Marktvormen
Korte inhoud
Tijdens hoorcollege 2 werd er reeds een onderscheid gemaakt tussen monopolie en perfecte competitie.
Er is sprake van een monopolie wanneer er slechts één aanbieder van een bepaald product op de markt
opereert. In tegenstelling tot volledige mededinging (= perfecte competitie) leidt een monopolie niet tot
een Pareto-optimale uitkomst.
De monopolist streeft normaal, net zoals de meeste producenten, winstmaximalisatie na. Maar door zijn
marktmacht zal hij een lagere hoeveelheid op de markt brengen aan een hogere prijs, dan in de situatie
van perfecte competitie. Dit leidt tot welvaartsverlies.
De overheid zal een dergelijk welvaartsverlies vaak tegengaan door wetgeving. De wet van 5 augustus
1991 tot bescherming van de economische mededinging biedt de wettelijke basis voor het
mededingingsbeleid, evenals artikel 81 en 82 EG-verdrag. De kern van de wet bestaat uit twee
verbodsbepalingen, te weten, (1) een bepaling strekkende tot het verbieden van
mededingingsbeperkende afspraken en onderling afgestemde feitelijke gedragingen en (2) een bepaling
strekkende tot het verbieden van misbruiken van de economische machtspositie.
Kernwoorden
Monopolie, winstmaximalisatie, prijszetter, prijsnemer, hoeveelheidsaanpasser en -bepaler, perfecte
competitie, volkomen mededinging, marginale opbrengst, marginale kost, vaste kosten, variabele
kosten, optimale output, deadweight loss (DWL)
OG 3 Marktvormen 1
, BEKNOPTE SAMENVATTING THEORIE
1. MARKTFALINGEN
▪ Vrije marktsysteem ➔ Adam Smith
V&A ➔p (marktvraag en -aanbod!)
Economisch optimum (Pareto efficiëntie, max. welvaart)
MAAR het vrije marktsysteem faalt op diverse vlakken
▪ Marktfalingen bij:
- marktmacht vb. monopolies
- externaliteiten
- transactiekosten
- niet-private goederen vb. publieke goederen
- asymmetrische informatie
2. MARKTVORMEN
VEEL BEDRIJVEN 1 BEDRIJF
Perfecte Monopolistische Oligopolie Monopolie
Competitie Concurrentie
Prijsnemer Prijszetter
3. WINSTMAXIMALISATIE
3.1 Algemene formule voor winstmaximalisatie
Bedrijven brengen geen willekeurige hoeveelheden op de markt, maar streven meestal naar
‘winstmaximalisatie’.
Winst (W) is het verschil tussen de totale opbrengsten (TO) en totale kosten (TK).
Bijgevolg kunnen we de winst noteren als:
Winst = Totale Opbrengsten – Totale Kosten
= TO – TK
= p.q - TK
Voorwaarde winstmaximalisatie:
MO = MK
TO’ TK’
met MO = marginale opbrengst
= de afgeleide van de Totale Opbrengst (TO) naar q
= de bijkomende opbrengst van de laatst verkochte eenheid
MK = marginale kost
= de afgeleide van de Totale Kost (TK) naar q
= de bijkomende kost van de laatst geproduceerde eenheid
OG 3 Marktvormen 2