lagere school in Vlaanderen1
1.1: Opbouw leerplan
PAGINA 39: Weten dat verschillende boeken verschillende
redacties gehad hebben en dat iemand dat heeft samengenomen
en een selectie heeft gemaakt
1.2 Een integrale benadering vanuit drie perspectieven
Het vak Godsdienst wordt vormgegeven vanuit een integrale benadering, waarbij drie
perspectieven met elkaar verweven worden:
1. Context / pluraliteit
2. Christelijk geloof / traditie
3. Leerling / identiteit
Elke les of lessenreeks moet uit alle drie de perspectieven elementen bevatten.
Samen creëren ze een rijke pedagogische omgeving.
1. Context / pluraliteit
Nodigt uit om te kijken wat betekenisvol is in de wereld van vandaag.
Stimuleert kinderen in hun levensbeschouwelijke ontwikkeling door oog te
hebben voor de samenleving en actuele thema’s, zoals sociale ongelijkheid of
onrecht.
1
, Erkent diversiteit en pluraliteit in de klas en in de samenleving als oefenkans
voor interlevensbeschouwelijke dialoog.
Doel: kinderen leren van andere overtuigingen, respect en waardering
ontwikkelen, en de eigen levensbeschouwelijke identiteit ontdekken.
Samenleving is divers en dit brengen we binnen in de klas. We gaan hierover in
gesprek. Dit noemen we interlevenbeschouwelijke dialoog.
2. Christelijk geloof / traditie
Kinderen maken kennis met de katholieke traditie, inclusief:
o Bijbelverhalen, geloofsfiguren, rituelen, symbolen, kunst en christelijke
organisaties
Vormen kansen om verschillende zingevingsvragen ter sprake te
brengen.
Dit perspectief biedt zin en richting over mens en wereld vanuit een christelijk
standpunt.
Bevordert religieuze geletterdheid, nodig om de cultuur en haar geschiedenis
te begrijpen.
Helpt leerlingen bij levensbeschouwelijke reflectie en het gesprek over
zingevingsvragen.
Religieus geletterd maken: vertrouwd worden wat met geloof en christendom
bijvoorbeeld heeft te maken.
3. Identiteit / leerling
Vertrekt vanuit het persoonlijke levensverhaal van het kind: ervaringen,
vragen, verlangens, zoeken naar zin.
Doel: kinderen helpen hun ‘binnenkant’ te ontwikkelen, aandacht voor
levensvragen en transcendentie. Om stil te staan bij bepaalde ervaringen,
levensvragen, waarom-vragen.
Kinderen krijgen de kans om ervaringen verder te verkennen en doorvoelen,
in dialoog met:
o De katholieke traditie
o Andere levensbeschouwingen
o De bredere context
1.3: de 10 intenties = uitgangspunt van het leerplan
Intentie= wat is de visie of bedoeling van het leerplan? Wat wil het leerplan
beklemtonen?
1. Integrale benadering in Godsdienstonderwijs
Een integrale benadering betekent dat de drie perspectieven (context/pluraliteit,
christelijk geloof/traditie, identiteit/leerling) met elkaar in wisselwerking treden.
2
,De perspectieven zijn met elkaar verweven. Hen doen nadenken over eigen standpunt,
emoties, ervaringen, blik op de wereld.
Belangrijkste kenmerken
1. Geen vaste volgorde
o De drie perspectieven hoeven niet chronologisch behandeld te worden.
o Ze kunnen in verschillende volgordes en combinaties aan bod komen,
afhankelijk van de lesinhoud en de groep leerlingen.
2. Dialoog tussen perspectieven
o De perspectieven versterken, verrijken of aanvullen elkaar.
o Ze kunnen elkaar ook kritisch uitdagen en in vraag stellen, waardoor
diepere reflectie ontstaat.
3. Hermeneutisch-communicatief proces
o Ondersteunt de wisselwerking tussen perspectieven.
o Zorgt dat leerlingen niet alleen kennis opnemen, maar ook betekenis en
begrip ontwikkelen door dialoog en interpretatie.
2. Hermeneutisch-communicatief werken – kernpunten
Hermeneutiek betekent interpretatie, betekenis zoeken en vertalen. Zoeken naar
betekenis in de wisselwerking tussen de drie perspectieven. In Godsdienstonderwijs
worden leerlingen uitgenodigd om dit te doen binnen de drie perspectieven:
1. Leerling / identiteit
o Kinderen reflecteren op hun eigen levensverhaal en ervaringen. Ze
interpreteren die en zoeken naar wat betekenis geeft in hun eigen leven.
2. Context / pluraliteit
o Ze ontdekken de werkelijkheid rondom hen, met al haar diversiteit aan
stemmen.
o Ze zoeken betekenis in de wereld en leren omgaan met verschillen.
3. Christelijk geloof / traditie
o De christelijke traditie wordt geïnterpreteerd in het licht van de huidige
context.
o De Bijbel en geloofsverhalen worden gezien als complexe verhalen, niet als
historische feiten of ethische handleidingen.
4. Hermeneutisch knooppunten
o De spanning tussen verschillende uitgangspunten, verschillende
interpretaties, verschillende visies. Een hermeneutisch knooppunt is het
samenkomen van verschillende visies op een onderwerp. Elke leerling zit in
de klas met een eigen complexe identiteit en daarom heeft elke leerling
ook een eigen interpretatie, visie of mening bij een onderwerp.
3
, = uitgangspunt van godsdienstles! En dus niet enkel het christendom.
Hierdoor ontstaan discussies bijvoorbeeld en kan je met elkaar in dialoog
gaan.
Integratie met integrale benadering
Hermeneutisch werken gebeurt niet afzonderlijk per perspectief, maar juist in
de wisselwerking tussen de drie perspectieven.
Deze aanpak ondersteunt het integrale werken, waarin perspectieven elkaar
aanvullen, verrijken of kritisch uitdagen.
Communicatieproces
Het hermeneutisch-communicatief proces combineert betekenisgeving
(hermeneutiek) met gesprek en uitwisseling.
Kinderen worden toegesproken en aangesproken op hun zienswijzen, ontdekken
nieuwe inzichten en ontwikkelen rijkere betekenissen.
De leraar modereert het gesprek, brengt katholieke inzichten in, maar stuurt niet naar
één vaste interpretatie.
Het godsdienstonderwijs is dus een dynamisch gebeuren dat de identiteitsvorming van de
leerlingen stimuleert vanuit een integrale aanpak. Dit gebeurt in een communicatieproces
waarin er een wisselwerking is tussen leerlingen, leraar en leerinhoud.
Communicatie is zowel methode als inhoud: leerlingen ontwikkelen kennis,
vaardigheden, attitudes en levensbeschouwelijke reflectie. Deze uitwisseling bevordert bij
de leerlingen het verwerven van nieuwe en rijkere kennis, inzichten, vaardigheden en
attitudes omtrent leven en geloven. Communicatie is een interactie, waaraan elke
betrokkene deelneemt als totale persoon, met hoofd, hart, handen en geest
Praktische implicaties voor Bijbelles
Vermijd een letterlijke lezing van de Bijbel.
Toon de Bijbel als een verzameling van verhalen van mensen die vanuit
verschillende contexten getuigen over hun Godservaringen.
Laat ruimte voor meerdere interpretaties, zodat leerlingen zelf betekenis
kunnen ontdekken en zodat hermeneutiek kan plaatsvinden.
Verken Jezus in de context van vandaag, niet alleen als historische figuur.
Conclusie
4