In week 5 stappen we van het probleem van de wetgeving over naar dat van de rechtspraak.
Immers, de door de wetgever opgestelde algemene regels moeten door de rechter in de
praktijk op individuele gevallen worden toegepast. Wat is er nu zo problematisch aan het idee
van de rechter als louter toepasser van de wet? De kwesties die zich hier voordoen zijn: is
rechtspraak enkel en alleen rechtstoepassing of is het meer? En als rechtspraak méér is, wat is
(of behoort) dan precies de rol van de rechter (te zijn)? Is hij in zijn oordeel hoe een bepaalde
rechtsvraag moet worden beantwoord (volledig) vrij of (altijd) gebonden aan het recht?
Stelling: Het recht dat door de rechter wordt toegepast, gaat vooraf aan zijn beslissing.
Opdracht 1: Onderzoek de uitspraak in Riggs v. Palmer: waarop baseert de rechter zijn
beslissing?
De rechtsregels zelf (bv. civil law)
De argumenten aangevoerd door de partijen
Het doel van rechtsregels en van degene die ze maakte (‘The
intention of the law-makers’)
De rechtvaardigheid en redelijkheid van de intentie van de
regelgever (‘What could be more unreasanable to suppose that it
was the legislative intention to…’)
Rechtsbeginselen (‘No one shall profit by his own fraud’)
De eigen visie van de rechters (‘My point of vieuw is…’)
Gelijkaardige eerdere zaken (‘a case quit like this one is…’)
Opdracht 2: Onderzoek de uitspraak in Van Gend en Loos: waarop baseert de rechter zijn
beslissing?
De rechtsregels zelf (art 12)
De argumentatie van de partijen
De al dan niet directe werking van rechtsregels
Doel en structuur van het verdrag
Opdracht 3: Bediscussieer hoe de door Westerman besproken filosofen (Dworkin, Hart,
Llewellyn en Altman) over de redenering van de rechters zouden denken.
Dworkin: Stel dat er op een juridische vraag niet één juist antwoord is,
maar verschillende, verdedigbare antwoorden. Uiteindelijk is het dan een
kwestie van de keuze van de jurist. Als het recht geen oplossing biedt en
er is geen gepaste rechtsregel, dan moet men zich beroepen op de
rechtsbeginselen. Als de rechter in moeilijke gevallen keuzevrijheid kreeg,
had het recht terugwerkende kracht. Rechters behoren zich sowieso te
laten leidend oor beginselen want anders zouden ze elk geval als een