OG 4, De interpretatie van normen:
1. A) Het is verboden want art 8.3 van het bovenstaand KB vermeld
dat een bestuurder in staat moet zijn te sturen en daarvoor de
vereiste lichaamsgeschiktheid moet bezitten. Strafwet moet altijd
letterlijk geïnterpreteerd worden (exegetische
interpretatiemethode)
B) Het is verboden tenzij het toestel in een in een houder aan het
voertuig bevestigd is. (art 8.4)
C) Dit klopt niet, de fiets is wel een voertuig en Stef is wel de
bestuurder maar je kan ja gsm wel gebruiken als je stilstaat of
parkeert of als hij vastzit in een houder(art 8.4).
D) Als je achter een pedaal blijft hangen kom je in strijd met artikel
8.3. Als je zo botst is het strafbaar. Je zal voor je eigen schade
moeten instaan maar ook de schade die veroorzaakt is aan derden
(de verzekering zal ook niet tussenkomen).
E) Er zat een hond op de zetel vooraan in de auto waardoor er een
discussie ontstond over of de bestuurder zo in staat was om te
sturen. De agent die de boete uitschreef interpreteert dat ze door de
hond niet in staat zou zijn om tegoei te sturen. De rechter
interpreteer (pretoriaanse /rechterlijke interpretatie) in de praktijk
kan dus de toepassing van de rechtsregel de bestaande regels soms
inhoudelijk aanvullen, juridisch ontbreekt enige kracht van
precedent in ons rechtbestel waardoor casuïstische interpretatie
slechts enige betekenis krijgt wanneer verschillende beslissingen
een gelijkaardige interpretatie krijgen, ook zal gezien de hiërarische
structuur van de rechtspraak in interpretatie aan belang winnen
naargelang de instantie die interpreteert.
2. A) Hij maakt een redenering naar analogie/a pari: Hij vindt dat een
fiets en een elektrische step hetzelfde karakter vertonen en dat de
rechtsregel die geldt voor mensen die met de fiets naar het werk
gaan, ook geldt voor mensen die dit met een elektrische step doen.
Nee, er is een verbod op analoge interpretatie voor het
fiscaal recht. Hier geldt immers het fiscaal legaliteitsbeginsel (art
170 GW). Fiscaal recht kan enkel worden toegepast op situaties die
uitdrukkelijk door deze wetsbepaling worden geviseerd. Wanneer de
analoge redenering zou worden toegelaten, dan zouden gevallen,
niet uitdrukkelijk door de wet geregeld worden maar via bepaalde
essentiële elementen overeenkomen met één van de gevallen van
de wet die volgens het recht worden onderworpen aan belasting.
Redenering naar analogie: dit houdt in dat men een
rechtsregel/principe toepasselijk verklaart omwille van het
gelijkaardig karakter van dat geval met dat wat in de wet vermeld
wordt.
1. A) Het is verboden want art 8.3 van het bovenstaand KB vermeld
dat een bestuurder in staat moet zijn te sturen en daarvoor de
vereiste lichaamsgeschiktheid moet bezitten. Strafwet moet altijd
letterlijk geïnterpreteerd worden (exegetische
interpretatiemethode)
B) Het is verboden tenzij het toestel in een in een houder aan het
voertuig bevestigd is. (art 8.4)
C) Dit klopt niet, de fiets is wel een voertuig en Stef is wel de
bestuurder maar je kan ja gsm wel gebruiken als je stilstaat of
parkeert of als hij vastzit in een houder(art 8.4).
D) Als je achter een pedaal blijft hangen kom je in strijd met artikel
8.3. Als je zo botst is het strafbaar. Je zal voor je eigen schade
moeten instaan maar ook de schade die veroorzaakt is aan derden
(de verzekering zal ook niet tussenkomen).
E) Er zat een hond op de zetel vooraan in de auto waardoor er een
discussie ontstond over of de bestuurder zo in staat was om te
sturen. De agent die de boete uitschreef interpreteert dat ze door de
hond niet in staat zou zijn om tegoei te sturen. De rechter
interpreteer (pretoriaanse /rechterlijke interpretatie) in de praktijk
kan dus de toepassing van de rechtsregel de bestaande regels soms
inhoudelijk aanvullen, juridisch ontbreekt enige kracht van
precedent in ons rechtbestel waardoor casuïstische interpretatie
slechts enige betekenis krijgt wanneer verschillende beslissingen
een gelijkaardige interpretatie krijgen, ook zal gezien de hiërarische
structuur van de rechtspraak in interpretatie aan belang winnen
naargelang de instantie die interpreteert.
2. A) Hij maakt een redenering naar analogie/a pari: Hij vindt dat een
fiets en een elektrische step hetzelfde karakter vertonen en dat de
rechtsregel die geldt voor mensen die met de fiets naar het werk
gaan, ook geldt voor mensen die dit met een elektrische step doen.
Nee, er is een verbod op analoge interpretatie voor het
fiscaal recht. Hier geldt immers het fiscaal legaliteitsbeginsel (art
170 GW). Fiscaal recht kan enkel worden toegepast op situaties die
uitdrukkelijk door deze wetsbepaling worden geviseerd. Wanneer de
analoge redenering zou worden toegelaten, dan zouden gevallen,
niet uitdrukkelijk door de wet geregeld worden maar via bepaalde
essentiële elementen overeenkomen met één van de gevallen van
de wet die volgens het recht worden onderworpen aan belasting.
Redenering naar analogie: dit houdt in dat men een
rechtsregel/principe toepasselijk verklaart omwille van het
gelijkaardig karakter van dat geval met dat wat in de wet vermeld
wordt.