Les 1: Doing Family
Familie Familie is een groep mensen die met elkaar verbonden zijn
door: bloedbanden, huwelijk, je hoeft niet samen te wonen
om familie te zijn. Tot je familie kunnen je ouders, kinderen,
zussen, broers,… je hoeft niet biologisch verwant te zijn.
Families kunnen er heel divers uitzien.
Sociologen spreken vaak over ‘doing family’ : familie is geen
statitische structuur maar het is iets wat mensen doen. Een
familie voert alledaagse praktijken uit zoals zorgen voor
elkaar, bieden van emotionele steun, samen eten. Deze
routineuze activiteiten en interacties vormen de familie. Je
doet het om te bewijzen dat je een familie bent. Familie is
een set praktijken in plaats van een vaste entiteit.
De familie wordt bepaald door interacties, verwachtingen en
gedragingen. Maar ze kunnen ook sociale normen rond
gender en macht reproduceren. Vaak zijn dit bestaande
rollen die afhankelijk zijn van de plaats en tijd, maar ook
klasse, etniciteit, seksuele orientatie. Deze evolueren, ze zijn
geen statisch gegeven. Deze rollen zijn niet natuurlijk
vastgelegd maar door de maatschappelijke
normen/verwachtingen.
Voorbeeld: vrouwen zorgen voor emotionele steun, mannen
werken.
Onderheving aan verandering
Gevormd door sociale normen
Vertonen patronen van ongelijkheid en macht.
Gezin Het gezin is een onderdeel, meer afgebakend deel van
familie. Het zijn mensen die samenleven in 1 huishouden,
die een duurzame relatie hebben. ze wonen samen onder 1
dak.
Symbolisch Sociale werkelijkheid wordt geconstrueerd door interacties
interactionisme en de betekenis die mensen eraan geven (micro)
Structuralisme Individuen krijgen gelijke kansen van de maatschappij, de
kansen worden bepaald door de maatschappelijke structuur
waar ze in zitten. (macro)
Symbool Een object, een woord, of handeling waaraan mensen een
specifieke betekenis toekennen. (Herbert Blumer)
Interactie Wisselwerking tussen mensen waarin betekenissen worden
uitgewisseld en gevormd. (taal)
Betekenisgeving Betekenis die niet inherent aan objecten of situaties, het
ontstaat door sociale interacties en wordt continu herzien.
(handdruk)
Doing gender (West & Theorie van doing family is voortgebouwd op de theorie van
Zimmerman (1987)) doing gender. Het stelt dat gender niet iets is wat we zijn,
maar iets wat we doen.
Gezinsleden gebruikensymbolen en gedeelde betekenissen
om hun rollen te definieren. Het is een vorm van symbolisch
interactionsim waarin alledaagse handelingen helpen bij het
definierenen wat het betekent om deel uit te maken van het
gezin.
Vb: gezamenlijk eten
Thomas theorema “If men define situations as real, they are real in their
consequences” = Mensen handelen op basis van de
betekenis die zij aan een bepaalde situatie
toekennen.
Als iemand zegt dat jij iets slechts doet, dan ga je je
, er ook naar gedragen.
Vb: als mensen angst hebben dat de beurs gaat crashen,
gaan ze hun aandelen allemaal verkopen waardoor de beurs
ook effectief zal crashen.
Vb: als men gevolgen dat vrouwen er zijn om te zorgen,
mannen om te werken, dan zullen ze zich ook volgens die
overtuigingen gedragen wat dat geloof tot een realiteit
maakt.
Les 2: Historische perspectieven
Grand narratives Neiging om geschiedenis op te delen in
een periode voor- en een periode na de
industrialisatie. Dit werd door Durkheim
en Weber als eerst besproken. De
overgang naar de moderniteit werd gezien
als iets positief, aangezien de pre-
inudstriele periode verouderd was.
Voordeel van het macro-sociologisch
perspectief:
- In staat om grote veranderingen te
beschrijven
Nadeel:
- Vereenvoudigen van verleden als
een homogene periode. Diversiteit
werd vereenvoudigd alsof het
overal hetzelfde was.
Dit werd verder uitgewerkt door T. parson
& Doode (conjugal family)
Functionele fit Samenleving is een systeem met
verschillende onderdelen (religie,
economie, onderwijs,…). Elk onderdeel
heeft een specifieke functie, samen
zorgen ze voor sociale orde en
stabiliteit. Een insittutie is een
fucntionele fit als ze aangepast is aan de
structuur van de samenleving. De
nucleaire familie is een fucntionele fit
voor Parson omdat deze het best past bij
de veranderingen in de tijd, de nood naar
Structurele differentiatie Taken worden overgenomen door de
overheid en de markt: politie, gezondheid,
onderwijs
Primaire socialisatie Socialisatie in de kinderjaren: opvoeden
zodat ze kunnen deelnemen aan het
systeem
Expressieve rol Rol van vrouw: huishouden, emotionele
steun bieden aan partner want werk is
stresserend.
Instrumentele rol Rol van man: werken
Rolallocatie Elk gezinslid krijgt een specifieke rol.
Man en vrouw zogezegd complementair
volgens Parsons: gelijkwaardige bijdrage
die aansluit bij hun biologische verschillen.
Conjugal family Nucleaire gezin met 4 kenmerken:
nucleair huishouden, bilaterale erfenissen,
vrije partner keuze, afname economische
transfers bij huwelijk & egalitaire
interacties