Cognitieve veroudering betekent dat bepaalde denkprocessen en hersenfuncties langzaam
achteruitgaan naarmate we ouder worden. Het is een normaal proces! De snelheid en mate
van cogn. veroudering verschilt per persoon. HERSENSTAM en KLEINE HERSENEN
Het ruggenmerg staat in verbinding met de rest van de hersenen via de hersenstam, waar
OORZAKEN
basisfuncties zoals ademhaling, hartslag en lichaamstemperatuur geregeld worden. Aan de
FACTOR EFFECT achterkant is de hersenstam verbonden met de kleine hersenen (het cerebellum), die bijvoorbeeld
Hersenstructuur Volumeverlies, vooral in frontale kwabben en de coördinatie van je bewegingen en je evenwicht regelen. Het bovenste deel van de hersenstam,
verandert hippocampus de thalamus, is een soort schakelkast. Daar wordt de informatie doorgegeven aan de grote
Verminderde Minder flexibiliteit in het vormen van nieuwe hersenen (het cerebrum) die om de hersenstam heen liggen.
neuroplasticiteit verbindingen
Verminderde Minder zuurstof en voedingsstoffen naar hersenen
bloeddoorstroming
Oxidatieve stress en Schade aan zenuwcellen door vrije radicalen
ontsteking
Verandering Minder dopamine, serotonine, acetylcholine →
neurotransmitters vertraagde signalen
Systemische factoren Bloeddruk, diabetes, hart- en vaatziekten versnellen
veroudering
WELKE COGN. FUNCTIES VERANDEREN
COGNITIEVE FUNCTIE TYPISCHE VERANDERING
Verwerkingssnelheid Langzamer informatie verwerken
Werkgeheugen Minder goed tijdelijk vasthouden van info GROTE HERSENEN
Aandacht Moeite met verdelen of wisselen van aandacht
Executieve functies Moeite met plannen, organiseren, multitasking
Episodisch geheugen Moeilijker recente gebeurtenissen onthouden
Taal en semantisch Blijft vaak goed behouden (kennis, woordenschat)
geheugen
Visuospatiële Soms verminderd (kaartlezen, navigeren)
vaardigheden
WITTE en GRIJZE STOF
Informatieverwerking vindt plaats in de grijze stof die bestaat uit celkernen die vooral aan de
buitenkant van de hersenen liggen. Hersencellen werken veel samen voor de uitvoering van
complexe taken, zoals het maken van keuzes of het begrijpen van een tekst. Voor deze
samenwerking communiceren ze via de witte stof.
EXECUTIEVE FUNCTIES zijn cognitieve processen die nodig zijn voor doelgericht
gedrag, zelfregulatie en probleemoplossing. Sterk verbonden met de prefrontale cortex,
maar ook andere hersengebieden.
(1) Planning en besluitvorming, (2) Foutdetectie, probleemoplossend denken en cognitieve
flexibiliteit,
(3) Strategiebepaling in nieuwe situaties, (4) Gevaarlijke en moeilijke situaties beoordelen
en (5) Responsinhibitie en gewoonten doorbreken.
SOCIALE-COGNITIEVE FUNCTIES essentieel voor interacties en begrip. Vier domeinen
van sociale cognitie:
1. Theory of Mind (ToM), het vermogen om de mentale toestand van anderen te
begrijpen.