval. Welke type AV-blok heeft deze
patiënt vermoedelijk?
A Eerstegraads AV-blok
B Tweedegraads AV-blok type Wenkebach
C Tweedegraads AV-blok type Mobitz II
D Derdegraads AV-blok
Op het spreekuur bij de huisarts komt een 70-jarige vrouw in verband met al langer
bestaande hartkloppingen. Op het ECG is een ritmestoornis zichtbaar.
Wat is vooraf, op basis van de epidemiologie, de meest waarschijnlijke diagnose?
A Atriumfibrilleren
B Atriumflutter
C Ventrikelfibrileren
D AVNT
E AVNRT
Stelling: Patiënten met een lage ejectiefractie van het linkerventrikel hebben
automatisch een lage cardiac output.
Is deze stelling juist of onjuist?
A Juist
B Onjuist
3
, Druk en volume overbelasting
De student kent de histologische en macroscopische aanpassingen van het hart
aan druk- en volumeoverbelasting.
Uitleggen welk effect druk en volume overbelasting heeft op het hart
Voorbeelden van ziektebeelden noemen
Uitleggen van concentrische ene excentrische hypertrofie is en welke
veranderingen er hierbij in de cardiomyocyten plaatsvinden.
Hypertrofie linker ventrikel
Toename van gewicht en grootte hart door toename in arbeid. Dat leidt
tot toename in cardiomyocyt grote en toename in eiwit synthese
(sarcomeren).
In het cytoplasma van de cardiomyociet worden extra sarcomen
aangemaakt.
De kernen zijn vergroot door toename van DNA ploidie (toename
chromosomen sets), echter kane r geen celdeling plaatsvinden
doordat er constrant contractie is, maar de kern initeert dus wel
celdedling.
Drukoverbelasting = concentrische hypertrofie (overal even dik)
• Hart moet tegen hoge druk pompen
• Want wordt dikker, maar geen dilatatie
• Lumen wordt kleiner
• Parallele nieuwe sarcomeren (verbreding)
• Oorzaken
4