Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Kinder en jeugdpsychiatrie (E0H74A)

Rating
-
Sold
-
Pages
133
Uploaded on
30-06-2026
Written in
2024/2025

Samenvatting hoorcolleges

Institution
Course

Content preview

H1: Nature en nurture & Ontwikkelingsneurobiologie​ 6
1.1 Inleiding​ 6
1.1.1 Ontwikkeling​ 6
1.1.2 Waardoor wordt ontwikkeling bepaald?​ 6
1.2 Genetica en omgeving​ 7
1.2.1 Inleiding​ 7
1.2.2 Genetica (nature)​ 8
1.2.2.1 Concordantie bij tweelingen​ 8
1.2.2.2 Voorbeeld uit de standaard over democratisering van het onderwijs​ 9
1.2.3 Nurture​ 10
1.2.3.1 Natuurlijk experiment: wolvenkinderen​ 11
1.2.3.2 Hoe wordt omgeving bestudeerd?​ 11
1.3 Gen-Omgevingscorrelaties = rGE​ 12
1.4 Gen-omgevingsinteracties = GxE​ 14
1.4.1 Belang van rGE/GxE​ 16
1.4.2 Epigenetica​ 16
1.4.3 Gedragsgenetica: 10 bevindingen​ 16
1.5 Ontwikkelingspsychopathologie​ 17
1.6 Stadia van de hersenontwikkeling​ 18
1.7 Universaliteit van de ontwikkelingsstadia​ 20
1.7.1 Inleiding​ 20
1.7.2 Brein ontwikkelt onder bepaalde voorwaarden​ 22
1.8 Samenvatting​ 24
H2: Ontwikkeling 0-2 jaar​ 26
2.1 Normale ontwikkeling - sensomotorische stadium​ 26
2.1.1 Van 0-6 maanden​ 26
2.1.2 Van 7-12 maanden​ 26
2.1.3 Van 12-18 maanden​ 27
2.1.4 Van 19-24 maanden​ 27
2.2 Hechting​ 28
2.2.1 Normale ontwikkeling -> 0-3 jaar​ 28
2.2.2 Hechtingstheorie van Bowlby​ 29
2.2.3 Hechting in DYADE​ 29
2.2.4 Hechtingstheorie​ 30
2.2.5 Ainsworth strange situation paradigma​ 30
2.2.6 Het 4de type (Mary Main, 1990)​ 31
2.2.7 Hechtingsstoornissen (vanaf kleuterleeftijd)​ 32
2.2.7.1 Reactieve hechtingsstoornis​ 32
2.2.7.2 Ontremd-sociaal-contactstoornis​ 32
2.2.7.3 Van hechting naar hechtinsstoornis​ 33
2.3 Kindermishandeling​ 33
2.3.1 Enkele cijfers​ 33
2.3.2 ACE-screening​ 34

