Wat zijn gevaarlijke stoffen ?.....................................................................................................2
Brandbaarheid......................................................................................................................3
Reactiviteit...........................................................................................................................4
Toxiciteit...............................................................................................................................5
Agressiviteit..........................................................................................................................5
Milieugevaar.........................................................................................................................6
Transportreglementering..........................................................................................................6
Internationaal Zeevervoer Reglementering (opgemaakt door IMO)..........................................7
IMDG-Code..........................................................................................................................7
IMSBC-Code.........................................................................................................................7
IBC-Code.............................................................................................................................8
IGC-code..............................................................................................................................9
SOLAS..................................................................................................................................9
CSC....................................................................................................................................10
Structuur IMDG-code.............................................................................................................10
Amendementen..................................................................................................................10
Structuur............................................................................................................................11
IMDG = International Maritime Dangerous Goods Code
pag. 1
, Maritieme wetgeving met betrekking tot gevaarlijke goederen
Enkel Engelstalige versie
Wat zijn gevaarlijke stoffen ?
Vaste stoffen, vloeistoffen of gassen die door hun chemische of fysische eigenschappen
schade toebrengen aan mens, dier of milieu
Mensgemaakte gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen van natuurlijke oorsprong
Gevaarlijke stoffen die ontstaan als residu uit een proces (bv. bij creatie van
een andere stof)
Verschijningsvormen – aggregatietoestand (belangrijk bij classificatie van stoffen)
- Vaste stoffen: smeltpunt bij meer dan 20°C bij normale druk
- Vloeistoffen: smeltpunt bij minder dan of 20°C bij normale druk
- Gassen: dampspanning bij 50°C van meer dan 300 kPA (kilopascal) – 3x de normale
luchtdruk van 100 kPA
Dampspanning: de druk die een stof uitoefent wanneer ze wil verdampen.
o Samengeperst gas = een gas dat onder hoge druk in een fles wordt
opgeslagen, zonder het te koelen tot vloeistof (bv. perslucht).
o Vloeibaar gemaakt (gekoeld) gas = een gas dat door koeling en/of druk
vloeibaar wordt gemaakt (bv. ammoniak).
o Opgelost gas = een gas dat opgelost zit in een vloeistof, zodat het stabieler en
veiliger kan worden opgeslagen (bv. acetyleengas in aceton).
o Aerosolen = een mengsel van een drijfgas en een product (vloeistof of vaste
stof) dat bij indrukken van de knop het product als nevel verstuift (bv.
spuitbussen deo).
Soorten gevaarseigenschapen:
- Brandbaar - Brandbaarheid
- Giftigheid - Toxiciteit
- Corrosief - Agressiviteit
- Explosief - Reactiviteit
- Radioactief - Reactiviteit
- Oxiderend - Reactiviteit
- Aquatisch milieugevaarlijk – Milieugevaar
Bij transport van gevaarlijke goederen zijn er regels, maar ook bij het opkuisen in geval van
ongevallen.
Dampdichtheid = de dichtheid van een damp of gas vergeleken met
lucht.
- Dampdichtheid van lucht = 1
- Waterstof en ammoniak = lagere dampdichtheid dan 1 (lichter
dan lucht)
Zal als het in de lucht terechtkomt beginnen stijgen
- Alle andere dampen = hogere dampdichtheid dan 1 (zwaarder
dan lucht)
Wanneer er dus een gasbrand ontstaat is de juiste bestrijdingsmethode om de
leiding af te sluiten, zo komt er geen nieuw gas meer bij en zal de brand vanzelf
stoppen. Als je gaat blussen dan zie je het gas niet meer, zakt dat naar de grond
pag. 2