Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

REX: Samenvatting + notities + cursus + ppt: Inleiding tot anesthesiologie: Rex | KU Leuven | 2025/26

Rating
-
Sold
2
Pages
61
Uploaded on
14-06-2026
Written in
2025/2026

Dit zijn uitgebreide aantekeningen voor het vak 'Inleiding tot de anesthesiologie, heelkunde en intensieve geneeskunde' aan de KU Leuven. De stof behandelt onder meer de rol van de anesthesioloog, de geschiedenis van anesthesie, preoperatieve evaluatie, en de transitie van acute naar chronische pijn. Dit document helpt studenten geneeskunde om de kernconcepten van anesthesiologie goed te begrijpen en voor te bereiden op toetsen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

INLEIDING TOT DE ANESTHESIE: REX
- De eerste anesthesist… was God ;-)
o “Toen liet God, de HEER, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam hij een van zijn ribben
weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER,
een vrouw en hij bracht haar bij de mens”: Genesis Hoofdstuk 2; vers 21 – 22
o Michelangelo: “De schepping van Eva”, 1509 – 1510, Sixtijnse kapel – Vaticaan
- Wat doet eigenlijk een anesthesist?
o anesthesie is patiënten in leven houden terwijl de chirurg dingen doet die hen zouden kunnen doden.
o een anesthesioloog is een arts die gespecialiseerd is in perioperatieve zorg, waarbij hij/zij de veiligheid van de
patiënt, pijnverlichting en comfort waarborgt vóór, tijdens en na chirurgische of procedurele ingrepen. hij/zij
evalueert de gezondheid van de patiënt, bepaalt het anesthesieplan (algemeen, regionaal of lokaal), beheert vitale
levensfuncties tijdens de operatie en ziet toe op het herstel op de ic of de post-anesthesiezorgafdeling.
o belangrijke verantwoordelijkheden
 preoperatieve evaluatie: vóór de operatie bekijken anesthesiologen de medische voorgeschiedenis,
beoordelen ze de gezondheid van de patiënt en bepalen ze het veiligste anesthesieplan. ze kunnen
onderzoeken aanvragen of medicatie aanpassen om aandoeningen zoals hartziekte, diabetes of astma te
beheersen.
 tijdens de operatie: ze leiden de anesthesie in, monitoren vitale functies, behandelen pijn en dienen
vloeistoffen of bloedproducten toe. ze zijn verantwoordelijk voor het in leven en stabiel houden van de
patiënt en treden op als “perioperatieve intensivisten”.
 postoperatieve zorg: na de ingreep zorgen ze voor pijnstilling, controleren ze op complicaties en beslissen
ze wanneer een patiënt klaar is om van de operatiekamer naar de recovery te gaan.
 andere rollen: ze zijn betrokken bij intensieve geneeskunde, pijnbehandeling (chronisch of acuut) en
spoedreanimatie.
o specialisatiegebieden: anesthesiologen kunnen zich richten op specifieke domeinen zoals:
 pediatrische/obstetrische/cardiale anesthesiologie, pijnbehandeling, spoedgeneeskunde, intensieve
zorggeneeskunde

,LES 1: GESCHIEDENIS VAN ANESTHESIE + PRE-
OPERATIEVE OPPUNTSTELLING
DE GESCHIEDENIS VAN DE ANESTHESIE
HET BEGIN VAN DE NIEUWE TIJD
- historici dateren het begin van de moderne tijd vaak op de ontdekking van Amerika door Christoffel Columbus (1492).
deze maritieme pioniersprestatie vond in de geneeskunde pas bijna 400 jaar later een equivalent.
- pijnstilling vóór anesthesie
o oude Romeinen voegden alruin (mandragora) toe aan wijn wegens de bedwelmende eigenschappen.
 Mandragora bevat scopolamine, dat een lichte roes veroorzaakt.
o preventieve toepassing van ijs en koud water was lange tijd het enige middel om de pijn van een chirurgische
incisie te verminderen