1

, 2.3.3 Outcome van ACE’s en impact​ 34
2.3.4 Maltreatment - multifinality​ 35
2.3.5 Developmental psychopathology 0-2y​ 36
2.4 Autisme​ 37
2.4.1 Autismespectrumstoornis DSM-5​ 37
2.4.2 Genetica Autisme Spectrum Stoornis​ 38
2.4.3 Syndromale vormen​ 39
2.4.4 Etiologie van autismespectrumstoornissen​ 39
2.4.4.1 Neurologische ontwikkelingsafwijkingen​ 39
2.4.4.2 Omgeving vs genen​ 40
2.4.4.3 Geslacht​ 40
2.4.5 Repetitieve, stereotype gedragingen en specifieke interesses​ 41
H3: Autismespectrumstoornis - klinisch beeld​ 42
3.1 Wat is autisme?​ 42
3.1.1 Diagnostische criteria in DSM-5​ 42
3.1.1.1 A-criterium: sociale communicatie​ 42
3.1.1.2 B-criterium: restricted, repetitive patterns of behaviour & interests (RRBI’s)​ 43
3.1.2 Onderliggende mechanismen van ontwikkelingsstoornissen​ 44
3.1.3 Het einde van een continuüm van kenmerken​ 44
3.1.4 Hoog / laag functionerend autisme: heeft het zin?​ 45
3.1.5 Evolutie​ 46
3.1.6 Comorbiditeit (cijfers: 12-13 jarige leeftijd)​ 46
3.1.7 Differentiaal diagnose​ 47
3.1.8 Stromingen​ 47
3.2 Vaak voorkomende verschillen op neurocognitief niveau​ 47
3.2.1 Theory-of-mind (TOM)​ 47
3.2.2 Centrale coherentie (WCC) / enhanced perceptual functioning (EPF)​ 48
3.2.3 Executieve functies​ 48
3.2.4 High and Inflexible Precision of Prediction Errors in Autism (HIPPEA)​ 48
3.3 Onstaanmechanismes​ 48
3.3.1 Geschiedenis van autisme research​ 48
3.3.2 Samenloop van omstandigheden​ 49
3.3.3 Helaas is het nog ingewikkelder​ 49
3.4 Screening en diagnostiek​ 49
3.4.1 Screening​ 49
3.4.2 Diagnostiek​ 50
3.5 Interventies bij autisme​ 51
3.5.1 Geen ‘behandeling’ naar herstel​ 51
3.5.2 Stimuleren, vroeg-interventies​ 51
3.5.3 Verduidelijken van omgeving en tijd​ 51
3.5.4 Ondersteuning van de communicatie​ 52
3.5.5 Begrijpen van gedragsproblemen​ 52
3.5.6 ASS en communicatie in therapie​ 52
3.5.7 Medicatie​ 53

2

, 3.5.7.1 Mogelijkheden​ 53
3.5.7.2 Bijzondere bijwerkingen​ 54
H4: Ontwikkeling 2-6 jaar​ 55
4.1 Normale ontwikkeling - pre-operationeel stadium​ 55
4.1.1 Hoe omgaan met angsten bij peuters-kleuters ?​ 57
4.1.2 Terrible two​ 57
4.1.3 Hoe temper tantrum aanpakken?​ 57
4.2 Psychiatrische problemen bij peuters-kleuters​ 58
4.2.1 Agressie en gewetensontwikkeling 2-6 jaar​ 58
4.2.2 Gedragsstoornissen in DSM-5​ 59
4.2.2.1 Typologie gedragsstoornissen​ 59
4.2.2.2 Prognose gedragsstoornissen​ 60
4.2.3 Omgeving​ 60
4.2.3.1 Conduct Disorder: omgevingsrisico’s (~ 60%)​ 60
4.2.3.2 Omgevingseffecten? Ouder-kind​ 61
4.2.3.3 Ontwikkelingsmodel over de tijd​ 62
4.2.3.4 Identificatie en defaitisme​ 62
4.2.4 Genetica​ 63
4.2.5 Gen-omgevingsinteracties​ 65
4.2.6 Gen-omgevingscorrelaties​ 67
4.2.7 Aanpak gedragsstoornis​ 67
H5: Ontwikkeling 6-12 jaar​ 69
5.1 Normale ontwikkeling - concreet operationeel stadium​ 69
5.2 ADHD​ 71
5.2.1 Definitie + types ADHD​ 71
5.2.2 Diagnose​ 72
5.2.3 Prevalentie en prognose ADHD​ 74
5.2.3.1 Prevalentie​ 74
5.2.3.2 Prognose​ 75
5.2.4 Antisociaal gedrag en ADHD​ 77
5.2.5 Etiologie van ADHD​ 78
5.2.5.1 Genetica​ 78
5.2.5.2 Neurobiologische associaties​ 78
5.2.5.3 Neurofysiologie​ 79
5.2.6 Neuropsychologische disfuncties​ 82
5.2.6.1 Inhibitie​ 82
5.2.6.2 Executieve functies​ 83
5.2.6.3 Motivationeel deficit: uitstel van beloning​ 84
5.2.6.4 Tijdsperceptie deficit​ 84
5.2.6.5 Samenvatting neurocognitieve dysfuncties​ 85
5.2.7 Behandeling​ 85
5.2.7.1 Niet-farmacologische behandeling​ 85
5.2.7.2 Farmacologische behandeling​ 87
5.2.8 Stigma en ADHD​ 87

3

,H6: Ontwikkeling 12-18 jaar​ 88
6.1 Normale ontwikkeling - formeel operationeel stadium​ 88
6.1.1 Adolescent denken​ 89
6.1.2 Ontwikkelingsnoden, ontwikkelingstaken en gedrag​ 89
6.1.3 Hormonale veranderingen​ 92
6.1.4 Het adolescente brein​ 92
6.2 Alcohol​ 93
6.2.1 Verslaving​ 93
6.2.2 Alcohol effecten​ 94
6.3 Zelfverwonding​ 95
6.3.1 Inleiding: adolescente psychopathologie​ 95
6.3.2 Risicofactoren voor suïcidaliteit bij adolescenten​ 96
6.3.3 Suïcidaliteit vs non-suïcidale zelfverwonding​ 97
6.3.4 Zelfverwondend gedrag​ 97
H7: Trauma- en stressgerelateerde stoornissen​ 99
7.1 DSM-V​ 99
7.2 Trauma typologie​ 99
7.3 Acute Stress stoornis / PTSS: symptoom clusters​ 99
7.4 Risico- en protectieve factoren​ 101
7.5 (Neuro)biologische aspecten​ 101
7.5.1 Genetica van traumagerelateerde stoornissen​ 101
7.5.2 Onderzoek naar PTSS en neurobiologie​ 102
7.5.3 Anatomische structuren​ 103
7.5.4 Neurobiologische modellen dissociatie​ 104
7.6 Behandeling​ 104
H8: Somatisch-symptoom stoornis​ 106
8.1 Inleiding: holistische geneeskunde​ 106
8.2 Somatisch-symptoom stoornis in DSM-V​ 107
8.2.1 DSM-V definitie​ 107
8.2.2 Types en verwanten​ 107
8.3 Historiek​ 108
8.4 Prevalentie​ 109
8.5 Factoren​ 109
8.5.1 Profiel van kinderen​ 109
8.5.2 Onderhoudende factoren: cognities en gedrag​ 110
8.5.3 Profiel van de gezinnen​ 110
8.5.4 Externe stressoren​ 110
8.5.5 Biologische factoren​ 110
8.6 Behandeling​ 112
8.6.1 Psycho-educatie​ 112
8.6.2 Fysiotherapie​ 113
8.6.3 Psychotherapie​ 113
H9: Eetstoornissen bij kinderen en jongeren​ 115
9.1 Situering​ 115

