Curatief: uiteindelijk streven naar integratie in persoonlijk en sociaal leven
Palliatief: uiterlijk gericht op kwaliteit van sterven
Advanced care planning = Proactieve zorgplanning
= afspraken die worden gemaakt over
- Wat (niet meer)) gedaan moet worden als de ziekte verergert
- Er complicaties optreden
- Of de levensfase aanbreekt.
Tweesporenbeleid
- Enerzijds maximaal inzetten op behandelen van ziekte
- Anderzijds ook al met patiënt (en naasten) bespreken wat wensen en behoeften
zijn als de behandeling van de ziekte onvoldoende werkt.
Ziektetrajecten zie
hiernaast voor plaatjes
Iedere ziekte heeft globaal zijn eigen
traject voorafgaand aan het overlijden.
Dit kun je onderscheiden in drie groepen
1. Traject met min of meer stabiele
fase, gevolgd door een relatief korte
periode van plotselinge en snelle
achteruitgang.
a. Vrij specifiek voor het
verloop van de ziekteperiode
bij kanker
2. Traject met een geleidelijke, maar
progressieve achteruitgang met
tussentijdse ernstige episodes van
acuut ziek zijn (exarcebaties)
a. Bijv. bij astma/COPD of
hartfalen
3. Traject met in tijd moeilijk
De stervensfase wordt gemarkeerd aan
de hand van klinische observaties.
- Een relatief plotselinge achteruitgang
(‘knik in de lijn’)
- Niet of nauwelijks meer eten en
drinken
- Zwakte en bedlegerigheid
- Tekenen van verminderde circulatie:
o Zwakke of afwezige pols;
De stervensfase wordt bij voorkeur gemarkeerd voordat late
o Verkleuring van de huid:
marmering (livedo reticularis),
symptomen van de stervensfase optreden, zoals reutelen, terminaal
circulatievlekken; delier of cheyne-stokesademhaling.
o Koude acra, zwakke tot afwezige
pols;
o Verminderde tot afwezige