1492-1846 IN GENEESKUNDE… >350 JAAR!!
- chirurgie zonder anesthesie (1492-1846)
o gedurende meer dan 350 jaar werden patiënten geopereerd volledig bij bewustzijn en leden ze onvoorstelbare
pijn. Illustraties tonen vaak schreeuwende patiënten met wijd open ogen van angst.
o Surgery – “Handcraft in bonds”
 patiënten moesten worden vastgebonden om operaties te kunnen verdragen.
 gedetailleerde instructies hiervoor stonden in leerboeken zoals
• Georg Bartisch – OPHTHALMODOULEIA DAS IST AUGENDIENST (1583).
- sociale status van chirurgen
o tot de 18e eeuw werden chirurgen niet beschouwd als artsen.
o sociale status vergelijkbaar met slagers.
o in veel universiteiten was chirurgisch onderwijs verboden.
o bij mislukte operaties konden chirurgen schadevergoeding of bloedwraak verwachten.
o daarom ontstonden “reizende chirurgen” of “oneerlijke ambachtslieden”, met beroepen zoals: fractuursnijder,
tandenbreker, stersnijder, steenhouwer, veldchirurg, varkenssnijder (vroedvrouw).


GEMISTE KANSEN IN DE MIDDELEEUWEN
SLAAPSPONZEN (SPONGIA SOMNIFERA)
- vanaf de 9e eeuw bestond het gebruik van slaapsponzen:
o patiënten inhaleerden dampen van: opium, hyoscyamine, atropine, scopolamine, coniine
- hierdoor konden operaties met relatief weinig pijn plaatsvinden.
- toch werden deze technieken later vergeten omdat de middeleeuwen als achterlijk werden beschouwd in de moderne
tijd.
- Bilzekruid (Hyoscyamus niger)
o oude naam mogelijk afkomstig van de Keltische god Belenus.
o namen zoals:
 Frans: endormie
 Duits: Schlafkraut / Taubenkraut
o gebruikt om patiënten te verdoven.

ETHER: EEN VERGETEN ONTDEKKING
- 1275 – Raymond Lillius ontdekte ether (“sweet vitriol”).
- Paracelsus (1493-1541) beschreef in 1540 de narcotische werking van ether.
- ondanks deze kennis werd ether niet verder toegepast bij mensen.

,EERSTE WETENSCHAPPELIJKE VOORUITGANG (18E EEUW)
LACHGAS
- Joseph Priestley (1733-1804) synthetiseerde lachgas.
- Humphry Davy (1778-1829) beschreef de analgetische effecten.
- ze richtten samen de School of Pneumatic Medicine op, die probeerde lachgas te gebruiken voor verschillende
aandoeningen.
- lachgas werd echter ook populair als partydrug, vaak afgebeeld in cartoons.

HORACE WELLS EN DE ONTDEKKING VAN MODERNE ANESTHESIE
- Horace Wells (1815-1848), tandarts uit Boston:
o zag tijdens een demonstratie dat een vrijwilliger een verwonding opliep zonder pijn te voelen onder lachgas.
o liet vervolgens een kies trekken onder lachgas.
- bij een publieke demonstratie (Boston, 1845) mislukte de procedure en schreeuwde de patiënt.
- het publiek riep: “Swindle!”, “Humbug!”
- Wells werd vernederd en pleegde in 1848 zelfmoord na experimenten met ether en chloroform.

DOORBRAAK: ETHER DAY
- 16 oktober 1846 – Massachusetts General Hospital (Boston)
- William Thomas Green Morton diende etheranesthesie toe.
- John Collins Warren verwijderde een tumor uit de nek van Edward Gilbert Abbott.
- Warren verklaarde: “Gentlemen, this is no humbug.” => Dit moment geldt als het begin van moderne anesthesie.


1846–1900: VERANKERING VAN ANESTHESIE
ALGEMENE ANESTHESIE
- ether: snel verspreid in Europa, 9 januari 1847 – Joseph Bosh: eerste etheranesthesie in Luik.
- lachgas: hernieuwde interesse in tandheelkunde en bevalling.
- chloroform
o gebruikt door James Young Simpson en John Snow.
o 1853 – John Snow gaf chloroform aan koningin Victoria bij de geboorte van Prins Leopold.
o chloroform was echter toxisch voor hart en lever.
- moderne anesthesiegassen: halothaan (1956), methoxyflurane (1960), enflurane (1973), isoflurane (1981), sevoflurane /
desflurane (1992)


