Introductie
De inzet volgens Socrates: waarom filosofie belangrijk is
Filosofische problemen/vragen: kunnen niet door gespecialiseerde opgelost worden, je moet die zelf
oplossen. Vb. is wetenschap mogelijk/zinvol? Is er dood na het leven? Hoever gaat onze plicht om
mensen te helpen?
Er zijn vragen waaraan je je niet kan onttrekken: er zijn fundamentele vragen waar iedereen ooit
over nadenkt vb. wie ben ik? Wat is rechtvaardigheid? -> gaat over jezelf
->volgens Socrates kan je deze vragen niet echt vermijden, ze horen bij het mens zijn
De meeste mensen hebben al een antwoord, zonder de vraag te hebben gesteld.: Veel mensen
denken dat ze het antwoord al kennen, maar hebben er nooit echt kritisch over nagedacht.
->Socrates vond dat je eerst de juiste vragen moet stellen, voordat je een antwoord kan geven.
Er staat iets op het spel: Filosofische vragen zijn niet zomaar theorie. Ze beïnvloeden: hoe je leeft,
welke keuzes je maakt, wat je belangrijk vindt
“ken uzelf”: beroemde gedachte van Socrates: leer jezelf kennen: denk na over je overtuigingen,
je waarden, waarom je bepaalde dingen doet -> wijsheid begint wanneer je beseft dat je nog veel
niet weet
3 filosofen/ grondleggers: Socrates (gezien als grondlegger v d westerse filosofie) , Plato (leerling
Socrates), Aristoteles
Historische ontwikkeling
Filosofie: bestaat 2500 jaar ongeveer, heeft meerdere filosofische theorieën.
* In oudheid: filosofie VS mythologie: mensen verklaarden de wereld vaak met mythen (verhalen
over goden) vb. bliksem komt van de god Zeus -> Eerste filosofen: loskomen=zich emanciperen
van de mythologie: filosofen probeerden dit anders te doen: niet met verhalen maar met rede en
logische denken. Op een rationele manier denken over de werkelijkheid.
* Middeleeuwen: filosofie VS religie: religie speelde een grote rol. Filosofen probeerde het geloof te
begrijpen of te verdedigen -> filosofie & religie waren sterk verbonden met elkaar
* Moderniteit: filosofie VS wetenschap: vanaf de moderne tijd ontstaat de wetenschap.
Wetenschap onderzoekt de wereld met experimenten, metingen ,.. Filosofie stelt fundamentele
vragen vb. wat is waarheid? Wat is moraal?,… -> filosofie & wetenschap worden 2 verschillende
manieren om kennis te zoeken
Feiten (descriptief): beschrijven hoe de wereld is. vb. "Water kookt bij 100°C."
Waarden (normatief): zeggen wat goed of slecht is. vb. "We moeten eerlijk zijn."
Wetenschap onderzoekt vooral feiten, filosofie denkt na over waarden
Observatie: iets onderzoeken door te meten of te observeren (wetenschap).
Speculatie: nadenken en redeneren over ideeën (filosofie).
Economie: niet puur wetenschap: maakt soms waardeoordelen (bijv. wat is een goede economie?).->
zoals filosofie
Hoofdstuk 1: leven in een moderne maatschappij
1.1 Het moderne wereldbeeld
Aardbeving in Lissabon
, Heeft enorme impact gehad op het filosofisch denken
18de eeuw: Lissabon 1 v d belangrijkste, rijkste steden in Europa want was een koloniale
mogendheid (het land kolonies bestuurde in andere delen van de wereld vb. Angola,
Brazilië).
1 nov 1755: grote aardbeving gevolgd door brand, tsunami ->veel verwoesting, doden ->
hele grote impact op geleerden overal in Europa ->debat: in Lissabon zeggen priesters
“dit is geen toeval, is een teken v god omdat de Portugezen niet geloofden & ramp was
op 1 nov & dan is Allerheiligen (herdenking overleden, feestdag christenen) “ -> maar alle
kerken waren vernietigd maar goede buurten (rijke wijken) waren bijna intact gebleven. -
> (twijfel) & discussie/debat
Immanuel Kant:
((hij verplaatst het debat: van religieuze en filosofische verklaringen naar wetenschappelijke verklaringen
van de natuur.))
* Probeerde te verklaren waarom de aardbeving gebeurde. Zijn
verklaring was dat: er ondergrondse grotten onder de oceaan waren
met hete gassen die gassen reageerden op elkaar en dat zou de
aardbeving veroorzaken. Vandaag weten we dat dit niet klopt.
(moderne wetenschap zegt dat aardbevingen ontstaan door
tektonische platen die tegen elkaar bewegen of botsen)
* Hij zocht een wetenschappelijke verklaring: stelde geen religieuze
vragen zoals “straf van god? Wat is de boodschap? “ in plaats daarvan:
“We moeten de natuur onderzoeken en de oorzaak vinden.”
* Vertegenwoordigd en moderne manier van denken: bv bij
coronapandemie: mensen vroegen meestal: “wat is de
wetenschappelijke oorzaak” & niet “wat is de boodschap”
De aardbeving in Lissabon, debat wordt gezien als een sleutelmoment in het moderniseringsproces: er
kwam een grote verandering in hoe mensen de wereld begrijpen, denken.
