Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting boek : Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs | KU Leuven | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
90
Uploaded on
16-06-2026
Written in
2025/2026

Studiemateriaal voor het vak 'Leren in maatschappelijk betrokken onderwijs 1' in de Educatieve Master Economie aan KU Leuven. Het document behandelt fundamentele thema's: de structuur van het Vlaams onderwijs (gewoon, buitengewoon, volwassenen- en deeltijds kunstonderwijs), diverse perspectieven op leren (behaviorisme en andere wetenschappelijke inzichten), en verschillende denkwijzen in onderwijs (beheersmatig, deliberatief, beschouwelijk, evidence-based). Met uitleg van leeruitkomsten, leerlingenstromen, studiedomeinen en praktische onderwijsaspecten zoals het CLB en onderwijs aan huis. Deze samenvatting kan je gebruiken om je voor te bereiden voor LIMBO1

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

LIMBO 1
DE STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS

Vlaamse onderwijs:

- Gewoon onderwijs
o Basisonderwijs
 Kleuteronderwijs
 Lager onderwijs
o Secundaire onderwijs
o Hoger onderwijs
- Buitengewoon onderwijs
- Hoger onderwijs (met inbegrip van volwassenonderwijs)
- Huisonderwijs (via Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap)

Vanaf 16 jaar: mogelijkheid duaal leren = volwaardige leerweg waar jongeren zowel op school
als op de werkvloer leren

DKO = Deeltijds kunstonderwijs -> vanaf 6 jaar en voor volwassenen

Volwassenonderwijs:
Onderscheid tussen

- Basiseducatie => Centra voor Basiseducatie (CBE) opleidingen voor basiseducatie:
algemene geletterdheidsniveau van meerderjarige cursisten verhogen
- Secundair volwassenonderwijs => Centra voor Volwassenenonderwijs (CVO)

Gewoon onderwijs:

1e graad: gemeenschappelijke basisvorming + oriënterende rol

 A- stroom: algemene basisopleiding voor leerlingen met getuigschrift basisonderwijs
 B-stroom: leerlingen die instromen in het secundair onderwijs zonder een getuigschrift,
of uit een niet-Vlaamse school

2e en 3e graad:

Verdeeld in finaliteiten:

- Doorstroomfinaliteit: abstract-theoretisch, bereid voor op de overgang naar het hoger
onderwijs (academische of professionele bachelor)
o Domeinoverschijdende (aso) en domeingebonden (kso en tso) studierichtingen
- Dubbele finaliteit: theoretisch en praktijkgericht, bereiden voor op professionele
bachelor; graduaat of arbeidsmarkt
- Arbeidsmarktfinaliteit: hoofdzakelijk praktijkgericht, bereiden voor op arbeidsmarkt

Verdeeld in studiedomeinen = groep van studierichtingen die tot hetzelfde belangstellings- of
interessegebied behoren => 8 studiedomeinen

Buitengewoon secundair onderwijs: (buso)

- Toelating tot het buso: IAC- of OV4 verslag nodig -> kunnen in het gewoon onderwijs
onder ontbindende voorwaarden of in het buitengewoon onderwijs instappen
o CLB geeft de leerling in het verslag een type
1

, - Sommige leerlingen kunnen onmogelijk (permanent) op een school aanwezig zijn -> G?
recht op 4 uur per week tijdelijk of permanent onderwijs aan huis (TOAH en POAH)
o Kunnen ze combineren met synchroon internetonderwijs (SIO, Bednet)
o Uitzonderlijke gevallen: vrijgesteld van leerplicht

DEEL 1: FUNDAMENTEN VAN LEREN EN ONDERWIJZEN

 Leren van leerlingen en de interactie tussen leerlingen en leraren

HOOFDSTUK 1: LEREN


1/ INLEIDING
Onderwijs doel:

- Ten dienste van de verdere school- en beroepsloopbaan
- Bijdragen tot de persoonlijke ontwikkeling
- Integratie van leerlingen in de samenleving
 Leeruitkomsten realiseren: inzicht krijgen in manier waarop leerlingen leren
 Leren = wanneer er, in wisselwerking met de omgeving, een duurzame verandering in
het denken en/of handelen van een lerende plaatsvindt

“Duurzame veranderingen” : Enkel ‘leren’ als leerresultaten niet meteen verdwijnen na het
stopzetten van de instructie = beklijven

“ veranderingen in de gedragsmogelijkheden” : kunnen wat geleerd is enkel toepassen als
die situatie zich voordoet

2/ VERSCHILLENDE PERSPECTIEVEN OP LEREN
 Diverse wetenschappelijke inzichten die ons denken over leren structureren

HET BEHAVIORISME
 Leren als een blijvende verandering in het gedrag als gevolg van een reactie van de
lerende op gebeurtenissen in de omgeving
 Klemtoon op uitwendig waarneembare of registreerbare gedrag
 = associationisme
-> associaties, verbindingen die leerlingen vormen tussen prikkels of stimuli (S) in de
omgeving en responses (R) van de lerende

Leren als een black box: een systeem waarvan de interne opbouw en de interne
mechanismen principieel buiten beschouwing blijven
=> gedrag als reactie op een prikkel uit de omgeving

Twee manieren waarop de S-R associatie tot stand kan komen:

Klassieke conditionering
= een onvoorwaardelijke stimulus (UCS unconditional stimulus) die automatisch tot een
onvoorwaardelijke reactie leidt (UCR unconditional response, niet aangeleerde en biologische)

Bv. pijn bij een elektrische schok

- De onvoorwaardelijke prikkel wordt samen aangeboden met een voorwaardelijke
prikkel (CS conditional stimulus) -> bv. een toon, een lichtflits
2