LOKALE EN REGIONALE ANESTHESIE
- ontwikkeld omdat algemene narcose risicovol was door:
o moeilijk te regelen dosis => toxiciteit van anesthesiegassen
o ademhalingsproblemen door achterover vallende tong + gebrek aan intubatiemateriaal
- belangrijke ontwikkelingen
o coca-bladeren bij Inca-indianen
o uitvinding van naald en spuit
- cocaïne
o 1884 – Carl Koller introduceerde cocaïne in oftalmologie
o Sigmund Freud onderzocht cocaïne
o William Halsted voerde >1000 zenuwblokken uit.
- andere mijlpalen
o 1885 – Corning: spinale analgesie
o 1891 – tropocaine
o 1892 – lokale infiltratie anesthesie
o 1898 – August Bier: spinale anesthesie voor chirurgie
o 1908 – Bier block: IV regionale anesthesie
o 1917 – Henry Boyle: eerste anesthesietoestel

,20E EEUW: ONTWIKKELING VAN DE ANESTHESIOLOGIE
- belangrijke evoluties:
o ontwikkeling van intraveneuze hypnotica, opiaten en neuromusculaire blokkers
o verbeterde monitoring: invasieve bloeddruk, ECG, saturatie
o grote uitbreiding van monitoring in de jaren 1990
- invloed van historische gebeurtenissen
o wereldoorlogen → ontwikkeling van intubatie- en luchtwegmateriaal
o polio-epidemie in Scandinavië → ontwikkeling van ventilatoren


PATIËNTVEILIGHEID
- belangrijke figuren:
o Sir Robert Macintosh: eerste leerstoel anesthesiologie in Europa (Oxford, 1936-1965)
o Prof. Dr. Jan Van de Walle (Leuven): eerste leerstoel anesthesiologie op het Europese continent (1951-1985)
- belangrijke principes:
o “no patient has to die of anaesthesia.”
o “it’s not the drug that’s dangerous, it’s the man who gives it.”
o “anaesthesia: deadly easy – easily dead.”
o “just enough to do the job – not more.”

VEILIGHEIDSSTANDAARDEN EN MORTALITEIT
- inspanningen om patiëntveiligheid te verbeteren hebben anesthesiemortaliteit sterk doen dalen.
o 1954: 6,4 sterfgevallen per 10.000 anesthesieën
o dankzij pulse-oximetrie en capnografie: 0,1 per 10.000
o huidige anesthesie-gerelateerde mortaliteit: ongeveer 0,5 per 10.000 patiënten
o bij patiënten zonder comorbiditeiten: risico op ernstige complicaties 0,0001%
o in 70% van de gevallen waren luchtwegproblemen betrokken.

PERIOPERATIEVE MORTALITEIT
- sterfte na chirurgie is veel hoger dan anesthesie-gerelateerde sterfte: Nederland: 2%, België: 3,2%, Duitsland: 2,5%
- dit betreft vaak oude patiënten, complexe operaties of uitgebreide voorgeschiedenis.
- wereldwijd is perioperatieve mortaliteit de derde meest frequente doodsoorzaak.
o anesthesie-geassocieerde mortaliteit: 0,017%
o hospitalisatie-sterfte na chirurgie: ≈4%
ondanks grote vooruitgang: we weten nog steeds niet precies wat er in de hersenen gebeurt tijdens anesthesie.


GESCHIEDENIS VAN INTRAVENEUZE ANESTHESIE
1. ONTSTAAN VAN INTRAVENEUZE ANESTHESIE
- Voor het begin van de 20e eeuw werd anesthesie vooral via inhalatie toegediend, omdat naalden en spuiten nog niet
bestonden.
o 1663 – Christopher Wren: eerste injectie in een bloedvat (opium in een hond via een ganzenveer).
o 1853 – Charles Pravaz en Alexander Wood: uitvinding van spuit en naald, waardoor intraveneuze toediening
mogelijk werd.
o 1872 – Chloralhydraat: eerste IV anestheticum bij een patiënt, maar te lange werkingsduur → niet geschikt voor
algemene anesthesie (nog gebruikt voor sedatie bij kinderen).

