levensloop
Studiefocus: ken de volledige redenering, modellen en interpretaties. Percentages/cijfers zijn minder
belangrijk om uit het hoofd te kennen, maar je moet wel de betekenis ervan kunnen interpreteren.
1. Levensloopperspectief: basisidee
• Seksuele ontwikkeling is levenslang: van geboorte tot ouderdom blijft aanpassing nodig aan nieuwe
lichamelijke, relationele en sociale omstandigheden.
• Ontwikkeling = aanpassen aan verandering: gedrag, gevoelens, kennis, relaties en betekenisgeving
veranderen doorheen het leven.
• Geen universele seksuele levensloop: elke levensloop is uniek, maar er zijn wel terugkerende patronen
per levensfase.
• Beste onderzoeksmethode: longitudinaal onderzoek, omdat dit echte ontwikkeling binnen
personen/generaties volgt. Cross-sectioneel onderzoek toont vooral leeftijdsverschillen.
De 6 uitgangspunten
Uitgangspunt Kernbetekenis Voorbeeld seksuele levensloop
Levenslang Ontwikkeling loopt van geboorte tot Kindertijd, puberteit, ouderschap,
dood. menopauze/andropauze, verlies partner.
Contextgebonden Biologische, psychologische en Ouders, peers, partner, cultuur, religie, seksuele
sociaal-culturele factoren werken moraal.
samen.
Plastisch Gedrag is binnen grenzen Eerdere ervaringen kunnen later een andere
veranderbaar. betekenis krijgen.
Multi-directioneel Ontwikkeling kan groei, verlies, Minder activiteit hoeft niet minder tevredenheid te
stabiliteit of betekenisverandering betekenen.
zijn.
Multi-dimensione Biologisch, cognitief, emotioneel en Puberteit; combinatie werk-ouderschap-seksualiteit.
el sociaal beïnvloeden elkaar.
Multidisciplinair Meerdere disciplines zijn nodig. Psychologie, sociologie, geneeskunde, antropologie.
2. Theorieën en modellen
Model/theorie Wat moet je kennen? Examenlogica
Freud / Erikson Vroege stadiatheorieën: vaste Beperking: weinig aandacht voor
fasen/conflicten, vooral kindertijd en levenslange ontwikkeling en historische
adolescentie. context.
Bronfenbrenner Bioecologisch model: proces, persoon, context Ontwikkeling ontstaat door interactie tussen
en tijd. Proximale processen sturen individu en omgeving.
ontwikkeling als ze regelmatig en langdurig
zijn.
Baltes Niet-normatieve invloeden, normatief Seksuele revolutie = historisch
leeftijdsgebonden invloeden, normatief cohort-effect.
historisch gebonden invloeden.
Hechting Werkmodellen uit kindertijd beïnvloeden latere Veilige, angstige, vermijdende en
seksuele cognities, emoties en gedrag. gedesorganiseerde hechting kunnen
doorwerken in seksualiteit.
Bancroft Drie domeinen: genderidentiteit, seksuele Ontwikkelen eerst relatief onafhankelijk,
responsiviteit, intieme relaties. later integratie tot volwassen seksualiteit.