Opdracht1:
De feiten: (1)
- Niet naleving van de verplichting een mondmasker te dragen.
- Verweerder: werkgever NV
- Eiser: Meneer X werknemer
Meneer X was vanaf 04/07/2016 werkzaam als uitzendkracht bij X NV.
Binnen dit bedrijf was er de verplichting voor het dragen van een
mondmasker (coronavirus). Meneer X kreeg op 29/07/2020 een
schriftelijke verwittiging wegens het niet dragen van een mondmasker op
de werkvloer. Dit ondertekende meneer X als ‘akkoord’. Op 30/08/202
ontving meneer weer een schriftelijke verwittiging voor nogmaals de
mondmaskerverplichting te overschrijden, dit ondertekende meneer X
weer. Op 25 en 30/10/2020 is de werkgever van X NV overgegaan tot het
ontslag van meneer X na nieuwe vaststellingen. X NV schreef hierbij een
gemotiveerde ontslagbrief waarin stond dat meneer X na meerdere
verwittigingen (ook schriftelijk) zich nog steeds niet hield aan de afspraken
i.v.m. het dragen van een mondmasker. Meneer X meent dat het ontslag
ongegrond is. De rechtbank is van oordeel dat er daadwerkelijk
schriftelijke verwittigingen zijn verstuurd, die met ‘akkoord’ werden
getekend door meneer X. De rechtbank beslist dat de vordering van
meneer X ongegrond is. Het vonnis wordt uitvoerbaar verklaard.
Procedurele voorgaanden (1): de schriftelijke waarschuwingen, de
arbeidsovereenkomst & de ontslagbrief.
Standpunten: (2)
Verweerder: vindt ontslag terecht. Ze hebben duidelijk bewijs. Zette
veiligheidsmaatregelen op voor alle werknemers. Eiser brengt de
gezondheid van anderen in gevaar.
Eiser: ontslag is ongegrond en wilt schadevergoeding. Hij droeg het
masker maar zakte af. Wordt uitgebuit. Hij zou niet op de hoogte zijn
geweest van het mondmasker.
, Relevante wettelijke bepalingen: (3)
art. 35 arbeidsovereenkomst. (Ontslag met dringende redenen.)
De arbeidsrechtbank beslist dit. Art. 578°1 GW
Rechtsvraag: (4)
Is het gegrond om de werknemer te ontslaan door het niet naleven van
hoogopgeleide regels in verband met de bestrijding van COVID-19?
Vormt het niet naleven van de veiligheidsregels die herhaaldelijk
werden meegedeeld een ernstig tekortkoming dat kan leiden tot een
ontslag om dringende redenen?
Beslissing rechter: (5)
De vordering wordt ontvankelijk tot ongegrond verklaard, de rechter
heeft de zaak aangenomen maar vond de argumenten van de eisende
partij niet overtuigend genoeg waren.
Redenering rechter: het is onaanvaardbaar, hij brengt zijn eigen
gezondheid en ook dat van anderen in gevaar. De rechter is van oordeel
dat de feiten geen dringende reden uitmaken.
Gevolg van de uitspraak: (6)
De vordering is ontvankelijk en het vonnis wordt uitvoerbaar verklaard.
Extra vragen:
Juridisch middel= juridisch argument waarbij een partij zichzelf kan
verdedigen binnen het rechtssysteem.
Hij acht dat er geen dringende redenen zijn voor ontslag.
Rechtdoende op tegenspraak= de rechter heeft beide partijen gehoord
voordat hij zijn beslissing nam. (2soorten)
- Bij verstek: 1 partij was niet aanwezig.
- Bij akkoord: beide partijen zijn akkoord met het vonnis.