,2. ONTWIKKELING VAN INTRAVENEUZE ANESTHETICA
- barbituraten
o 1903 – Veronal (eerste barbituraat).
o later kortwerkende barbituraten: Evipan (1932), Pentothal (1934) – geïntroduceerd door John Lundy.
o tijdens WOII veroorzaakte pentothal cardiovasculaire depressie → bijnaam “Killer Drug”, maar het bleef gebruikt
tot de jaren 1990.
- benzodiazepines
o ontwikkeld in de jaren 1960 (bv. diazepam, midazolam).
o gebruikt voor: premedicatie, inductie anesthesie, IV sedatie.
- ketamine: gesynthetiseerd 1962, op markt 1970.
o eerste anestheticum met minimale cardiovasculaire en respiratoire depressie.
o veroorzaakt dissociatieve anesthesie.
- etomidaat: eerste gebruik 1972, weinig cardiovasculaire effecten, maar onderdrukt bijnierfunctie.
- propofol: Ontdekt 1989, kortwerkend en zeer controleerbaar, vandaag standaard intraveneus anestheticum.

3. ONTWIKKELING VAN ANALGESIE (PIJNSTILLING)
- anesthesie vereist niet alleen slaap maar ook analgesie.
- 1803 – Serturner: isolatie van morfine uit opium.
- eind 19e eeuw: morfine vooral intramusculair toegediend.
- 1939 – Meperidine: eerste belangrijke synthetische morfine-analoog.
- na WOII ontwikkelde Janssen Pharmaceutica (België) verschillende opioïden: fentanyl, sufentanil, affermarol
- recent: remifentanil (ultrakortwerkend opioid).

4. SPIERRELAXANTIA: derde belangrijke pijler van anesthesie.
- 1595 – Walter Raleigh: curare ontdekt bij Amazone-indianen.
- 1857 – Claude Bernard: beschrijft werkingsmechanisme.
- 1942 – Harold Griffith: eerste systematisch gebruik in anesthesie.
- succinylcholine (na WOII): zeer snelle en korte werking, nog steeds belangrijk.
- later ook langwerkende spierrelaxantia ontwikkeld.


ANESTHESIE IN BELGIË
1. VROEGE PERIODE
- 1847: eerste operatie met etheranesthesie in België.
- toch bleef de ontwikkeling achter op Angelsaksische landen.
- oorzaken:
o belgische artsen werden vooral beïnvloed door Franse en Duitse scholen.
o in Frankrijk werd lang gewerkt met het Ombredanne-apparaat (1908), een eenvoudige anesthesiemaskerinstallatie
→ weinig innovatie.
o in Duitsland verzette chirurg Sauerbruch zich tegen anesthesie als aparte discipline.
- gevolgen:
o algemene anesthesie bleef risicovol: respiratoire depressie, hypotensie, shock
o vaak toegediend door verpleegkundigen of assistenten.
o voorkeur voor lokale en regionale anesthesie.

2. ONTWIKKELING NA WOII
- tijdens WOII kwamen Belgische artsen in contact met Engelse en Amerikaanse anesthesiologen
- belangrijke stappen:
o 1947: oprichting APSA (Association Professionnelle des Spécialistes en Anesthésiologie)
o 1948: aparte anesthesieafdeling binnen Belgische chirurgische vereniging
o 1949: deelname aan G.B.S. (vereniging van medische specialisten)
- problemen:
o weinig anesthesiologen
o gebrek aan apparatuur en anesthesiegassen
o anesthesiologen reisden vaak van ziekenhuis tot ziekenhuis met eigen materiaal

,3. ERKENNING ALS SPECIALISME
- 1951: anesthesie opgenomen in medische nomenclatuur → vergoeding mogelijk
- 1954: wettelijke verplichting tot postgraduaat opleiding
- 1964: anesthesie officieel erkend als autonoom medisch specialisme
- De anesthesievereniging werd later de Belgian Society for Anesthesia and Resuscitation (BVAR)


EVOLUTIE VAN DE ROL VAN DE ANESTHESIOLOOG
de taak van de anesthesioloog is geëvolueerd van enkel intraoperatieve zorg naar een breder domein:
1. preoperatief: evaluatie en voorbereiding van patiënt
2. intraoperatief: handhaven van homeostase, monitoring vitale functies, bescherming tegen chirurgische stress
3. postoperatief: nazorg en herstel, mogelijk ook aandacht voor lange termijn kwaliteit van leven

KERN VAN ANESTHESIE
- een anesthesioloog combineert meerdere effecten: hypnose (bewusteloosheid), analgesie (pijnstilling), anxiolyse /
sedatie, spierverslapping, onderdrukking van autonome reflexen
- belangrijk is ook dat deze effecten controleerbaar en reversibel zijn.


