H1: INLEIDING TOT HET
WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
KENMERKEN VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK IN DE
BEDRIJFSECONOMIE
1. WAT LEVERT WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK OP?
Pragmatische invalshoek
Manager & Organisatie
Belang van wetenschap voor de manager:
• Oplossen dagelijkse problemen m.b.v. kennis
bv. als ik deur van winkel dichtlaat om energie te besparen, blijven klanten dan weg?
• Oplossen grote problemen m.b.v. kennis
bv. extra productvarianten maken?
• Goed & slecht onderzoek kunnen onderscheiden = belangrijk
• Bewust zijn van alternatieve verklaringen voor een bepaald fenomeen
bv. verkoop van product daalt à intuïtieve verklaring: goedkope concurrentie uit China
MAAR ook alternatieve verklaringen mogelijk
• Bewust zijn van complexiteit van verklaringen
o Interacties tussen factoren
bv. promotie >> hogere verkoop MAAR TEGELIJK lagere prijs >> lagere
kwaliteitsperceptie >> minder kooplust
o Niet elke bevinding kan veralgemeend worden
o Doelgroep & omgevingsfactoren kennen = belangrijk
Belang van wetenschap voor het bedrijf:
• Kostenbesparend
o Verkeerde causaliteit kan leiden tot hogere kosten
bv. adverteren à betere verkoopcijfers MAAR in realiteit is het zo dat bedrijven
met betere verkoopcijfers meer budget hebben en dus meer adverteren
o Probleemdetectie
• Opportuniteitsdetectie = vaststellen of verkoop beter gaat met bepaalde
technieken / groepen
Economie & Maatschappij
• Technologische vooruitgang
• Maatschappelijke vooruitgang
o Groeiend besef dat sociale- en menswetenschappen relevant zijn om:
- Welvaart en welzijn te verhogen
- Technologieën aanvaardbaar te maken
- Gedragsverandering teweeg te brengen
,Wetenschapsfilosofische invalshoek
Logisch empirisme
Eerste fase
= hypothese formuleren en vervolgens empirisch onderzoek doen om evidentie te
vinden die de theorie ondersteunt
à Iets wordt wetenschappelijk als het gesteund wordt door empirische bevindingen
à Deductief: theorie >> evidentie >> confirmeren
! Problemen
o Mogelijks niet-consistente evidentie gevonden in de toekomst
o Irrelevante aspecten van de theorie worden even goed bevestigd door evidentie
è Confirmerende evidentie is nooit sluitend!
Probabilistische confirmatie
= evidentie beweert niet dat de hypothese conclusief / sluitend is, maar zegt wel dat
hypothese grotere kans heeft om waar te zijn P(E)/H=1 > P(E)/H=0
à Bayes: evidentie is niet conclusief, maar observaties bieden wel informatie
à Evidentie verhoogt plausibiliteit van hypothese
à Bij elke bijkomende observatie, wordt hypothese meer plausibel
! Problemen
o Probabiliteiten van theorieën en evidentie zijn niet bekend
o Subjectieve prior probabilities (= opvattingen over de waarheid van een theorie)
kunnen zo sterk gekleurd zijn, dat het moeilijk wordt om zo veel tegenbewijs te
vinden dat men de theorie wil loslaten
o Wetenschappers redeneren niet in termen van probabiliteit, maar in termen van
juist of fout
è Het belang van evidentie mag niet gevoelig zijn voor subjectieve bias!
Eliminatie & Falsificatie
Tweede fase
à K. Popper: wetenschappers moeten niet confirmeren maar verwerpen
à Evidentie TEGEN zoeken i.p.v. evidentie VOOR bv. “alle zwanen zijn wit” à zoek zwarte
STAP 1: ontwikkel alternatieve verklaringen / rivaliserende hypotheses
STAP 2: ontwikkel testen om ze tegen elkaar af te toetsen
STAP 3: elimineer hypotheses waar geen evidentie voor is
STAP 4: hypothese die overblijft is de ware
, à Door eliminatie eindigt onderzoeksgemeenshap met de beste theorie
à Winnaar is altijd voorlopig!
