VRH partim heelkunde
Deel 1: plastische heelkunde
1. Vrije transplantatie
Graft = Weefsel losgemaakt en ergens anders aangebracht. Het geneest door ingroei van
bloedvaten vanuit wondbed
• Soorten:
o Huid:
▪ Split Thickness skin Graft (STG)
▪ Full Thickness skin Graft (FTG)
o Slijmvlies: urethrale ent
o Fascia: mondhoek bij verlamming
o Pees: kruisband
o Zenuw: facialisparalyse
o Kraakbeen: neuscorrectie
o Bot: opvullen cages
2. Huidtransplantatie
2.1. Omschrijving
→ Wanneer er een huiddefect ontstaat en deze niet primair te sluiten is. Enkel op een
goed gevasculariseerde, zuivere, niet geïnfecteerde wondbodem.
• Donorplaats = plaats waar het weefsel vandaan komt
• Acceptor – of receptorplaats = plaats die het weefsel ontvangt
Vb. brandwonden, iatrogene huiddefecten, ulcus cruris,…
• Soorten huidgreffes:
o Split thickness skin graft (STG) = epidermis en deel van de dermis
o Full thickness skin graft (FTG) = epidermis en volledige dermis
• Bronnen:
o Autograft: van zelfde persoon
o Isograft: bij genetische gelijkenis (tweeling)
o Allograft: donorhuid
o Xenograft: dierlijke huid
2.2. De split thickness skin graft (STG)
Vaak bij grote huiddefecten vb. trauma, excisie, brandwonden
• Wegname met behulp van een dermatoom: Gewenste breedte en dikte kan worden
ingesteld, varieert 0,15 tot 0,7mm.
,• Dunne ent groeit sneller in, donorsite heelt sneller. Esthetisch en functioneel minder
goed resultaat dan dikkere ent.
• Donorplaats: Spontane heling na 1-2 weken, Soms oppervlakkig litteken
2.2.1. De mesh – graft
→ STG met vergroot oppervlak
Wanneer?
• Groot defect
• Gecontamineerde wonde → betere drainage weefselvocht
• Mate van expansie bepaald door:
o Grootte defect
o Hoeveelheid gezonde huid
o Esthetisch aspect
o Plaats defect
• Hoe hoger getal, hoe meer expansie, hoe minder esthetisch resultaat
• Littekens honingraatstructuur
2.2.2. De sheet – graft
→ STG zonder bewerking
• Ingroei veel gelijkmatiger
• Gebruikt voor defecten op handen en gelaat
• Geen plooien→ blijven aanwezig!
• Nadeel:
o Zeer weinig elastisch
o Groot donorgebied nodig
o Ophoping bloed en secreties
o Zeer nauwkeurige observatie! Eventueel aanprikken
,2.3. De full thickness skin graft (FTG)
• Geen wondheling mogelijk van haarfollikels of zweetkliertjes
• Donorsite op plaats met huidoverschot: primair hechten
• Betere functionele en esthetische resultaten
• Enkel voor kleine defecten
• Aandacht voor kleur en consistentie van donorplaats, vaak vanuit lies, retro-auriculair
• FTG wordt met scalpel gepreleveerd en wordt altijd ingehecht in receptorplaats
• Aanbrengen van bolusverband:
o Preventie hematoom
o Bevordering ingroei
2.4. Het ingroeien van de ent
• 2 kwaliteiten bepalend voor de ingroei van de ent:
1) Bloedtoevoer huid t.h.v. de donorplaats
o goed doorbloede plaats → betere ingroei
2) Metabole activiteit in de ent op moment van wegname
o Onvermijdelijk ischemie tussen preleveren en ingroeien.
o Goede metabole activiteit op moment van preleveren, meer kans op
overleving ent
• ingroei vindt plaats in 3 fasen en duurt 6 dagen:
1) Eerste 48u:
o Ent kleeft aan wondbed door fibrine
o Overleeft door diffusie
o Indien losgekomen van wondbed: 4 dagen overleving drijvend op serum
o Gewicht ent neemt toe met 40% door oedeem → drukverband beperkt
oedeem
2) Na 48u:
o Start revascularisatie
, 3 theorieën:
o Directe anastomosen tussen wondbed en ent
o Vaten van wondbed groeien in ent
o Dode vaten in ent dienen als geleider voor ingroeiende vaten
3) Na 5 dagen:
o Gewicht ent neemt af
o Celdeling in epitheel van ent
2.5. Complicaties en aandachtspunten bij een huidtransplantatie
2.5.1. Op de acceptorplaats
• Direct na oogst is kleur wit, na enkele dagen roze → nagaan capillaire refill
• Ent ligt beneden niveau omliggende huid, vermindert na een aantal weken
• Falen door:
o Avasculair wondbed
o Afschuiven
o Hematomen of seromen
o Infectie
o Necrose van de ent
2.5.2. Op de donorplaats
• Donorplaats FTG = chirurgische wonde
• Donorplaats STG = schaafwonde
o Pijnlijk
o Goed wondklimaat nastreven
▪ Alginaten of hydrofiber verbanden
▪ Schuimverbanden, siliconeverbanden, vetverbanden
o Altijd verbanden goed losweken
o Reëpithelialisatie na 2-3 weken
o In het begin wat roze, nadien hypopigmentatie
• Vertraagde wondheling
o Door afname dikkere ent
▪ Verkeerd ingesteld dermatoom
▪ Enkel genezing uit wondranden
▪ Ontstaan van hypergranulatie en broos epitheelweefsel
o Aanwezigheid oud bloed → debris
o Infectie
Deel 1: plastische heelkunde
1. Vrije transplantatie
Graft = Weefsel losgemaakt en ergens anders aangebracht. Het geneest door ingroei van
bloedvaten vanuit wondbed
• Soorten:
o Huid:
▪ Split Thickness skin Graft (STG)
▪ Full Thickness skin Graft (FTG)
o Slijmvlies: urethrale ent
o Fascia: mondhoek bij verlamming
o Pees: kruisband
o Zenuw: facialisparalyse
o Kraakbeen: neuscorrectie
o Bot: opvullen cages
2. Huidtransplantatie
2.1. Omschrijving
→ Wanneer er een huiddefect ontstaat en deze niet primair te sluiten is. Enkel op een
goed gevasculariseerde, zuivere, niet geïnfecteerde wondbodem.