DE PRE-OPERATIEVE OPPUNTSTELLING EN RISICO STRATIFICATIE
1. PRE-OPERATIEVE EVALUATIE
- ≠ evaluatie heelkundige indicatie
- essentieel element in de anesthetische zorg
- klinisch assessment voorafgaand aan toediening van anesthetische zorgen voor (niet-)heelkundige procedures:
“raadpleging”
- doel: medische problemen identificeren die een invloed kunnen hebben op het perioperatief verloop en beleid dmv
gerichte en geschikte testen
o kostenbesparend (maatschappelijke verantwoordelijkheid) + kwaliteitsverbetering
- het anesthesie plan: doelstellingen
o 1. specifiek anesthesiedossier maken met VG, huidige medische status en medicatie, anesthesieproblemen en
allergiën
o 2. risicobepaling
o 3. proactief anticiperen op potentiele peroperatieve problemen
o 4. bepalen van anesthesie techniek
o 5. absoluut initieren van preoperatieve medische optimalisatie volgens indicatie

- waar gebeurt de evaluatie?: afhankelijk van urgentiegraad en toestand patiënt: anesthesieraadpleging, avond
preoperatief op kamer, spoedgevallen, OK
- risico-inschatting: risk/benefit bepaling, informed consent
- risicoreductie
o impact thuismedicatie op perioperatief verloop
o afstemmen heelkundig plan en anesthesieplan
o concreet postoperatief zorgtraject bepalen: nood aan ICU?, specifieke medische opvolging (bv. endocrino,
transplantatie)
- factoren voor perioperatieve complicaties
o patiëntfactoren: comorbiditeiten, algemene toestand
o operatiefactoren: urgentiegraad, invasiviteit, type operatie, duur
- urgentiegraad ingreep
o noodprocedure: leven of lidmaat bedreigd, chirurgie < 6 u
o urgente procedure: chirurgie 6–24 u
o tijdsgevoelige procedure: uitstel >1–6 weken nadelig (bv. oncologie)
o electieve procedure: kan >1 jaar uitgesteld worden (bv. cosmetische chirurgie)
- bij urgente heelkunde → opereren: patiënt- of chirurgische factoren bepalen strategie, geen verdere testing
- snelle evaluatie bij urgentie: gebruik AMPLE
o A allergies
o M medication
o P past medical history
o L last meal

,o E events (+ leeftijd en lichaamsgewicht)

,2. ANAMNESE
- huidige ziektegeschiedenis
- allergie: medicatie, ontsmettingsmiddelen, contrastmiddelen, GM, voedingsmiddelen: soja (kruisallergiën met soja)
o cave aspecifieke reacties: misselijk, braken, schimmelinfectie = geen allergie
o allergie peniciline: als je peniciline neemt krijg je diarree → is geen allergie, is gewoon een bijwerking
- middelenmisbruik: alcohol, tabak, drugs,…
- chronisch medicatiegebruik: vraag naar steroïdengebruik (Cortisone) in de laatste 12 maanden: wat, wanneer, hoeveel
- voorgeschiedenis: persoonlijk en familiaal
o familiaal: stollingstoornissen, hypertensie, diabetes, neuro-musculair, hyperthermie
o internistisch: hart, lever, nier, stolling
o verloskundig (zwanger?): bij zwangere opletten dat anesthesie of foetus niet belemmerd wordt
o heelkundig: vroegere ingrepen en problemen
o kinderen < 6m : zwangerschapsduur bij geboorte en gewicht: gevoeliger voor opiaten
o anesthesiologisch: vroegere anesthesie: type anesthesie, aandacht voor PONV, restcurarisatie
(pseudocholineserase deficiëntie), awareness, paradoxale reacties, intubatieproblemen …
- systeemanamnese
o mond en luchtweg (evaluatie moeilijke luchtweg): mondopening, aanwezigheid van losstaande tanden, kronen,
stiften, implantaten, status CWZ: lengte nek, mobiliteit (Cave RA)
o cardiovasculair: dyspnee, decompensatietekens, angor, inspanningstolerantie/claudicatio: MET’s
 metabole equivalenten = MET functionele capaciteit
• 1 MET: 40 j, 70kg : VO₂ = 3.5 ml/kg/min: bij 1MET kan je net nog op het bed liggen (VO₂ = O₂-
verbruik), wandelen aan 4km/h
• < 4 MET: peri-operatieve complicaties ↑: >4 MET: kunnen trap af gaan → doen complicaties ↓
• MET > 10: intensief sporten
• MET = 4: één verdiep trappen/bergop wandelen, wandelen aan 6,4k/h, zwaar huishoudelijk werk
o pulmonair: wheezing, hoesten, dyspnee, inspanningstolerantie, roken, COPD/astma, OSAS
 → mogelijke interventies: rookstop 2w vóór heelkunde, longexpansietechnieken na heelkunde, optimalisatie
COPD/astma-medicatie
o neurologisch: BWZ-verlies: epilepsie,…, specifiek voor LRA: sensorisch/motorisch deficiet, rug- en/of nekklachten
o gastroïntestinaal: maag en/of darm ulcera, reflux, IBD
o renaal: chronische NI, dialyse, restdiurese, elektrolyt-stoornissen, zuurbase-status, anemie, trombocytopenie
o hepatisch
o stolling: blauwe plekken, nabloeden, tandvleesbloedingen, medicatie
- medicatie
o thuismedicatie: beeld van voorgeschiedenis, nevenwerkingen en weerslag op orgaanfunctie, interactie met
anesthestica en/of anesthesietechniek, perioperatief stoppen of verder nemen
o vroegere medicatie:
 steroïden: wanneer, dosissen
 chemotherapie: anthracyclines (~rubicines), bleomycine