4

, 9.2 Anorexia nervosa​ 116
9.2.1 Historiek​ 116
9.2.2 Classificatie DSM-5​ 116
9.2.3 Lichamelijke gevolgen: ‘the biology of starvation’​ 118
9.2.3.1 Experiment: the great starvation​ 118
9.2.3.2 Lichamelijke gevolgen​ 118
9.2.4 Kwetsbaarheidsmodel​ 119
9.2.4.1 Risicofactor: puberteit​ 119
9.2.4.2 Risiciofactor: genetica/biolgoie​ 119
9.2.4.3 Risicofactor: psychologie/omgevingssterssoren​ 120
9.2.4.4 Risicofactor: rol van het gezin​ 120
9.2.4.5 Risicofactor: media/maatschappij​ 120
9.2.5 Epidemiologie, verloop en outcome​ 120
9.2.6 Behandeling​ 121
9.2.6.1 Specifieke uitdagingen​ 121
9.2.6.2 Guidelines jongeren​ 121
9.2.6.3 Behandeling met het gezin​ 122
1. Maudsley-model​ 122
2. Multi Family therapy (Maudsley-model)​ 122
9.2.6.4 Individuele therapie​ 123
9.2.6.5 Medicatie​ 123
9.2.7 Terugvalpreventie​ 124
H10: Stemmingsstoornissen​ 125
10.1 Inleiding: wat is depressie?​ 125
10.2 Klinisch beeld van depressie​ 125
10.3 Depressieve episode vs. depressieve stoornis​ 126
10.3.1 Tekenen van depressie bij kinderen/jongeren​ 126
10.3.2 Suïcidaliteit - een proces​ 127
10.3.3 Majeure Depressieve Stoornis (MDD)​ 127
10.4 Voorkomen en co-morbiditeit​ 129
10.4.1 Voorkomen​ 129
10.4.2 Co-morbiditeit​ 129
10.5 Pathogenese​ 130
10.5.1 Ontwikkeling van depressie​ 130
10.5.2 Omgevingsfactoren​ 130
10.6 Gevolgen – disfunctioneren​ 131
10.7 Verloop – prognose​ 132
10.8 Behandeling​ 133




5

, Kinder- & jeugdpsychiatrie
H1: Nature en nurture & Ontwikkelingsneurobiologie
1.1 Inleiding
1.1.1 Ontwikkeling
Normaal = mijlpalen van fysieke, cognitieve, taal- en socio-emotionele ontwikkelingen worden
(ongeveer) op specifieke leeftijden bereikt

Merk op:
●​ Er is ontwikkeling in verschillende domeinen
●​ Tabellen met een korrel zout nemen
○​ Ene kind ontwikkelt sneller dan het andere
○​ Niet elk domein ontwikkelt even snel als het andere
●​ Reclame van Evian: bijzonder -> baby’s doen dingen die een baby/peuter normaal niet kan
○​ Toont de essentie van de betekenis van het woord ontwikkeling
○​ Realiseer telkens in welke fase van de ontwikkeling het kind zich bevindt en wat mag
je dus van het kind verwachten
○​ In onze maatschappij gaat het inschatten van wat onze kinderen kunnen vaak mis
○​ We verwachten vaak te veel van kinderen




1.1.2 Waardoor wordt ontwikkeling bepaald?
●​ Nature = genen/genetica
○​ Alles wat op voorhand vastligt - veel is op voorhand geprogrammeerd
○​ Determinisme: bij aanvang zal de ene persoon andere vaardigheden ontwikkelen dan
de andere
■​ Vb. sportiviteit: niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden om olympisch
kampioen te worden
■​ Iedereen moet hard trainen maar voor sommige toch eenvoudiger
○​ Niet iedereen heeft dezelfde startpositie
○​ Het is verwonderlijk dat we dit soms wel verwachten


6

, ■​ Taboe bij cognitieve vaardigheden: aan ouders vragen ‘als je weet dat een
gemiddeld IQ 100 is, wat denk je dat het IQ van je kind is?’
■​ Bijna alle ouders zeggen dat hun kind gemiddeld is, het is niet intrinsiek
acceptabel voor ouders als dit niet het geval zou zijn
●​ Nurture = levenservaringen (gezin, school, vrienden, cultuur) + biologische omgeving
○​ Opvoeding
○​ Omgevingsinvloeden

Merk op:
Hoeveel van elk en hoe? -> Tweeling- en adoptiestudies = natuurlijke experimenten die genetische en
omgevingsfactoren scheiden

Adoptie Tweelingen
Biologische vs Identieke tweelingen die apart opgroeien
opvoedende ouders Monozygote vs dizygote tweelingen die samen opgroeien
●​ Monozygoot = genetisch hetzelfde -> 1-eiige tweelingen
-> Concrete bijdrage ●​ Dizygoot = genetisch gemiddeld 50% hetzelfde
van opvoedende ○​ Broers/zussen of 2-eiige tweelingen
ouders bekijken ○​ Theoretisch kan het 100% zijn maar ook 0%
○​ Omgevingsinvloed is gelijk voor beiden maar genetische
invloed niet

-> bestuderen hoe erfelijk een aandoening is, wat is de kans?

