o Psychotische stoornissen
o Stemmingsstoornissen PSYCHOFARMACA
o Depressie Benzodiazepine
o Bipolair Versterken selectief de remmende werking van GABA (Y-aminoboterzuur) op de
o Angststoornissen benzodiazepinereceptoren.
o Slaap Effect: anticonvulsief, anxiolytisch, slaapbevorderend, spierrelaxerend1
o ADHD Risico: gewenning, ontwenningsverschijnselen (angst). Stoppen langzaam: 25% per
o Middelengebruik week reduceren tot stop.
o Dementie - Verschillende soorten ivm halfwaardetijd en T-max (hoe lang en hoe snel het
werkt)
o Persoonlijkheidsstoornis -> vaak combi van hierboven, omdat ze hoger
o Slaapmiddel: korte halfwaarden en snelle T-max
risico hebben op ontwikkeling van andere stoornis Er bestaat niet echt een in- en/of doorslaper, dit heeft vooral te
maken met de halfwaardetijd.
Antipsychotica Antidepressiva
- Klassiek VS Atypisch Hoofdgroepen: SSRI, SNRI, TCA en MAO-remmers. SSRI ALTIJD 1e keuze! SNRI en TCA
Antidepressiva beetje hetzelfde; als veel somatische klachten icm depressieve klachten kan je hier
Stemmingsstabilisatoren soms beter voor kiezen ipv een SSRI omdat de somatische klachten mogelijk te maken
Anxiolytica hebben met de noradrenaline problemen.
Ypotica 1. SSRI: Serotonine heropname remmers selectief (Engels: selective serotinin
reuptake inhibitors)
Heropname serotonine wordt geblokkeerd waardoor langer in het systeem.
Beschikbaarheid in synaps neemt toe. Fluoxetine (prozac), Sertraline,
Citalopram, Paroxetine (-> niet de voorkeur)
MEDICATIE
o Depressie hypothese: te kort aan 5-HT (= serotonine)
- Kun je bepaalde kernen van de hersenen beïnvloeden?
2. SNRI: Selectieve Serotonine-en-Noradrenaline-heropname remmers (Engels:
o JA: maar is niet de essentie van antipsychotica selective serotonin noradrenalin reuptake inhibitor)
Heropname serotonine en noradrenaline worden geblokkeerd, waardoor langer in
het systeem.
KINDEREN EN ADOLESCENTEN Patiënten met depressieve klachten en veel somatische klachten, dan na je soms
Belangrijkste richtlijnen antipsychotica bij kinderen en adolescenten = NIET beter voor de SNRI kiezen ipv een SSRI Duloxetine, Venlafaxine
beginnen, tenzij 3. TCA: Tricyclische antidepressiva
1. Na onvoldoende effect andere behandelingen Werken hetzelfde als de SNRI amitrytipine, nortriptyline, Clomipramine
2. Altijd in combinatie met psychosociale interventies 4. MAO-remmers: (mono-amine-oxidase remmer) Tracydal en Tranylcypromine
3. Monotherapie antipsychotica
o NIET STAPELEN !!! Antipsychotica
Klassieke AP (haloperidol en Broomperidol, Choorpeotixeen (Truxal), Pipamperon,
Richtlijnen starten antidepressiva bij kinderen en adolescenten. Pimozide en Zuclopentixol)
1. Matig en ernstige depressieve stoornis, indien depressie niet verbetert na Atypische AP (Clozapine (beste keuze), Risperidon, Olanzapine, Quetiapine, Paliperidon,
4-6 sessies psychotherapie Apripiprazol)
2. Gelijktijdig met psychotherapie gebruiken Partieel agonisten
3. Nauwkeurig volgen; risico’s benoemen (toename SSRI, TIA; 1e 3wkn - Psychotische hypothese: te veel dopamine in het lichaam.
toename suicidaliteit en bipolaire stoornis. Bijwerking start vanaf dag 1. - Overactiviteit
Werking pas vaak na 3wkn). DAGELIJKS! - Haldol zorgt voor blokkade van zowel doaminerge (D2) als a1-adrenerge receptoren
a. Mogelijk speelt het feit dat antidepressiva je (weer) actiever en vermoedelijk ook de dopamine receptoren in de chemoreceptor trigger-zone.
maakt. Je voelt je nog steeds even slecht maar gaat wel actiever Sterke centraal anti-dopaminereg en een zwakke centraal anticholinerge werking.
leven. Impotentie gevaarlijke situatie = risicovolle fase. - Dopamine blokkade leidt tot vermindering positieve symptomen
b. Mogelijk ook angst en wanhoop worden eerste 3 weken erger. o Bijwerking Haldol: Parkinsonverschijnselen (rusttremor, Bradykinesie =
Kan ook uitzichtloosheid aanwakkeren. Jongeren gevoeliger brein. trager worden, Akinesie) Lithium (snelle tremor)
c. Risico dat antidepressiva zorgt voor 1e manie (je slaat door).
Anxiotytca. (hieronder vallen oa: benzodiazepinen, antidepressiva,