,3. KLINISCH ONDERZOEK
- vitale parameters meten: gewicht en lengte, bloeddruk en pols, perifere pulsaties, ademhalingsfrequentie, temperatuur
- auscultatie: hart, longen, vaatgeruisen
- grondig onderzoek van luchtweg, longen, hart, musculoskeletaal systeem
- belangrijk voor zenuwblockade, regionale anesthesie, invasieve monitoring
o let op: infectie, littekens, rug/wervelkolom, flexie/extensie CWZ, …
- neurologische onderzoek = belangrijk vooraleer loco-regionale anesthesie wordt toegepast!! (neurologische deficits
vooral het block werd geprikt?)
- luchtweg: pt stopt met ademen door anesthesie → moeten we overnemen
o look at pt’s anatomy: kleine mandibula, grote tong, (trisomie 21) korte nek, obesitas, abdominale faciale/nek
anatomie
o evalueer: 3 vingers tussen incisies, 3 vingers tussen hyoid en mentum; 2 vingers tussen hyoid en thyroid
o mallampati-score = score voor doorgang keelholte naar luchtpijp = score voor hoe moeilijk intubatie is: van 0-4
 vraag aan pt mond zo ver mogelijk te openen en beschrijven wat je ziet
 1 = visualisatie van verhemeltepijlers, zacht verhemelte en uvula
 2 = visualisatie van verhemeltepijlers, zacht verhemelte, maar uvula gemaskeerd door tongbasis
 3 = visualisatie van week verhemelte => moeilijke intubatie
 4 = visualisatie van hard verhemelte => moeilijke intubatie
o obstructie: secreties, stridor, muffled stem, massa
o nek mobiliteit: C-spine immobilization, rheumatoïde artritis, ankylosing spondylitis


4. TECHNISCHE ONDERZOEKEN
- ECG: op indicatie!!
o aanknopingspunten in VG of KO: cardiaal of chronisch longlijden, RF voor ischemisch hartlijden: diabetes ± roken ±
obesitas ± CNI
- RX thorax: op indicatie!!
- TTE: op indicatie!!
o bij klinisch vermoeden van kleplijden of corfalen
o bij onvoldoende opvolging van gekend kleplijden of corfalen
o TTE is geen goede maat voor ischemisch hartlijden (tenzij ovv. WMA: regionale contractiliteitsstoornissen)
- cyclo-ergometrie: op indicatie!!: klachten patroon suggestief voor inspanningsgebonden angor bij pt met normale
mobiliteit
- farmacologische stresstesten: op indicatie!!
o bij klachten suggestief voor inspanningsgebonden angor bij patiënten met verminderde/onbestaande mobiliteit
- longfunctie (VC,FEV1,Tiff): op indicatie!!
o indien klinisch/anamnestisch evidentie voor chronisch longlijden
o bij gekend chronisch longlijden zonder recente follow-up
o bij longreductie chirurgie: bepalen overblijvende longfunctie
- labo: cfr volgende slides
- (KCE: graden van chirurgie-zwaarte)
- RX axiaal skelet
o cervicale wervelkolom: RA-patiÎnten (atlanto-dentale dislocatie)
o lumbale en dorsale wervelkolom: geplande neuraxiale technieken en vermoeden van afwijkingen en/of vroegere
heelkundige ingrepen