Concordantie = samen voorkomen van dezelfde problematiek
●​ Als 1 van de twee autisme heeft, wat is de kans dat de andere
tweeling het ook heeft? (= concordantie van autisme)
●​ Als het meer voorkomt of vaker concordant is bij de monozygote
tweelingen dan bij de dizygote tweelingen => aanwijzing dat het
een erfelijk kenmerk is


1.2 Genetica en omgeving
1.2.1 Inleiding
●​ Individu ≠ onbeschreven blad
○​ Niet alles is mogelijk
○​ Iedereen heeft zijn eigen sterktes en
zwaktes -> ligt op voorhand vast
●​ Genetische opmaak bepaalt startpositie en
ontwikkelingsmogelijkheden

Je komt op de wereld en ouders hopen dat ze veel invloed
kunnen hebben op het kind -> worden zoals zij willen. Er is
wel een invloed maar er zijn ook veel andere factoren die je niet kan beïnvloeden met de opvoeding

The Jim twins: Identieke tweelingen, gescheiden toen ze 4 jaar waren en herenigd toen ze 39 waren
-> zowel gemeenschappelijke als verschillende kenmerken

7

,Conclusie: Als we zeggen het is genetisch bepaald, bedoelen we hier niet letterlijk dat er een gen
bestaat waardoor je bepaalde keuzes maakt maar wel dat je persoonlijkheidskenmerken hebt die
leiden tot bepaalde keuzes.


1.2.2 Genetica (nature)
= mate waarin variantie voor bepaald kenmerk in de bevolking bepaald is door genetische verschillen
●​ Klassieke genetica:
○​ Chromosomaal = afwijking in aantal chromosomen of in structuur van chromosomen
■​ Vb. Trisomie 21
■​ Vb. in Autisme: 5%
○​ Monogenetisch = meeste erfelijke aandoeningen ontstaan door een foutje in 1 gen
■​ Vb. Ziekte van Huntington:
●​ Bewegingsafwijkingen: verliezen de controle over hun motoriek
●​ Dementie: verstandelijke beperking
○​ Polygenetische afwijkingen - veel verschillende onderliggende genen voor complexe
vaardigheden spelen samen een rol
■​ Additief (optelsom):
●​ Wanneer ≥ 2 genen 1 enkele bijdrage leveren aan uiteindelijke
fenotype
●​ Wanneer allelen van 1 enkel gen (in heterozygoten) zo combineren
dat hun gecombineerde effecten = aan som van individuele effecten
■​ Multiplicatief (vermenigvuldiging), epistatisch
●​ Gen A en B leiden tot een bepaalde vorm
●​ Stel C komt hier nog eens bij -> niet additief maar vermenigvuldigt
de vorm nog eens
●​ Epistase = verschijnsel in genetica waarbij effect van een genmutatie
afh is van aan- of afwezigheid van mutaties in ≥ 1 andere genen
●​ Nieuwe genetica
○​ Gedragsgenetica -> tweelingstudies: als de concordantie van een fenotype groter is
bij monozygote tweelingen dan bij dizygote, dan moet dit genetisch zijn
■​ Groeiden samen in dezelfde omgeving op
○​ Concordantie: aanwezigheid van dezelfde trek in beide leden van een tweelingpaar
■​ Gebruikt om het risico op het ontwikkelen van een stoornis te schatten

Formule Erfelijkheid
●​ 2 x (rMZ-rDZ)
●​ 2x het verschil tussen de concordantie van de mono- en dizygote

