Een belangrijk aspect van de babytijd is dat hechting tussen kind en ouders tot
stand komt. In een delicaat proces van wederzijds wennen en afstemmen
kunnen gemakkelijk spanningen optreden. ADHD. Attention Deficit Hyperactivity Disorder.
Die kunnen toe maken hebben met kindfactoren. Het kan er bijv. moeite mee Ook wel aandachtstekortstoornis. Is een neurobiologische stoornis waarbij het kind een
hebben om een fysiologisch ritme op het gebied van slapen en voeden te aandachtstoornis met hyperactiviteit en/of impulsiviteit heeft. Er bestaan 3 vormen:
vinden, het kan veelvuldig huilen, en het kan met moeite wennen aan 1. overwegend aandacht gestoorde beeld (* ADD)
veranderingen in de voeding, of geregeld kleine hoeveelheden voeding 2. overwegend hyperactieve-impulsieve beeld
teruggeven. Ook ouderfactoren, bijv. onzekerheid in de omgang met (kleine) 3. gecombineerde beeld
kinderen, psychische problemen of stress ivm overbelasting, kunnen een zware
wissel trekken op het verloop van de ouder-kindrelatie. Deze spanningen kunnen Diagnose (via DMS-5)
bij uitstek tot uitdrukking komen in voedings- of slaapproblemen. Juist bij eet- en Klinisch significante hinder en na uitsluiting van andere verklaringen zie DD
slaapproblemen is sprake van intieme en intensieve interacties tussen de ouder - ≥ 6 symptomen van onoplettendheid en/of ≥ 6 symptomen van hyperactiviteit en
en kind die, als het goed is, worden gekenmerkt door adequate afstemming op impulsiviteit.
o Onoplettendheid: geen aandacht voor details, aandacht tekort, lijkt niet te luisteren,
het kind, rust en ontspanning. maakt taken niet af, kan taken niet organiseren, vermijdt langdurige mentale inspanning,
raakt vaak dingen kwijt, lage concentratieboog, vergeetachtig
Eetproblemen. Bij ongeveer 25-40% van de kinderen komen in de eerste o Hyperactiviteit en impulsiviteit: beweegt onrustig met handen/voeten, staat vaak op in de
levensjaren op enig moment eetproblemen voor. Over het algemeen zijn deze klas, rent vaak rond of klimt overal op, heeft moeite met rustig spelen, is vaak in de weer,
niet ernstig en voorbijgaand. Er kan echter een vicieuze cirkel ontstaan. In de praat veel, kan niet op de beurt wachten, verstoort of onderbreekt anderen
o Overig: bij adolescentie komt het vaker tot uiting in innerlijke onrust en risicovol gedrag.
peuter- en kleutertijd speelt de autonomieontwikkeling een belangrijke rol.
Slagen ouders er onvoldoende in om hierin een balans te vinden, dan ontstaan - ≥ 6 maanden aanwezig in mate die niet overeenstemt met het
conflicten (machtsstrijd). Een machtsstrijd over voeding kan leiden tot ontwikkelingsniveau.
onvoldoende of insuff. voedselinname. - Verscheidene symptomen zijn vóór het 12e levensjaar aanwezig én zijn aanwezig
Andere veelvoorkomende eetproblemen: anorexie en boulimia, of ARFID. op ≥ 2 gebieden (school, werk, vrienden, sport ect ect).
* Volwassenen: ≥ 5 van deze symptomen.
Slaapproblemen. Er zijn verschillende soorten slaapproblemen. Men Ontwikkeling, beloop en gevolgen.
onderscheidt problemen met in- en met doorslapen die leiden tot te weinig slaap Prevalentie: basisschoolleeftijd 3-5%. Volwassenen 1%. Symptomen kunnen vanaf
(insomnia). Bij jonge kinderen kan daarnaast sprake zijn van gedragsstoornissen peuterleeftijd zichtbaar zijn, maar vaak rondom basisschool. Hyperactiviteit wordt vaak
tijden de slaap; parasomnien (DSM-5; non-remslaap-arousalstoornissen). minder met de leeftijd, onoplettendheid blijft wel.
Voorbeelden: slaapwandelen, nachtmerries en pavor nocturnus (nachtangst; Gevolgen zonder behandeling: schoolproblematiek, gedragsstoornissen, laag zelfbeeld,
aanval tijdens de slaap waarin kinderen gillend wakker worden en erg angstig zijn) . relatieproblemen, hogere kans op middelenmisbruik.
Slaapproblemen zijn afhankelijk van leeftijd, maar hebben vaak problemen met
slaap-waakritme. Deze kunnen samenhangen met scheidingsangst, angst voor Etiopathogenese.
het donker of onrust/spanningen, bij ouderen kinderen ook piekeren. 1. Neurobiologische factoren
a. Dopaminerge en noradrenerge disfunctie (vooral in prefrontale contex)
Veelvoorkomende (andere) psychische problemen bij kinderen zijn: b. Structurele en functionele afwijkingen in fronto-striatale circuits
c. Erfelijkheid; sterke genetisch component 25% van 1e graads familieleden vertonen
- Angststoornissen: zoals separatieangst, sociale angst of gegeneraliseerde hetzelfde gedrag
angststoornis. 2. Psychologische factoren
Symptomen of klachten, waarvoor de (kinder-)arts GEEN oorzaak kan a. Verstoorde executieve functies (inhibitie, planning en werkgeheugen)
vinden. b. Emotie-regulatie problemen
c. Trage(re) informatie verwerking
De kindertijd wordt gekenmerkt door voortdurende veranderingen op
3. Sociale en omgevingsfactoren
lichamelijk, cognitief, emotioneel en sociaal gebied. Doordat de lichamelijke en
a. Verhoogde kans op ontwikkeling ADHD bij:
psychische functies bij kinderen sterk verweven zijn, komen psychische i. Mannelijk geslacht
spanningen in deze ontwikkelingsfase vaak tot uitdrukking in lichamelijke ii. Prematuriteit
klachten. Veelvoorkomend zijn buikpijn en hoofdpijn. Veelal zijn deze van iii. Lage sociaaleconomische status (SES)
voorbijgaande aard die geen grote beperkingen geven. Lichamelijke klachten iv. Overmatig stress of middelenmisbruik moeder in de zwangerschap
komen soms voort uit stress door overvraging. Ze zijn soms onderdeel van een (roken, alcohol)
psychische stoornis (angst of stemming) lichamelijke klachten kunnen ook
DD: normale drukte bij jonge kinderen, angst- of hechtingsstoornis, ASS, slaapstoornis,
wijzen op gezinsproblematiek of kindermishandeling.
middelenmisbruik.
Bij kinderen kan ook sprake zijn van Somatisch Onvoldoende verklaarde
Lichamelijke Klachten (SOLK) of Aanhoudende Lichamelijke Klachten (ALK). In
de DSM-5; als somatoforme stoornis; ook somatisch-symptoomstoornis en