Hoofdstuk 2: Taalverwerving bij twee – en meertalige kleuters
Waarom leren over taalverwerving?
Er is meer taaldiversiteit in de kleuterklassen. Als leerkracht moet je dan zelf
weten wat meertaligheid inhoudt, hoe taalverwerving werkt, wat normaal is en
hoe je kinderen ondersteunt.
Wat is normaal en wat niet?
Veel verschijnselen bij meertalige kinderen zijn normaal zoals
- Accent na jaren
- Trage woordenschatgroei
- Stille periode
- Taalvermenging
- Achteruitgang van de thuistaal
De taalverwerving van meertalige kinderen
Meertaligheid = meer dan 1 taal begrijpen en gebruiken, of wanneer mensen
regelmatig meerdere talen gebruiken
2 soorten taalverwerving
Simultane taalverwerving = kinderen
leren vanaf de geboorte meerdere talen. Ze
ontwikkelen voor elke taal een apart
taalsysteem:
Successieve taalverwerving = kinderen
leren eerst de moedertaal en komen later in
contact met een 2de taal. Ze kunnen stappen
overslaan door transfer vanuit de eerste taal.
De stappen:
Het ijsbergmodel van Jim Cummins
Tweetalige kinderen zullen soms iets meer moeite hebben om op een woord
te komen, omdat ze 2 taalsystemen in hun hoofd hebben. Deze 2 systemen
zijn echter niet van elkaar gescheiden, ze overlappen gedeeltelijk.
Centraal kennisreservoir
Dit zorgt dat je bij het aanleren van een tweede taal verder bouwt op de
fundamenten van de eerste taal die al aanwezig is in dit kennisreservoir.
Belangrijk dat ouders met hun kinderen de taal spreken die zij het beste kunnen.
1
,Het gemeenschappelijke kennisreservoir vormt ook de basis van andere
complexe cognitieve vaardigheden (abstract denken, lezen, leerinhouden) die we
uitvoeren in de ene of andere taal.
Het belang van de moedertaal
- Talen hebben gemeenschappelijk kennisreservoir
- De moedertaal zit het Nederlands leren niet in de weg
- Ouders moeten de taal spreken die ze het beste kunnen
- Thuistaal gebruiken in de klas ondersteunt het leren
Hoe komt het dat taalverwerving bij sommige sneller of trager gaat? –
verschillende factoren
Individuele verschillen Klascontext en de leerkracht
- Leeftijd - Kwaliteitsvolle interacties
- Sociale interactie en spreekdurf - Spreekkansen en feedback
- Taalaanleg
- Sociaaleconomische Belangrijk voor een veilige context te
achtergrond creëren.
Status van de moedertaal Structuur van een taal en het
- Additieve meertaligheid = ze aantal talen
leren nieuwe taal bovenop de - Hoe verder de structuur van de
thuistaal nieuwe taal staat van de
- Subtractieve meertaligheid = thuistaal, hoe trager het
nieuwe taal zorgt voor afbouw leerproces
van thuistaal - Hoe meer talen tegelijk geleerd
worden, hoe trager de
taalverwerving
Wanneer is er professionele begeleiding nodig?
Meestal is er geen probleem: fouten en trage groei horen bij normale
tweedetaalverwerving.
De stille periode = de periode waarin kinderen de nieuwe taal actief verwerken.
Het kan 3 maanden tot meer dan een jaar duren. Kinderen leren dan vooral door
te luisteren en non – verbaal te reageren.
Professionele hulp is enkel nodig wanneer er zowel in de moedertaal als de
nieuwe taal problemen zijn = taalstoornis.
Rol van de leerkracht
- Blijven praten met het kind
- Non – verbaal reageren laten gebeuren
- Rijk taalaanbod geven
- Veilig klimaat creëren
- 1 – op 1 interacties blijven aanbieden
2
, Hoofdstuk 3: Rijke teksten
Beeldende verteltechnieken om het verhaalbegrip te ondersteunen
Waarom beeldende technieken?
Voor kleuters is het niet gemakkelijk om een verhaal goed te kunnen volgen en
begrijpen. Kleuters begrijpen verhalen beter wanneer ze met hun ogen en oren
kunnen volgen.
Beeldende technieken verhogen de betrokkenheid, het begrip en de motivatie om
nadien na te vertellen of na te spelen.
Verschillende verteltechnieken
Kamishibai - Grote A3 – vertelplaten
(vertelkast) - Tekst staat op de achterkant van de vorige
plaat
= Japanse vertelvorm - Je schuift platen weg om spanning te creëren
(papieren drama) - Ideaal voor grote groepen
- Max 12 platen (6-8 voor de JK)
Tip: kies geen drukke prenten, maar focus op de
kern, vergroot enkel de kerngebeurtenissen. Gebruik
neutrale banden voor witte vlakken, beperk het
aantal prenten en trek horizontaal weg.
Vertelbord - Flanelbord of magneetbord als decor
- Figuren met velcro of magneten
- Je verplaatst de personages tijdens het
vertellen
- Decor kan blijven staan
Vertellen met - Enkele betekenisvolle objecten
voorwerpen - Vraagt meer voorstellingsvermogen van
kleuters
- Lichaam en mimiek zijn belangrijk
Andere vormen van visuele ondersteuning
- Tekenen tijdens het vertellen
- Uitbeelden met attributen
- Zandtafel
- Handpop
- Schimmenspel
Deze verteltechnieken werken alleen wanneer je niet te veel personages nodig
hebt en wanneer het verhaal zich niet op te veel verschillende plaatsen afspeelt.
3