* Premoderne manier van denken (vroeger): niet seculier, niet rationeel, niet wetenschappelijk
* Moderne: seculier (zonder religieuze verklaring), rationeel (gebaseerd op logica, nadenken) ,
wetenschappelijk (gebaseerd op onderzoek & bewijs)
Moderniteit/ modernisering: (concepten)
((= samenleving meer rationeel, wetenschappelijk en minder religieus wordt.))
* Desacralisering/onttovering: proces waarbij de dingen in de wereld hun speciale of magische
betekenis verliezen bv bij aardbeving: vroeger: priesters die denken dat er een speciale betekenis
is achter die aardb. Moderne visie zoals: Kant: we moeten geen verborgen betekenis zoeken
, * Rationalisering: Beslissingen worden meer gebaseerd op logica, berekening
* Verwetenschappelijking: De wereld wordt steeds meer verklaard met wetenschap en onderzoek
bv geneeskunde, technologie,
* Secularisering: het verminderen van de impact van religie op mensen, de samenleving
* Individualisering: De individuele persoon wordt belangrijker: mensen krijgen meer vrijheid om
hun eigen keuzes te maken, eigen overtuigingen te hebben, …
Moderne tijd:
((=periode waarin mensen anders beginnen te denken over de wereld, kennis, politiek en religie.))
* (Zelf) bewuste nieuwe tijd waarin men gelooft in vooruitgang en menselijke kennis.
- Ontdekkingsreizen (1492 Amerika) -> veranderde hoe mensen naar de wereld en andere
culturen keken.
- Uitvindingen: boekdrukkunst, kompas-> veranderde de samenleving: kennis kon sneller
verspreid worden, hielp bij zeevaart & ontdekkingsreizen
- Modern kapitalisme: vroeger landbouw, grondbezit nu: handel, geld, markten
- Moderne staat: De wetten komen niet meer rechtstreeks van God of de natuur, maar van
politieke macht.
- Reformatie: relig beweging die kritiek had op de katholieke kerk (belangrijke figuur:
Martin Luther) omdat de bijbel niet toegankelijk was voor gewone mensen & hij vond dat
mensen zelf de bijbel moeten kunnen lezen -> splitsing katholieke kerk, protestantse kerk.
Later secularisering
- Moderne wetenschap: Nieuwe wetenschappers begonnen de natuur systematisch te
onderzoeken. Bv newton
- Nieuwe vormen van kunst
- Filosofie: rol van het subject: In de moderne filosofie wordt de mens zelf belangrijker als
bron van kennis.
* Sleutelmoment: Verlichting (18de eeuw): belangrijke periode in moderne tijd
Ideeën:
- Rede: denken en verstand gebruiken
- Kritiek op traditie & autoriteit: vonden dat men niet blind moet vertrouwen op tradities,
koningen of de kerk.
- Emancipatie & vooruitgang: geloofden dat kennis en rede de samenleving kunnen
verbeteren.
Veranderingen zien we ook terugkomen in kunst:
->Michelangelo: revolutionair schilderwerk: in middeleeuwen zouden
mensen nooit de dingen zo afbeelden: god wordt op een zeer menselijke manier voorgesteld, even groot
als Adam, op dezelfde hoogte. -> de mens komt bijna op de gelijke voeten staan als god, de mens komt
centraal
, -> Diego: revolutionair: wij als toeschouwers kijken naar dat schilderij, nemen het
perspectief, positie in dat die koning, koningin nemen. Wij zien door de ogen v de koning, koningin. -
>toeschouwer neemt centrale plaats in, de mens komt centraal
->Robinson: roman: individu, de mens komt centraal te staan en is de basis van
alles: moet alles uitvinden
Van een Aristotelisch naar een modern wereldbeeld:
Nog 1 voorbeeld van desacralisering:
* Premoderne mensen: dachten dat de natuur een betekenis of boodschap bevatte bijvoorbeeld
sterren: men dacht dat ze iets voorspelden over het leven of de toekomst
* Moderne mensen: gaan ervan uit dat de natuur geen verborgen betekenis heeft: sterren zijn
gewoon natuurverschijnselen die we wetenschappelijk kunnen bestuderen
Aristoteles:
* Ontwikkelde een kader om filosofie en wetenschap te doen.
* Tot het einde van de middeleeuwen baseerden veel geleerden hun kennis op zijn ideeën en
methode.
* Daarom zegt men dat de moderne tijd begint wanneer het wereldbeeld van Aristoteles in vraag
wordt gesteld.
* Had een groep studenten en medewerkers die informatie verzamelden over veel
verschillende onderwerpen
* Was geinteresseerd in planten/dieren, wetteksten,…
Verschil moderne wetenschap & aristoteles:
* Aristoteles:
- observeerde wat er gebeurde in de natuur-> verzamelde info -> ordenen , classificieren
dingen
- doet geen experimenten maar observaties
- werkt niet in een laboratorium maar openlucht