Chartering in perspectief - chartering
1.1 Inleiding
Lading = de goederen
Schip = transportmiddel om de lading te vervoeren bij maritiem transport
Chartering = activiteit binnen de maritieme sector waarbij een charterer beroep doet op een
broker om een schip te zoeken om lading op het gevraagde tijdstip op te laden en tijdig op de
gevraagde bestemming af te leveren tegen een overeengekomen prijs.
Freight rates = vrachtprijzen uitgedrukt in US dollar of euro
- op basis van het tonnage: per metrische ton/m³
- als lumpsum: totale som
- Bij olietankers: in worldscale points
Liner market:
- Vaste schepen, vaste laadhavens, vaste bestemmingen, vast vaarschema, vaak vaste
prijzen.
- Meestal containers: makkelijke overslag, goede efficiëntie, prijs-kwaliteit etc.
- Liner terms: bepalen de kostenverdeling (bv. FI)
Indien er extra capaciteit nodig is kunnen lijnoperatoren beroep doen op brokers
om extra schepen te charteren.
Indien er laadcapaciteit over is op de schepen van lijnoperatoren zullen zij beroep
doen op brokers om hun overbodige laadruimte/schepen te charteren.
Charter market: chartering
- Routes op basis van de behoefte naar transport
- Lading wordt verdeeld over tramschepen op basis van
o Huidige positie van het schip
o Type lading:
Wet cargo: vloeibare lading in tankerschepen
Dry cargo: droge lading (bv. zand)
o Retourmogelijkheden: vooral in de dry bulk sector
- Doel: schepen zijn continu in gebruik en vervoeren lading aan een zo hoog mogelijke prijs
Bij bestemmingen waar weinig beschikbare retourvracht is zal de ship owner een
hogere prijs aanrekenen
- Op basis van FIOS = Free In Out and Stowed
- Wet cargo (vloeibare lading in tankers) of dry cargo (droge lading)
Charter party (bevrachtingsovereenkomst):
- tussen ship owner en charterer
- inclusief terms and conditions – shipping terms
- voor verhuur van een schip of verhuur van plaats op een schip
1.2 Betrokken partijen in een charter party (C/P)
Ship owner = eigenaar van een schip
- Met/zonder hypotheek door een bank
o Indien zonder: schip = volledig afbetaald OF financiering d.m.v. Private Equity
(private investeerders)
, o Indien met: financiering van het schip gebeurde d.m.v. hypotheek op het schip
als zekerheid voor de bank
Meestal: deels hypotheek en deels Private Equity
Cargo owner = de partij die controle heeft over de lading = charterer
Afhankelijk van de selling terms (Incoterms): bv. EXW koper = charterer want die
biedt de lading aan aan de carrier bv. DDP verkoper = charterer want die biedt de
lading aan aan de carrier
Operators = partij die handelt in transportcapaciteit
- Koopt en verkoopt tijd op schepen (time charter) of ruimte voor cargo (voyage charter)
afhankelijk van de markt. Operator kan speculatief werken:
Operator verwacht stijgende prijzen: schepen inhuren die hij op zijn beurt kan
charteren (en dus winst maken op het verschil, want hij huurt nog voor lager tarief
en kan zijn eigen klant hopelijk een hogere prijs aanrekenen)
Operator verwacht dalende prijzen: tijd op schepen/ruimte voor cargo verhuren
voor de huidige hogere tarieven, hij gaat zelf pas die schepen/ruimte voor cargo
inhuren wanneer de prijzen gezakt zijn.
- Optreedt als charterer: operator zoekt een schip om lading te vervoeren
Cargo owner biedt lading aan op de markt en de operator biedt aan om die te
vervoeren
Operator gaat een C/P opstellen met de cargo owner
Operator zoekt geschikt schip: time/voyage charter (hij gaat dus zelf een C/P aan
met de ship owner)
Operator gebruikt het gehuurde schip om de lading van de cargo owner te vervoeren
Hij maakt winst op het verschil tussen het tarief dat de cargo owner hem betaalt en
dat wat hij aan de ship owner zelf moet betalen.
- Optreedt als disponent owner: operator huurt een schip in en verhuurt door aan iemand
anders (= re-let)
Werkelijke eigenaars van het schip: head owner/beneficial owner (blijven steeds
verantwoordelijk voor: onderhoud en verzekering van het schip
Operator gaat een C/P opstellen met de head owner. Hij is in dit geval charterer ten
aanzien van die head owner.
Operator chartert het volledige schip aan een derde partij (= charterer), hij neemt
geen cargo aan. Hij is disponent owner ten aanzien van de charterer waaraan hij
chartert.
- Een operator kan in elk chartertype bestaan, maar alleen bij een time charter wordt de
charterer operator (disponent owner); bij voyage charters is een operator een vrijwillige
commerciële rol, geen contractuele (enkel indien de initiële charterer ervoor kiest om de
capaciteit door te verhuren).
1.3 Goederen
Massa- en stortgoederen: drycargo
- Met bulkschepen
Wet cargoes – tankermarket: gas, dirty products (petroleum), clean products (chemicaliën –
voeding)
- Met tankerschepen
Multipurpose schepen: voor verschillende soorten goederen zoals breakbulk liner trades
- Worden soms ingecharterd door lijnmaatschappijen bij hoge vraag naar transport
1.4 Het schip
, Bouw = afhankelijk van de exploitatievorm van het schip (cargo holds moeten geschikt zijn
voor de lading)
Meestal: bulkschepen
Belangrijk: safe (veiligheid) en sound (stevigheid)
- Safe: certificaat Seaworthiness (uitgegeven door classification societies)
Classification societies:
- ‘Onafhankelijke’ instellingen die de shipowners, shipbuilders, engine builders en
underwriters vertegenwoordigen.
- Garanderen dat schepen degelijk gebouwd zijn en zeewaardig zijn
Worden gecontroleerd door de vlaggenstaat
- Bedenking: een organisatie waar shipowners inzitten gaat niet onafhankelijk oordelen of
een schip voldoet en in vlaggenstaten die strengere controles uitvoeren zijn de
standaarden anders dan waar dit soepeler loopt
FOC (flags of convenience): goedkope vlaggen om onder te varen omdat deze vlaggenstaten
geen strenge controles uitvoeren -> port state control (die in havens controles uitvoeren op
schepen) gaan FOC schepen targetten voor controles
Bij chartering: let op als het schip onder een FOC vaart want je krijgt wss veel
controles wat de leadtime kan verlengen.
Tonnage: kan het schip de lading wel dragen?
- Load displacement tonnage: gewicht van het schip + gewicht van de lading
- Light displacement tonnage: gewicht van het schip zonder lading
Interessant om te weten bij het kopen en verkopen van schepen of bij demolition
van het schip
- Deadweight: maximum laadvermogen van het schip (lading + brandstof + spare parts +
water + proviand)
Deadweight all told (Dwat): inclusief alles dat het schip draagt dus ook brandstof
enz.
Deadweight cargo capacity (Dwcc): lading die een schip kan dragen bij een
bepaalde diepgang.
- We baseren ons voor het deadweight steeds op het tonnage dat men mag laden op
‘summer’ volgens de loadline van het plimsollmerk
- Plimsollmerk geeft de maximaal toegestane diepgang aan per gebied en per seizoen
, Afstand tussen waterlijn en het dek = vrijboord
Draft = hoe diep het schip in het water ligt
De ‘laadlijn’: horizontale lijn door de cirkel – bij zomer
Initialen van de classification society die het schip heeft geklasseerd staan aan
weerszijde van de crikel.
- International load line zones – weergegeven op een kaart
Opdeling van de wereldzeeën in zones, waar op basis van de datum een bepaalde
diepgang geldt voor schepen.
Link met Plimsollmerk: laadlijnen van het plimsollmerk komen overeen met de
zones op de kaart
- Deadweight scale: tabel die de draft van het schip en de dwat in verband brengt
Bv. diepgang x meter = x ton lading
Kan ook dienen als controle op correcte belading, als je dus het maximale tonnage
bij een bepaalde diepgang laad moet die met de correcte laadlijn overeenkomen
- Belang van deadweight scale bij chartering:
Makkelijk overzicht van hoeveel lading een schip mag meenemen afhankelijk van
de zones die doorkruist zullen worden
Verdrag inzake laadlijnen (1966) – International Maritime Organsiation (IMO):
- Het doel van de laadlijnen – plimsoll merk die en maximale belading voorschrijven is om
een bepaalde vrijboord (afstand tussen de waterlijn en het dek) te behouden. Afhankelijk
van het seizoen of zone zijn de veiligheidsvoorschriften anders.