, - Na enige tijd: reactie die eerst door de onvoorwaardelijke prikkel optrad ook optreden
na de neutrale prikkel
- Geconditioneerde reactie (CR): de associatie is tot stand gekomen
- Leren = realiseren van associaties tussen een CS en een CR
- Generalisatie = transfer = als de CR ook optreedt na stimuli die lijken op de
oorspronkelijke CS (bv. net een iets andere toon)

Operante conditionering
= indien de consequenties van het gedrag positief zijn zal het gedrag meer voorkomen, als de
consequenties negatief zijn zal het gedrag minder voorkomen

Thorndike: twee leerwetten

1) Law of exercise: leren door te doen, vergeten door niet te doen
2) Law of effect

Skinner: Skinnerbox -> een eenvoudig hokje waarin zich een dier bevindt, het dier wordt
beloond met snoepje bij goed gedrag daardoor een associatie tussen situatie en gedrag
waardoor gedrag vaker zal stellen

Impact van het behaviorisme op onderwijs

- Formuleren van duidelijke en gedragsmatige doelen
- Gewenste gedrag onmiddellijk bekrachtigen
- Te leren materiaal herhaaldelijk aanbieden
- Generalisatie/transfer bevorderen door variatie in het taakmateriaal of de omgeving
- Beheersingsleren : concrete onderwijsinnovatie die gebaseerd is op behaviorisme (H2)

HET COGNITIVISME
= lerende/mens als een actieve verwerker van informatie

 Focus van uiterlijk waarneembare gedrag naar de mentale processen voor het
verwerven, opslaan en gebruiken van informatie

De organisatie van het informatieverwerkingssysteem

Model van Baddeley en Hitch over de werking van het geheugen

Drie types van geheugen:

1) Zintuigelijk geheugen
a. Zeer grote opslagcapaciteit
b. Korte bewaartijd
2) Werkgeheugen = kortetermijngeheugen
= tijdelijke opslagplaats van taakrelevante informatie in de hersenen
a. Meten via backward span taken : reeks cijfers onthouden en omgekeerd
herhalen (span = maximale aantal cijfers onthouden)
b. Chunking = het materiaal bewerken of structureren om de capaciteit van het
werkgeheugen uit te breiden zoals losse items in een betekenisvol verband
plaatsen of een acroniem bedenken

Drie onderdelen:



3

, o Central executive = het controlecentrum dat aandacht reguleert en de
informatiestroom struurt
o Fonologische lus = slaat auditieve informatie op
o Visuospatiële kladblok = tijdelijke opslag van visuele informatie
3) Langetermijngeheugen = permanente geheugen
a. Informatie uit het werkgeheugen genoeg herhalen dan komen ze in langetermijn
b. In principe een onbeperkte capaciteit in hoeveelheid en bewaartijd
c. In principe permanent maar kan vervagen of vergeten
d. Vergeten naarmate de overdracht langer geleden is  bij
aftakeling/beschadiging van hersenen omgekeerde: lang geleden kennis nog
goed beschikbaar en laatst verwerkte informatie niet onthouden
e. Inerte kennis = men weet het wel maar kan het niet op het juiste moment
activeren -> bij normaal functionerende hersenen ook niet altijd moeiteloos om
kennis op te roepen uit langetermijngeheugen

Onderscheid van kennis naargelang expliciteerbaarheid:

o Declaratieve kennis = kan je verbaal uitdrukken
-> opgeslagen in declaratief geheugen = semantische geheugen (opslaan van
begrippen, relaties, principes,…) + episodisch geheugen (opslag voor
persoonlijke kennis en gebeurtenissen)
o Procedurele kennis = meer geautomatiseerde kennis die moeilijker onder
woorden te brengen (vaak over kennis die worden ingezet bij vaardigheden zoals
lezen, fietsen,..)
-> production systems = manier waarop procedures en strategieën van
vaardigheden worden weergegeven (bv. een do op een muziekpartituur toont
aan hoe je uw hand moet gebruiken)

Kennisconstructie

 Cognitivisme: lerende zelf actief kennis en inzichten construeren
 Nieuwe informatie: op grond van aanwezige cognitieve schema’s, koppeling tussen
nieuwe informatie en al aanwezige kennis in het langetermijngeheugen

Piaget (1896-1980) : kennis bestaat uit cognitieve schema’s die in het geheugen worden
opgebouwd en waarin informatie op een gestructureerde wijze wordt bewaard

Twee complementaire mechanismen in de opbouw van kennis:

1) Assimilatie = nieuw te verwerven informatie wordt geïncorporeerd in een al bestaande
cognitieve structuur, zonder dat deze structuur zelf betekenisvolle wijzigingen
ondergaat
a. Bv. evolutietheorie: assimilatie als leerlingen al weten dat dieren zich aanpassen
aan de omgeving om beter te overleven -> bij het zien van ijsberen die dikke
vacht ontwikkelen kunnen ze dit koppelen
2) Accommodatie = de aanwezige structuur wordt door de lerende getransformeerd in
functie van de nieuwe te verwerven informatie, omdat die nieuwe informatie
onmogelijk in de bestaande structuur kan worden ingepast
a. Bv. evolutionaire veranderingen door mutaties -> een geavanceerder begrip van
de evolutietheorie ontwikkelen



4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 16, 2026
Number of pages
90
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$14.94
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ninawyseur Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
20
Member since
5 months
Number of followers
1
Documents
23
Last sold
3 weeks ago

5.0

2 reviews

5
2
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions