Wetgeving lijkt een praktisch middel te zijn om onze samenleving te ordenen.
Door algemene regels te stellen (en te handhaven) kan de overheid het gedrag
van alle burgers sturen en chaos voorkomen. Ook hier spelen filosofische vragen
een rol. Gelet op de moeilijkheden die kleven aan het (op)stellen van (goede)
algemene regels, kan de wetgever in zijn pogingen goed functionerende regels te
maken, in meer of mindere mate falen. Idealiter moet een rechtvaardige en wijze
wetgever onze samenleving (be)sturen, maar dan rijst de vraag: wat is
rechtvaardigheid en wijsheid?
Stelling 1: Wetgeving moet functioneren (maar voor wie?).
Casus: De koning-wetgever
Opdracht: Lees Fullers allegorie van Koning Rex. Zoek naar de gemene deler van
de fouten die hij maakt. Had Koning Rex deze fouten kunnen voorkomen wanneer
hij (a) meer van het leven zou begrijpen, of (b) meer verstand van wetgeving zou
hebben?
-Gemene deler: In deze allegorie wordt getoond hoe koning rex faalt in het
wetgevingsproces door zijn beperkte vaardigheden in het maken van wetten (hij
begrijpt o.a. zelf niet welke structuur er in een wetboek moet zitten), doordat zijn
beslissingen vaak heel impulsief genomen worden en doordat hij
grootsheidwaanzin had en zichzelf zag als dé koning die het veel beter zou doen
dan al de rest.
-Had Rex de fouten kunnen voorkomen als hij meer van het leven zou
begrijpen of meer verstand van wetgeving zou hebben?
a) Ja, (1) als je wilt weten wat het recht zelf is, dan moet je kijken waar mensen
toe in staat zijn’ volgens Fuller, hij had dus meer naar het eigenlijke volk in de
samenleving moeten kijken opdat hij zou begrijpen wat recht en dus wetgeving
is. (2) Hij had zich ook in de plaats van de burgers kunnen stellen en ervoor
kunnen zorgen dat ze niet ‘hoe dan ook’ de wet zouden overtreden. (3) Volgens
Fuller moet men de mens zoals die is centraal stellen en daarvoor keuzes maken,
dat had Rex ook kunnen doen.
b) Ja, (1) volgens Fuller is heeft wetgeving helemaal niks te maken met
opvoeding maar is het de bedoeling dat het de mens naar een bepaalde
bestemming leidt (seculiere natuurrecht), als hij dit had geweten had hij dit
kunnen toepassen. (2) Misschien dat hij zich eerst ook had moeten verdiepen in
het recht vooraleer hij ervanuit had kunnen gaan dat hij de wetgever zou worden
die alle problemen kon oplossen (grootsheidswaanzin). (3) En ook ervaring kan
een rol spelen.