Oefening 1:
a) Ja, er bestaat een verplichting voor het hof indien een zaak aanhangig is bij
een nationale rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het
nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep. Het Hof van Cassatie is de
hoogste instantie om recht te spreken op nationaal niveau en er zal dus een
prejudiciële vraag gesteld moeten worden. (art 267, lid 3 VWEU) (arrest-CILFIT
geen acte clair: er is twijfel want ook verschil in uitkomst in eerste en laatste
aanleg)
b) Nee, dan is het hof niet meer verlicht om een prejudiciële vraag te stellen. Het
gaat dan om een acte éclairé: de betekenis van de bepaling van Unierecht is al
verduidelijkt door HvJ in het arrest van 2012. (arrest-CILFIT) MAAR er is een
verduidelijking over het woord van beroepsopleiding maar hier is er een vraag
over het woord hoogbezigheid dus het hof heeft het nog niet verduidelijkt en er is
dus geen acte éclairé en wel een verplichting.
c) Ja, het hof is verplicht om een prejudiciële vraag te stellen als de nationale
rechter vermoedt dat handeling van de Unie ongeldig is. Opdat het hof het recht
buiten toepassing mag laten, moet het om verduidelijking vragen want enkel het
hof van justitie van de Europese unie kan beslissen dat een handeling ongeldig is.
(Arrest-Foto Frost)
d) Ja, het hof is verplicht om een prejudiciële vraag te stellen als de nationale
rechter vermoedt dat handeling van de Unie ongeldig is, deze verplichting geldt
ook voor de lager rechtbanken in het nationale recht.
Oefening 2:
-In hoofdorde: De richtlijn moet worden toegepast en Mark moet zijn kosten
vergoed zien
-Ondergeschikt: De Duitse staat moet de schade vergoeden die Mark lijdt
Bij strijdigheid van nationaal recht met een norm van de Eu heeft het eu-
recht voorrang en moet het nationaal recht buiten toepassing gelaten
worden. Hier zou de richtlijn dus voorrang hebben op de Duitse wet.
(COSTA t. ENEL + Simmenthal)
Richtlijnconforme interpretatie:
- Omzettingstermijn verstreken: ja, hij moest omgezet worden tegen
31/12/2015 en het voorval gebeurde op 17/03/2026
- 2 grenzen: Contra legem: ja, nationale regel geeft termijn van 14 dagen en
de richtlijn 1 maand, die kunnen niet conform elkaar geïnterpreteerd worden