à Iets is pas wetenschap als we een situatie kunnen bedenken waarvoor de theorie
niet waar is m.a.w. hypotheses moeten verwerpbaar zijn!
! Problemen
o Veronderstelt bestaan van rivaliserende theorieën
o Wat als ware hypothese niet bij rivaliserende hypotheses zit? (logisch)
o Overblijvende theorieën krijgen veel krediet, wordt op verder gebouwd (praktisch)
o Tegenevidentie is ambigu à kan te wijten zijn aan foute theorie maar ook aan
foute hulpassumpties, foute metingen… (filosofisch)
è Falsificatie is dus ook niet conclusief!
Moderne opvattingen
Derde fase
STANDPUNT 1: kritieken op de standpunten zijn in de praktijk niet zo problematisch
à Wetenschap doet het goed zoals het nu is aangezien we vooruitgang boeken
STANDPUNT 2: nieuwe theorieën winnen aan aanhang niet omdat ze methodologisch
sterk zijn of op evidentie bouwen, maar omdat hun aanhangers strategieën gebruikten
om hun zaak vooruit te helpen (Feyerabend)
à Als je maar genoeg macht hebt, kan je je theorie doordrukken, en daar zitten
toevallig goede theorieën bij waardoor we vooruitgang boeken
Realisme
Derde fase
= werkende theorieën zijn niet per se waar, maar zijn wel een goede benadering vd
werkelijkheid bv. theorie rond zwaartekracht, utility, intentie… we weten eigenlijk niet goed
wat deze begrippen zijn, maar ze blijken wel zeer goede voorspellers te zijn voor bepaalde
zaken
à We moeten bese_en dat theorieën vandaag wel werken, maar mogelijks niet kloppen
Wetenschappelijke verandering
Afwisseling tussen revoluties en periodes van normale wetenschap
• Normale wetenschap = consensus over methode, belangrijke problemen en
belangrijke assumpties (= paradigma)
o Normale wetenschap produceert anomalieën
o Anomalieën hebben nieuwe hulpassumpties nodig
o Uiteindelijk stapelen lacunes zich op à nieuwe opvattingen
WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
KENMERKEN VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK IN DE
BEDRIJFSECONOMIE
1. WAT LEVERT WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK OP?
Pragmatische invalshoek
Manager & Organisatie
Belang van wetenschap voor de manager:
• Oplossen dagelijkse problemen m.b.v. kennis
bv. als ik deur van winkel dichtlaat om energie te besparen, blijven klanten dan weg?
• Oplossen grote problemen m.b.v. kennis
bv. extra productvarianten maken?
• Goed & slecht onderzoek kunnen onderscheiden = belangrijk
• Bewust zijn van alternatieve verklaringen voor een bepaald fenomeen
bv. verkoop van product daalt à intuïtieve verklaring: goedkope concurrentie uit China
MAAR ook alternatieve verklaringen mogelijk
• Bewust zijn van complexiteit van verklaringen
o Interacties tussen factoren
bv. promotie >> hogere verkoop MAAR TEGELIJK lagere prijs >> lagere
kwaliteitsperceptie >> minder kooplust
o Niet elke bevinding kan veralgemeend worden
o Doelgroep & omgevingsfactoren kennen = belangrijk
Belang van wetenschap voor het bedrijf:
• Kostenbesparend
o Verkeerde causaliteit kan leiden tot hogere kosten
bv. adverteren à betere verkoopcijfers MAAR in realiteit is het zo dat bedrijven
met betere verkoopcijfers meer budget hebben en dus meer adverteren
o Probleemdetectie
• Opportuniteitsdetectie = vaststellen of verkoop beter gaat met bepaalde
technieken / groepen
Economie & Maatschappij
• Technologische vooruitgang
• Maatschappelijke vooruitgang
o Groeiend besef dat sociale- en menswetenschappen relevant zijn om:
- Welvaart en welzijn te verhogen
- Technologieën aanvaardbaar te maken
- Gedragsverandering teweeg te brengen
,Wetenschapsfilosofische invalshoek
Logisch empirisme
Eerste fase
= hypothese formuleren en vervolgens empirisch onderzoek doen om evidentie te
vinden die de theorie ondersteunt
à Iets wordt wetenschappelijk als het gesteund wordt door empirische bevindingen
à Deductief: theorie >> evidentie >> confirmeren
! Problemen
o Mogelijks niet-consistente evidentie gevonden in de toekomst
o Irrelevante aspecten van de theorie worden even goed bevestigd door evidentie
è Confirmerende evidentie is nooit sluitend!
Probabilistische confirmatie
= evidentie beweert niet dat de hypothese conclusief / sluitend is, maar zegt wel dat
hypothese grotere kans heeft om waar te zijn P(E)/H=1 > P(E)/H=0
à Bayes: evidentie is niet conclusief, maar observaties bieden wel informatie
à Evidentie verhoogt plausibiliteit van hypothese
à Bij elke bijkomende observatie, wordt hypothese meer plausibel
! Problemen
o Probabiliteiten van theorieën en evidentie zijn niet bekend
o Subjectieve prior probabilities (= opvattingen over de waarheid van een theorie)
kunnen zo sterk gekleurd zijn, dat het moeilijk wordt om zo veel tegenbewijs te
vinden dat men de theorie wil loslaten
o Wetenschappers redeneren niet in termen van probabiliteit, maar in termen van
juist of fout
è Het belang van evidentie mag niet gevoelig zijn voor subjectieve bias!
Eliminatie & Falsificatie
Tweede fase
à K. Popper: wetenschappers moeten niet confirmeren maar verwerpen
à Evidentie TEGEN zoeken i.p.v. evidentie VOOR bv. “alle zwanen zijn wit” à zoek zwarte
STAP 1: ontwikkel alternatieve verklaringen / rivaliserende hypotheses
STAP 2: ontwikkel testen om ze tegen elkaar af te toetsen
STAP 3: elimineer hypotheses waar geen evidentie voor is
STAP 4: hypothese die overblijft is de ware
, à Door eliminatie eindigt onderzoeksgemeenshap met de beste theorie
à Winnaar is altijd voorlopig!
à Iets is pas wetenschap als we een situatie kunnen bedenken waarvoor de theorie
niet waar is m.a.w. hypotheses moeten verwerpbaar zijn!
! Problemen
o Veronderstelt bestaan van rivaliserende theorieën
o Wat als ware hypothese niet bij rivaliserende hypotheses zit? (logisch)
o Overblijvende theorieën krijgen veel krediet, wordt op verder gebouwd (praktisch)
o Tegenevidentie is ambigu à kan te wijten zijn aan foute theorie maar ook aan
foute hulpassumpties, foute metingen… (filosofisch)
è Falsificatie is dus ook niet conclusief!
Moderne opvattingen
Derde fase
STANDPUNT 1: kritieken op de standpunten zijn in de praktijk niet zo problematisch
à Wetenschap doet het goed zoals het nu is aangezien we vooruitgang boeken
STANDPUNT 2: nieuwe theorieën winnen aan aanhang niet omdat ze methodologisch
sterk zijn of op evidentie bouwen, maar omdat hun aanhangers strategieën gebruikten
om hun zaak vooruit te helpen (Feyerabend)
à Als je maar genoeg macht hebt, kan je je theorie doordrukken, en daar zitten
toevallig goede theorieën bij waardoor we vooruitgang boeken
Realisme
Derde fase
= werkende theorieën zijn niet per se waar, maar zijn wel een goede benadering vd
werkelijkheid bv. theorie rond zwaartekracht, utility, intentie… we weten eigenlijk niet goed
wat deze begrippen zijn, maar ze blijken wel zeer goede voorspellers te zijn voor bepaalde
zaken
à We moeten bese_en dat theorieën vandaag wel werken, maar mogelijks niet kloppen
Wetenschappelijke verandering
Afwisseling tussen revoluties en periodes van normale wetenschap
• Normale wetenschap = consensus over methode, belangrijke problemen en
belangrijke assumpties (= paradigma)
o Normale wetenschap produceert anomalieën
o Anomalieën hebben nieuwe hulpassumpties nodig
o Uiteindelijk stapelen lacunes zich op à nieuwe opvattingen