• Donorplaats = plaats waar het weefsel vandaan komt
• Acceptor – of receptorplaats = plaats die het weefsel ontvangt
Vb. brandwonden, iatrogene huiddefecten, ulcus cruris,…
• Soorten huidgreffes:
o Split thickness skin graft (STG) = epidermis en deel van de dermis
o Full thickness skin graft (FTG) = epidermis en volledige dermis
• Bronnen:
o Autograft: van zelfde persoon
o Isograft: bij genetische gelijkenis (tweeling)
o Allograft: donorhuid
o Xenograft: dierlijke huid
2.2. De split thickness skin graft (STG)
Vaak bij grote huiddefecten vb. trauma, excisie, brandwonden
• Wegname met behulp van een dermatoom: Gewenste breedte en dikte kan worden
ingesteld, varieert 0,15 tot 0,7mm.
,• Dunne ent groeit sneller in, donorsite heelt sneller. Esthetisch en functioneel minder
goed resultaat dan dikkere ent.
• Donorplaats: Spontane heling na 1-2 weken, Soms oppervlakkig litteken
2.2.1. De mesh – graft
→ STG met vergroot oppervlak
Wanneer?
• Groot defect
• Gecontamineerde wonde → betere drainage weefselvocht
• Mate van expansie bepaald door:
o Grootte defect
o Hoeveelheid gezonde huid
o Esthetisch aspect
o Plaats defect
• Hoe hoger getal, hoe meer expansie, hoe minder esthetisch resultaat
• Littekens honingraatstructuur
2.2.2. De sheet – graft
→ STG zonder bewerking
• Ingroei veel gelijkmatiger
• Gebruikt voor defecten op handen en gelaat
• Geen plooien→ blijven aanwezig!
• Nadeel:
o Zeer weinig elastisch
o Groot donorgebied nodig
o Ophoping bloed en secreties
o Zeer nauwkeurige observatie! Eventueel aanprikken
,2.3. De full thickness skin graft (FTG)
• Geen wondheling mogelijk van haarfollikels of zweetkliertjes
• Donorsite op plaats met huidoverschot: primair hechten
• Betere functionele en esthetische resultaten
• Enkel voor kleine defecten
• Aandacht voor kleur en consistentie van donorplaats, vaak vanuit lies, retro-auriculair
• FTG wordt met scalpel gepreleveerd en wordt altijd ingehecht in receptorplaats
• Aanbrengen van bolusverband:
o Preventie hematoom
o Bevordering ingroei
2.4. Het ingroeien van de ent
• 2 kwaliteiten bepalend voor de ingroei van de ent:
1) Bloedtoevoer huid t.h.v. de donorplaats
o goed doorbloede plaats → betere ingroei
2) Metabole activiteit in de ent op moment van wegname
o Onvermijdelijk ischemie tussen preleveren en ingroeien.
o Goede metabole activiteit op moment van preleveren, meer kans op
overleving ent
• ingroei vindt plaats in 3 fasen en duurt 6 dagen:
1) Eerste 48u:
o Ent kleeft aan wondbed door fibrine
o Overleeft door diffusie
o Indien losgekomen van wondbed: 4 dagen overleving drijvend op serum
o Gewicht ent neemt toe met 40% door oedeem → drukverband beperkt
oedeem
2) Na 48u:
o Start revascularisatie
, 3 theorieën:
o Directe anastomosen tussen wondbed en ent
o Vaten van wondbed groeien in ent
o Dode vaten in ent dienen als geleider voor ingroeiende vaten
3) Na 5 dagen:
o Gewicht ent neemt af
o Celdeling in epitheel van ent
2.5. Complicaties en aandachtspunten bij een huidtransplantatie
2.5.1. Op de acceptorplaats
• Direct na oogst is kleur wit, na enkele dagen roze → nagaan capillaire refill
• Ent ligt beneden niveau omliggende huid, vermindert na een aantal weken
• Falen door:
o Avasculair wondbed
o Afschuiven
o Hematomen of seromen
o Infectie
o Necrose van de ent
2.5.2. Op de donorplaats
• Donorplaats FTG = chirurgische wonde
• Donorplaats STG = schaafwonde
o Pijnlijk
o Goed wondklimaat nastreven
▪ Alginaten of hydrofiber verbanden
▪ Schuimverbanden, siliconeverbanden, vetverbanden
o Altijd verbanden goed losweken
o Reëpithelialisatie na 2-3 weken
o In het begin wat roze, nadien hypopigmentatie
• Vertraagde wondheling
o Door afname dikkere ent
▪ Verkeerd ingesteld dermatoom
▪ Enkel genezing uit wondranden
▪ Ontstaan van hypergranulatie en broos epitheelweefsel
o Aanwezigheid oud bloed → debris
o Infectie