, ASA kleine ingreep intermediaire ingreep grote / complexe ingreep
voorbeelden drainage borstkas, herstellen liesbreukVerwijderen colonresectie, volledig vervangen
verwijderen huidletsel spataders gewricht
1: normaal geen routineonderzoeken, rust-ECG, hemostasetesten volledig bloedbeeld (RBC, WBC, BP),
hemostasetesten nierfunctietesten, rust-ECG,
urinecultuur, hemostasetesten
2: niet-ernstig rust-ECG rust-ECG, niet-invasieve stress volledig bloedbeeld, nierfunctietesten,
systemische aandoening nierfunctietesten beeldvorming, nierfunctietesten, rust-ECG, urinecultuur, niet-invasieve
hemostasetesten hemostasetesten stress beeldvorming, hemostasetesten
3: ernstig systemische rust- ECG, rust-ECG, nierfunctietesten, niet- volledig bloedbeeld, nierfunctietesten,
aandoening nierfunctietesten, invasieve stress beeldvorming, volledig rust-ECG, urinecultuur, niet-invasieve
hemostasetesten bloedbeeld, hemostasetesten stress beeldvorming, hemostasetesten
4: ernstig systemische rust-ECG, rust-ECG, nierfunctietesten, niet- volledig bloedbeeld, nierfunctietesten,
aandoening + nierfunctietesten, invasieve stress beeldvorming, volledig rust-ECG, urinecultuur, niet-invasieve
levensbedreigend hemostasetesten bloedbeeld, hemostasetesten stress beeldvorming, hemostasetesten




5. RISICO STRATIFICATIE EN CLASSIFICATIE
- ASA-score (American Society of Anesthesiologists): goede voorspelling voor mortaliteit & morbiditeit: ASA 2 en 3 verschil =
examenvraag!
ASA betekenis peri-operatieve mortaliteit:
emergency vs electieve chirurgie)
ASA 1 gezonde patiënt, zonder regelmatig medicatiegebruik <0,1%: 0,06-0,08%
ASA 2 lichte systeemziekte, waarvoor hij al dan niet medicatie neemt, die zijn normale 0,27–0,4%
activiteiten niet belemmert
ASA 3 ernstige systeemziekte met functionele beperking, waarvoor hij medicatie neemt, 1,8–4,3%
maar maakt hem niet invalide
ASA 4 zeer ernstige chronische levensbedreigende ziekte 7,8–23%
ASA 5 stervende patiënt van wie niet verwacht wordt dat hij zonder operatie nog langer dan 9,4–51%
24u zal overleven
E indien de uitgevoerde ingreep een urgenie is, wordt E aan de classificatie toegevoegd

- luchtweg: Mallampati score (predictie moeilijke intubatie)
- cardiale scores (functionele reserve)
o NYHA classificatie
o Lee’s Revised cardiac risk index
o METS: metabolic equivalent of task
- respiratoir: GOLD klasse
GOLD ernst karakteristieken
stadia
1 mild COPD FEV1/FVC < 70%
FEV1 ≥ 80% van de voorspelde waarde
Mmet of zonder chronische symptomen (hoesten,
sputumproductie)
2 matig COPD FEV1/FVC < 70%
FEV1 tussen 50% en 80% van de voorspelde waarde
met of zonder chronische symptomen (hoesten, sputumproductie)
3 ernstig COPD FEV1/FVC < 70%
FEV1 tussen 30% en 50% van de voorspelde waarde
met of zonder chronische symptomen (hoesten, sputumproductie)
4 zeer ernstig FEV1/FVC < 70%
COPD FEV1 < 30% van de voorspelde waarde of FEV1 < 50% met
chronisch longfalen

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 14, 2026
Number of pages
61
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$8.07
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
rikschrijvers Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
22
Member since
4 months
Number of followers
0
Documents
45
Last sold
1 week ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions