GUNST: 1. INLEIDING INTENSIEVE GENEESKUNDE
- zie foto’s PowerPoint
INTENSIEVE GENEESKUNDE
- erkend medisch specialisme dat zich bezighoudt met de opvang en behandeling van kritiek zieke patiënten
- “kritieke ziekte” = ≥1 vitale lichaamsfunctie is acuut bedreigd (nood aan vitale monitoring) of faalt (nood aan
supportieve therapie)
o ademhaling, circulatie, CZS, nier, lever
- → opname in een gespecialiseerde afdeling: ICU = intensive care unit
- medische en chirurgische patiënten
- alle leeftijden
o vroeg- / pasgeborene (neonatale ICU)
o pasgeborene en kinderen tot 16j (pediatrische ICU)
o volwassenen (inclusief geriatrische patiënten) (ICU)
- geplande en ongeplande (urgente) opnames
o opname na electieve (majeure) heelkunde
o urgente opnames
urgente heelkunde: bv na herstel van rupturerend aorta-aneurysma
trauma: inclusief brandwonden en intoxicaties
medische aandoening: bv pneumonie met septische shock, acute pancreatitis, …
INTENSIVIST
- brede algemene medische kennis + specifieke kennis & technische skills
- arts-intensivist = medisch eindverantwoordelijke op ICU
o multidisciplinair overleg (verwijzers, orgaanspecialisten)
- bijzondere beroepstitel (+ 2j) na behalen basisspecialisme: (intensivist is geen basisspecialist)
o anesthesiologie
o inwendige geneeskunde
o heelkunde
o pediatrie
o urgentiegeneeskunde
INTENSIEVE GENEESKUNDE
- historiek: “jonge medische discipline” ontstaan naar aanleiding van polio-epidemie in Scandinavië in 1952
o poliomyelitis (polio-epidemie) met respiratoir falen: negatieve druk ventilatie: “ijzeren long”
→ nood aan acute beademing om infectie door te komen → anders zou pt stikken
o hoge mortaliteit ondanks negatieve druk ventilatie (>90%)
o thorax gaat expanderen en lucht gaat in de long zodat pt terug kan uitademen
o daarna: Dr Björn Ibsen (1952): positieve druk ventilatie via trachea-intubatie; ↓†25% (= druk in pt blazen)
o foto: student geneeskunde manuele ventilatie bij poliopatiënt
manuele positieve druk ventilatie + tracheostomie
1952: ontstaan intensieve geneeskunde en ICU: Dr Bjorn Ibsen
- evolutie sinds 1952:
o klinisch en translationeel wetenschappelijk onderzoek: meer inzicht in pathofysiologie
o medisch-technologische (r)evolutie: uitgebreidere en accuratere monitoring en behandelingsmogelijkheden
o prominente plaats in acuut ziekenhuis
↑ nood aan ICU-bedden
o architecturale vereisten en richtlijnen voor bestraffing
o steeds meer complexe procedures uitgevoerd en pt kan dat overleven
,2
INTENSIEVE GENEESKUNDE
- economisch aspect: ICU = dure geneeskunde
o hoge personeelskosten
verpleegkundige/patiënt ratio: 1/2 (→ 1/1) 1 verpleegkundige voor 2 patiënten
bv ECMO: zelfs 1 verpleegkundige voor 1 patiënt
medische permanentie: 24/7 in huis
o dure uitrusting/apparatuur (monitoring, behandeling)
o dure therapieën (medicatie, artificiële voeding)
o bouwkundige en technische vereisten
o → hoge kosten voor:
ziekenhuisbudget
budget gezondheidszorg (= maatschappelijk)
- ethische dimensies
o mogelijkheden door medisch-technologische vooruitgang
o doel = herstel naar kwaliteitsvol leven buiten het ziekenhuis = levenskwaliteit dat voor de pt aanvaardbaar is
wat is kwaliteitsvol leven voor patiënt? wat is de kans om dit te bereiken?
verschillende leeftijden; quality-adjusted life years
o economische aspecten
o schaarste aan ICU bedden
o ethische reflectie: inherent en prominent
o acuut vs. verlengd kritieke ziekte
herstel
verlengd ICU-afhankelijk: aanhoudend orgaanfalen, ernstige spierzwakte
verhoogd risico om te overlijden + risico op blijvende functionele beperkingen als overleven
kunnen ook psychologische of psychiatrische complicaties zijn
verlengd kritieke ziekte
+ ook nadenken of het zin heeft op lange termijn of we dat nog altijd kunnen realiseren
- ethische dimensies: beslissingen omtrent eventuele therapiebeperking
o reflectie over zin/nut van intensieve zorgen-behandeling versus futiliteit (therapeutische hardnekkigheid,
disproportionaliteit)
o elke beslissing heeft potentieel impact op leven en dood
“withdrawal”, bv stoppen van beademing = supportief: levensondersteunende therapieën
“withholding”, bv geen CPR bij hartstilstand = supportief
als pt nieuwe complicatie doet → dan nieuwe complicatie niet meer behandelen
is SUPPORTIEVE therapie → NOOIT comforttherapie stoppen: comfort blijft altijd allerhoogste
prioriteit
o in brede consensus met behandelend team
intensivisten, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, verwijzend specialist
o in samenspraak met patiënt/familie: vaak wilsonbekwame patiënt (sedatie, delier, coma)
,3
HOOFDSTUK 1: EVALUATIE EN HERSTEL VAN VITALE ORGAANFUNCTIES
EVALUATIE EN HERSTEL VAN VITALE LICHAAMSFUNCTIES
- snelle diagnose en adequate aanpak bij bedreigde of falende vitale functies is essentieel!
- gestructureerde aanpak: ABCDE
o “treat first what kills first”
o vermijden secundaire schade tgv hypoxemie, ischemie,… dan probleem vanuit breder perspectief beoordelen
o beleid = supportief + causaal (bij hyperacuut probleem is de therapie vaak supportief)
supportief: wat je eerst snel moet doen bv pt ademt niet meer beademen
causaal: oorzaak zoeken en aanpakken
o cave: symptoomcontrole zonder onderliggende oorzaak! (niet zomaar symptomen behandelen zonder dat je
weet wat er aan de hand is) → inadequate interventies kunnen leiden tot een slechte afloop
pt kunnen meerdere dingen tegelijkertijd hebben → behandel eerst de prioriteiten
o piepende ademhaling: je denkt bronchospasme → geeft direct een aerosol bètamimeticum en theofylline IV
maar hij heeft misschien een cardiale wheezing (zie je op RX of klinisch onderzoek) en is ondervuld
(agitatie, VKF, collaps, …)
dan is de behandeling helemaal anders: rust, diuretica, morfine en vochtbeperking
- blijf bij de patiënt tot dat hij duidelijk en blijvend gestabiliseerd is, zowel respiratoir als circulatoir
ACUTE OPVANG VAN EEN KRITIEKE PATIËNT = ABCDE
- in de juiste volgorde! “treat first what kills first”
AIRWAY = LUCHTWEG
- altijd eerst na te kijken!
- zonder vrije luchtweg hebben andere interventies geen zin
o when you breathe you inspire; when you don’t you expire
- klinisch beeld van acuut respiratoir falen (ARF): angst, abnormaal trage of snelle ademhaling, grauwe kleur, abnormale
ademhalingsgeluiden (piepen, reutelen …), gebruik van de hulpademhalingsspieren, lage zuurstofsaturatie of lage
zuurstofspanning (! maar normale saturatie of bloedgaswaarden sluiten ARF niet uit)
- luchtweg: verlies tonus mondbodemspieren met posterieure verplaatsing tong en obstructie luchtweg
- is de luchtweg vrij?
o is er “air entry”? head tilt – chin lift Jaw trust
o abnormale geluiden (stridor)?
- geen air entry
o verwijder vreemd voorwerp: bv
tandprothesen
o suctie braaksel/bloed/secreten
o manueel openen van de luchtweg
Head tilt – chin lift (cave cervicale WZ)
(! niet bij een mogelijk letsel van de cervicale wervelzuil): hoofd naar achter, kin naar
omhoog, de tong beweegt naar voor
Jaw thrust: wijsvinger achter kaak haken, onderkaak naar voor trekken
mandibula naar voor en boven trekken zodat luchtweg terug vrij is
o oropharyngeale/nasopharyngeale luchtweg (Guedel/Mayo canule): zelf lucht door canule blazen
als manueel manoeuvre niet goed lukt → oro- of nasopharyngeale luchtweg plaatsen = Mayo canule
tong wordt naar voor geduwd doordat canule in de keel zit
nadeel: kan hoestreflex/braakreflex uitlokken potentieel in de longen lopen
- indien geen vrije luchtweg → laryngoscopie + intubatie
o endotracheale tube → ballonnetje: cuff: wordt opgeblazen als cuff onder de stembanden zit
o positieve druk genereren omdat lucht niet kan ontsnappen
o cuff beschermt pt tegen aspiratie zodat speeksel of braaksel niet in longen kan lopen
- de moeilijke luchtweg: afwijkende/aberrante pathologie in hoofdhals gebied of trauma’s
o verwachtte moeilijke intubatie? extra voorzorgsmaatregelen
o brandwonden: kunnen zwellen door inflammatoire reactie → weinig plek voor tube
,4
BREATHING = ADEMHALING
(na verzekeren vrije luchtweg (A))
- check of efficiënte ademhaling (B)
- verifieer adequate air entry (in- en expiratie) + verifieer zuurstofsaturatie: bij lage saturatie → zuurstofsupplement (O₂)
o via neusbril: 1-5 l/min
o via masker: tot 15l/min
o high-flow nasal canula: O₂ therapie via hoge flow (bevochtigd)
tot 60 l/min, met inspiratoire zuurstoffractie van 21% tot 100%
→ atelectase tegengaan
preventie beademing = CPAP-effect
- indien geen ademhaling of zuurstof ontoereikend (lage O₂): beademing
o (tijdelijk) maskerventilatie
pink achter kaakhoek, tippen vd vingers op mandibula, niet op mondbodem duwen want dan kan je
de tong naar achter duwen
bij niet geïntubeerde en acuut gedesatureerde patiënt en dus beademing nodig heeft
vingers (3 en 4) mogen niet te ver over de mandibula/mondbodem komen bij het aandrukken van het
masker
anders duw je met die vingers de tong naar boven → luchtwegobstructie!
o niet-invasieve ventilatie: via neus-mond masker, via neusmasker, via helm
langdurige niet-invasieve beademing is meestal geen goede optie →
drukletsels van het masker
luchtweg is niet beschermd: je blaast lucht in de mond van de pt + pt kan nog speeksel aspireren
o invasieve mechanische beademing (via endotracheale tube)
bij langdurige beademing
indien pt bewusteloos is (want beschermd tegen aspiratie)
o extracorporele membraanoxygenatie = ECMO: bloed passeert langs oxygenator en wordt zuurstofrijk
als heel slechte beademing door heel zieke long
- denk altijd aan de mogelijke oorzaak!
o O₂, maskerventilatie, kunstmatige beademing, ECMO,… = supportief
o doet niets aan de oorzaak!
acuut longoedeem: diuretica
sputumimpactie: evacuerende bronchoscopie
(spannings)pneumothorax: thoraxdrain
bronchospasme: bronchodilatantia
pneumonie, atelectase, pleuraal vocht, longembool, metabole acidose, neurologisch/neuromusculair
o oorzaak?
voorgeschiedenis en klinisch onderzoek
beeldvorming: RX, CT, echo
labo
CIRCULATION
- klinische tekenen van shock (cf. les shock)
o perifere pulsaties , perifere temperatuur, capillaire refill, gemarbreerde ledematen
o bewustzijn en diurese (min 0,5 ml/h) nakijken + kijk of er belangrijk bloed- of vochtverlies is geweest
- onmiddellijke acties:
o bloeddruk + controleer of er IV toegang is
o neem ECG → toont of er ritme- of geleidingsstoornissen
zijn, of tekenen van myocardischemie
maligne aritmieën (VT, VKF) → cardioversie uitvoeren
extreme bradycardie (totaal AV-block, sinusbradycardie) → pacing
- controleer of er IV toegang is
o IV toegang perifeer of centraal
,5
o intra-osseuze naald: indien IV toegang onmogelijk is of tijdrovend wordt
o bloed voorradig? → check – meld -noteer
, 6
CIRCULATION
WAT IS HET PROBLEEM?
- oorzaak shock? (vaak mengvormen)
o hypovolemische shock? = low input shock
(als onbehandeld → longhypoperfusie en hypoxie → ↓ bewustzijn → ↓ ademhaling)
symptomen = koude extremiteiten, langzame capillaire refill
behandeling = IV vocht (eerst uitsluiten massieve bloeding of vochtverlies)
o cardiogene shock?
extreme bradycardie: totaal AV-block, bradycardie, sinuspauzes
behandeling: externe pacing, 𝞫₂-antagonisten, vagolytica
maligne tachycardie: ventrikelfibrillatie, ventrikeltachycardie
behandeling: elektrische reconversie, amiodarone, correctie hypoK/hypoMg
shock secundair aan slechte corfunctie
behandeling: inotropie, afterloadreductie (bv inhaled NO voor pulmonaire vasodilatatie als
RV-falen)
o obstructieve shock: centrale stuwing: urgente RX thorax ± echocardiografie om obstructie op te sporen
o shock refractair aan vulling, vasopressie, inotropie en ritme-interventies
tijdig overwegen van extracorporele membraanoxygenatie: venoarteriële ECMO = VA-ECMO
o distributieve shock?
symptomen = warme extremiteiten, hyper-dynamische patiënt
oorzaak = vasoplegie door sepsis, dwarslaesie, spinale anesthesie
behandeling = vocht en vasopressie
o bij twijfel: echocardiografie
- behandel ook steeds onderliggende oorzaak!
o hypovolemie: bloeding stoppen, …
o distributieve shock: behandeling infectie,…
o cardiogene shock: revascularisatie,…
DISABILITY
- bewustzijn; Glasgow oma schaal: max score is 15, minimum score is 3 (NIET 0/15!)
o ! bij coöperatieve wakkere patiënt wordt nooit de reactie op pijnprikkels geëvalueerd!!!
- beweging vier ledematen en reflexen
- catastrofen: zien dat die geen neurologisch probleem heeft waar je direct iets aan moet doen
o herniatie (cerebrale inklemming)
o hypoglycemie
o meningitis
o status epilepticus
o belangrijke elektrolietenstoornissen
- + korte hetero-anamnese: DM, hypertensie, CVA, epilepsie, schildklierlijden,
alcoholgebruik
EXPOSURE
nu de pt ‘veilig’ is, is er tijd voor een nauwkeurig en volledig klinisch onderzoek:
- infectietekenen thv operatiewonden of andere regio’s
- ecchymose, petechiën en purpura
- icterische sclera of anemische conjunctiva
- (decubitus)letsels
- aspect en hoeveelheid van vochtverliezen in postoperatieve drains
- kleur van urine en maagvocht
- correcte positie van blaassonde of maagsonde?
- littekens die ingrepen suggeren die in de anamnese ontbreken
- lichaamstemperatuur: centrale temperatuur
- tekens van intoxicatie
- aansluitend secondary survey: volledig klinisch onderzoek en heteroanamnese