!! schatting van de erfelijkheidsgraad van de aandoening

1.2.2.1 Concordantie bij tweelingen
●​ Dyslexie: concordantie bij MZ is groot maar ook hoge concordantie bij DZ-tweelingen
○​ Voor een deel erfelijk
○​ Er is een verschil maar er is ook een deel omgevingsinvloed
●​ Autisme: bij MZ heel vaak concordantie (als de ene het heeft, heeft de andere het ook) en bij
DZ-tweelingen veel minder
8

,1.2.2.2 Voorbeeld uit de standaard over democratisering van het onderwijs
●​ Boodschap: we glijden af naar een erfelijke meritocratie en we moeten hier voor oppassen,
we willen iedereen gelijke kansen geven in het onderwijs
○​ Erfelijke meritocratie = bepaalde groep zal erin slagen om diploma hoger onderwijs
te halen, namelijk degene wiens ouders ook een opleiding hebben gekregen
○​ Natuurlijk hebben kinderen van hoger opgeleide ouders meer kans, dat is evident
■​ Je mag dit precies niet uitspreken maar er is wetenschappelijke evidentie
■​ Hij probeert iets te ontkrachten waarvoor er evidentie is




●​ Welke factoren zijn belangrijk om verder te studeren en om goede resultaten te halen?
○​ Zie tabel
○​ Aantal van die factoren zijn erfelijk bepaald: vb. IQ, persoonlijkheidskenmerken




●​ Vertaalt zich ook meteen in behandelingsmogelijkheden
○​ Iets dat meer omgeving bepaald -> meer beïnvloeden en veranderen

9

, ○​ Aan genetica kan je niks doen
○​ Vb. ADHD kunnen we niet veranderen maar we kunnen de omgeving wel aanpassen
zodat het kind er minder last van heeft


1.2.3 Nurture
= omgeving
●​ Bio-fysisch:
○​ Pre-/perinataal:
■​ Baarmoederlijk milieu:
●​ Roken en drinken tijdens de zwangerschap
●​ Stress zorgt voor hoger cortisolniveau en baby -> ook wat invloed op
hersenontwikkeling
■​ Geboortecomplicaties: vb. zuurstoftekort
○​ Toxiciteit:
■​ Voeding: belangrijk voor hersenontwikkeling
■​ Pollutie: vb. in hoog- geïndustrialiseerde gebieden is het gemiddeld IQ van
de bewoners lager dan in minder vervuilde gebieden
■​ Infectie: vb. infectie die mama oploopt tijdens de zwangerschap
○​ Hersentrauma: elk incident waarbij er hersenschade wordt opgelopen heeft invloed
op cognitie, gedrag, persoonlijkheid
●​ Gezin:
○​ Koestering, sensitief ouderschap -> angsten en stress dempen
○​ Waarden, regels, toezicht:
■​ Waarden: soms expliciet en soms impliciet meegeven
●​ Maakt dat je bepaalde dingen wel/niet mocht en dat bepaalde
dingen gestimuleerd worden (spiegelend)
●​ Soms hebben waarden in het gezin het omgekeerde effect, ‘ik wil
niet zijn zoals mijn ouders’
■​ Regels & toezicht: zouden er moeten zijn vanuit een beschermend standpunt
○​ Stimulatie, motivatie, hulp
■​ Waar stuurt het gezin je naartoe
■​ vb: 2 kids in 2 gezinnen die muzikaal even getalenteerd zijn. De ene ouders
brengen ze elke week 2x naar de muziekschool, … en de andere niet
●​ Onderwijs: schoolethos (oa. motivatie van leerkrachten)
●​ Vrienden, buurt, hobby’s
●​ Cultuur, welvaart, zorg vb. Helm dragen tijdens het skieen

Merk op: omgeving is veel meer dan alleen maar ‘gezin’ en ‘opvoeding’




10

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 30, 2026
Number of pages
133
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$9.01
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
fienbuelens

Get to know the seller

Seller avatar
fienbuelens Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
5 months
Number of followers
0
Documents
38
Last sold
1 month ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions