OG 1: Enkele begrippen met betrekking tot het objectieve recht
16/09/2025
59
,OG 1: Enkele begrippen met betrekking tot het objectieve recht
Literatuur
MARTYN G. e.a., Een kennismaking met recht en rechtspraktijk, Die Keure, 2024, 23-39,
249-251 (nietigheid van de rechtshandeling).
TIMMERMANS R., De studentenhuurovereenkomst in het Vlaams Gewest, OGP, 2019,
2227 en 45-46.
VAN GERVEN W., Beginselen van het Belgisch Privaatrecht, Standaard, 1973, 281-283, nr.
97.
Situering en leerdoelen van deze OG
In het eerste hoorcollege stonden we stil bij de vragen: 'Wat is recht?' en 'Welke zijn de
bronnen van het recht?'.
In deze eerste onderwijsbijeenkomst gaan we dieper in op het onderscheid tussen enkele
begrippen van het objectieve recht. Zo bestuderen we bijvoorbeeld het onderscheid
tussen gemeen recht en uitzonderingsrecht en bekijken we het belang en de gevolgen
van het onderscheid tussen regels van aanvullend recht, dwingend recht en openbare
orde.
De bedoeling van deze onderwijsbijeenkomst is dat studenten:
ཙ leren een juridische tekst te analyseren en te begrijpen; ཙ vertrouwd raken met
essentiële juridische begrippen zoals aanvullend recht, dwingend recht en openbare
orde;
ཙ stellingen leren ontleden; ཙ leren welke stappen moeten worden gevolgd bij het
oplossen van een casus.
Opdrachten
Neem de aangeduide passage uit het boek van MARTYN e.a. een eerste keer door. Duid
daarbij voor jezelf alvast de belangrijkste begrippen aan. Zorg ervoor dat je de tekst
begrijpt. Indien nodig zoek je de begrippen die je niet begrijpt op in De Valks Juridisch
Woordenboek!
Vervolgens lees je de hierna opgesomde opdrachten en de bijkomende teksten waarnaar
in sommige opdrachten wordt verwezen.
1. Beoordeel de volgende stelling: “Juridische normen zijn normen waaraan van
overheidswege opgelegde, minstens van overheidswege erkende, sancties
60
, verbonden zijn.” Is deze stelling juist of fout? Leg uit (= WAAROM) aan de hand van
een voorbeeld.
Juist, omdat de overheid juridische normen opstelt, en kan deze ook afdwingen.
VB: door rood licht rijden mag niet, dat is een juridische norm. Als we dit wel
doen krijgen we een sanctie, een geldboete.
2. In het eerste hoorcollege kwamen de begrippen ‘gemeen recht’ en
‘uitzonderingsrecht’ aan bod.
a) Leg de begrippen ‘gemeen recht’ en ‘uitzonderingsrecht’ uit. Hoe verhouden deze
begrippen zich tot de begrippen ‘lex generalis’ en ‘lex specialis’?
Gemeenrecht= rechtsregels die gelden in normale omstandigheden. (lex
generalis)
Uitzonderichtrecht= recht dat geldt in bijzondere gevallen of voor specifieke
personen.
(lex specialis)
Verhouding: meest specifieke regeling moet van toepassing zijn.
(lex specialis deougat lex generalis)
b) Lees vervolgens onderstaande casussen en ga na welke van de opgesomde
regels behoren tot het gemeen recht en welke behoren tot het uitzonderingsrecht.
Motiveer je antwoord. Let goed op de bewoordingen van de geciteerde
wetsbepalingen. Ook de titels van wetten kunnen je helpen om te beslissen of we
met gemeen recht of uitzonderingsrecht te maken hebben.
Casus 1. Als je als werknemer wil werken, sluit je met een werkgever een
arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomstenwet (Wet betreffende de
arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978) bevat daarover de volgende bepalingen:
“Titel 1 DE ARBEIDSOVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN
(…)
Artikel 2. De arbeidsovereenkomst voor werklieden is de overeenkomst waarbij
een werknemer, de werkman, zich verbindt, tegen loon, onder gezag (…) van een
werkgever in hoofdzaak handarbeid te verrichten.”
“Titel VII. DE OVEREENKOMST VOOR TEWERKSTELLING VAN STUDENTEN.
Artikel 120. Deze titel regelt de tewerkstelling van studenten die tegen loon
arbeid verrichten onder het gezag van een werkgever.”
[TIP: Je kan deze artikelen ook eens zelf opzoeken in je VRG-codex. De
arbeidsovereenkomstenwet behoort tot het arbeidsrecht, dat behoort tot het
61
16/09/2025
59
,OG 1: Enkele begrippen met betrekking tot het objectieve recht
Literatuur
MARTYN G. e.a., Een kennismaking met recht en rechtspraktijk, Die Keure, 2024, 23-39,
249-251 (nietigheid van de rechtshandeling).
TIMMERMANS R., De studentenhuurovereenkomst in het Vlaams Gewest, OGP, 2019,
2227 en 45-46.
VAN GERVEN W., Beginselen van het Belgisch Privaatrecht, Standaard, 1973, 281-283, nr.
97.
Situering en leerdoelen van deze OG
In het eerste hoorcollege stonden we stil bij de vragen: 'Wat is recht?' en 'Welke zijn de
bronnen van het recht?'.
In deze eerste onderwijsbijeenkomst gaan we dieper in op het onderscheid tussen enkele
begrippen van het objectieve recht. Zo bestuderen we bijvoorbeeld het onderscheid
tussen gemeen recht en uitzonderingsrecht en bekijken we het belang en de gevolgen
van het onderscheid tussen regels van aanvullend recht, dwingend recht en openbare
orde.
De bedoeling van deze onderwijsbijeenkomst is dat studenten:
ཙ leren een juridische tekst te analyseren en te begrijpen; ཙ vertrouwd raken met
essentiële juridische begrippen zoals aanvullend recht, dwingend recht en openbare
orde;
ཙ stellingen leren ontleden; ཙ leren welke stappen moeten worden gevolgd bij het
oplossen van een casus.
Opdrachten
Neem de aangeduide passage uit het boek van MARTYN e.a. een eerste keer door. Duid
daarbij voor jezelf alvast de belangrijkste begrippen aan. Zorg ervoor dat je de tekst
begrijpt. Indien nodig zoek je de begrippen die je niet begrijpt op in De Valks Juridisch
Woordenboek!
Vervolgens lees je de hierna opgesomde opdrachten en de bijkomende teksten waarnaar
in sommige opdrachten wordt verwezen.
1. Beoordeel de volgende stelling: “Juridische normen zijn normen waaraan van
overheidswege opgelegde, minstens van overheidswege erkende, sancties
60
, verbonden zijn.” Is deze stelling juist of fout? Leg uit (= WAAROM) aan de hand van
een voorbeeld.
Juist, omdat de overheid juridische normen opstelt, en kan deze ook afdwingen.
VB: door rood licht rijden mag niet, dat is een juridische norm. Als we dit wel
doen krijgen we een sanctie, een geldboete.
2. In het eerste hoorcollege kwamen de begrippen ‘gemeen recht’ en
‘uitzonderingsrecht’ aan bod.
a) Leg de begrippen ‘gemeen recht’ en ‘uitzonderingsrecht’ uit. Hoe verhouden deze
begrippen zich tot de begrippen ‘lex generalis’ en ‘lex specialis’?
Gemeenrecht= rechtsregels die gelden in normale omstandigheden. (lex
generalis)
Uitzonderichtrecht= recht dat geldt in bijzondere gevallen of voor specifieke
personen.
(lex specialis)
Verhouding: meest specifieke regeling moet van toepassing zijn.
(lex specialis deougat lex generalis)
b) Lees vervolgens onderstaande casussen en ga na welke van de opgesomde
regels behoren tot het gemeen recht en welke behoren tot het uitzonderingsrecht.
Motiveer je antwoord. Let goed op de bewoordingen van de geciteerde
wetsbepalingen. Ook de titels van wetten kunnen je helpen om te beslissen of we
met gemeen recht of uitzonderingsrecht te maken hebben.
Casus 1. Als je als werknemer wil werken, sluit je met een werkgever een
arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomstenwet (Wet betreffende de
arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978) bevat daarover de volgende bepalingen:
“Titel 1 DE ARBEIDSOVEREENKOMST IN HET ALGEMEEN
(…)
Artikel 2. De arbeidsovereenkomst voor werklieden is de overeenkomst waarbij
een werknemer, de werkman, zich verbindt, tegen loon, onder gezag (…) van een
werkgever in hoofdzaak handarbeid te verrichten.”
“Titel VII. DE OVEREENKOMST VOOR TEWERKSTELLING VAN STUDENTEN.
Artikel 120. Deze titel regelt de tewerkstelling van studenten die tegen loon
arbeid verrichten onder het gezag van een werkgever.”
[TIP: Je kan deze artikelen ook eens zelf opzoeken in je VRG-codex. De
arbeidsovereenkomstenwet behoort tot het arbeidsrecht, dat behoort tot het
61