OMGAAN MET WEERSTAND / HOOFDSTUK 1 / LEERDOELEN
WEERSTAND OMSCHRIJVEN ALS GEZONDE MENSELIJKE EIGENSCHAP
Weerstand is niet zomaar ‘lastig gedrag’, maar een noodzakelijk mechanisme voor
zelfbehoud (drang om jezelf te beschermen tegen schade, fysiek of emotioneel).
Wanneer een zorgvrager in een afhankelijke positief terechtkomt, voelt dit vaak als een
bedreiging voor de eigen autonomie en individualiteit.
Het is dus een beschermingsmechanisme tegen het onbekende en mag niet vertaald
worden als pure onwilligheid
Examentekst
Weerstand kan je zien als een gezonde vorm van zelfbehoud en een noodzakelijk
beschermingsmechanisme voor de zorgvrager. In de zorgrelatie wordt iemand vaak
afhankelijk, wat angst voor het onbekende oproept en de eigen individualiteit bedreigt.
Weerstand is dan een manier om de eigen grenzen te bewaken en niet simpelweg
onwilligheid om mee te werken. Het getuigt eigenlijk van betrokkenheid van de patiënt
bij zijn eigen situatie.
DIRECTE EN INDIRECTE UITINGSVORMEN VAN WEERSTAND
Weerstand kan zich op verschillende manieren uiten, verdeeld over 4 categorieën:
- Argumenteren
- Onderbreken ontkennen
- Negeren
Direct De hulpverlener openlijk afwijzen (‘ik wil die pillen niet’),
de kennis in twijfel trekken of luidruchtig protesteren
Indirect Cynisme, sarcasme, manipulerend gedrag (bv. medicatie
uitspuwen), of psychosomatische klachten bv. hoofdpijn
veinzen om gesprek te ontwijken
Weerstandtekst
Weerstand uit zich direct of indirect via gedragingen als argumenten, onderbreken,
ontkennen of negeren. Directe weerstand is duidelijk herkenbaar, zoals wanneer een
patiënt letterlijk zegt dat hij niet wil praten of de verpleegkundige wegstuurt. Indirecte
weerstand is subtieler, denk aan cynische grappen, manipulerend gedrag of het
plotseling krijgen van lichamelijke klachten om zorg te vermijden. Als verpleegkundige is
het cruciaal om deze signalen tijdig op te pikken om de zorgrelatie te kunnen herstellen.
ROL VAN VERPLEEGKUNDIGE ALS VERTALER
De verpleegkundige moet door het ‘topje van de ijsberg’ (het zichtbare, vaak storend
gedrag) heen kijken naar het diepliggende proces. Je decodeert de boodschap van de
zorgvrager: van wat je aan de oppervlakte waarneemt naar de dieper ervaring en angst
die daaronder ligt.
Examentekst
Als verpleegkundige neem je de rol van ‘vertaler’ aan door gedrag te laten vertalen naar
de dieperliggende ervaring. Je gebruikt hierbij het ijsbergmodel: het storend gedrag is
slecht het topje, terwijl de echt oorzaak, zoals angst of verdriet, onder water ligt. Door
deze boodschap te decoderen en bespreekbaar te maken, geef ik betekenis aan de
situatie. Dit werkt verbindend en helpt om samen met de zorgvrager uit de weerstand te
raken.
VERSCHILLENDE FACTOREN AAN DE BASIS VAN WEERSTAND
Weerstand ontstaat vaak door een combinatie van angst voor het onbekende, verlies
van controle, en inperking van privacy. De zorgvrager moet vaak bekende
gewoontes loslaten, wat bedreigend aanvoelt. Ook het gevoel geen inspraak te hebben in
de behandeling is een grote trigger.
Examentekst
Aan de basis van weerstand liggen factoren zoals angst voor het onbekende, verlies van
autonomie en de inperking van de persoonlijke levenssfeer. Een ziekenhuisopname
doorbreekt vaak alle gewoontes, waardoor een zorgvrager zich kwetsbaar en onveilig
Pagina 1 | 15
, voelt. Ook het gebrek aan inspraak in het zorgproces of eerdere negatieve ervaringen
kunnen ervoor zorgen dat iemand zich gaat verzetten. Het is dus een reactie op de
stressvolle positie waarin de zorgvrager zich bevindt.
DE 4 GROTE GROEPEN VAN BEÏNVLOEDENDE EN REGULERENDE FACTOREN
Er zijn vier groepen die bepalen hoe weestand ontstaat en hoe ermee wordt omgegaan:
1 Team en afdelingsklimaat
- Cultuur op de afdeling (bv. controlerend vs faciliteren, procedureel, weinig
inspraak…)
2 Communicatie en relatie
- Mate van sensitiviteit en responsiviteit van de zorgverlener (signalen
opmerken en juist interpreteren)
3 Contextfactoren
- Omgevingsfactoren bv. drukte, lawaai, gebrek aan privacy of een
onduidelijke dagstructuur
4 Factoren mbt rol van zorgvrager:
- Stress van het patiënt zijn, bv. wachttijden en onwetendheid
Examentekst
De vier groepen factoren die weerstand beïnvloeden zijn afdelingsklimaat,
communicatieve relatie, contextfactoren en patiëntrol . het afdelingsklimaat is hierbij de
sterkste factor: een controlerende (bulldozer-stijl) lokt meer weerstand uit dan een
ondersteunende aanpak. Ook de sensitiviteit van de verpleegkundige en
omgevingsprikkels zoals lawaai spelen een grote rol. Tot slot zorgt de rol van de
zorgvragen op zich al voor stress door verlies van controle en privacy.
DE DOELSTELLINGEN BIJ HET CONSTRUCTIEF HANTEREN VAN WEERSTAND
Het hoofddoel is het herstellen van de relatie tussen de verpleegkundige en de
zorgvrager. We willen van een conflict naar een ‘wij-verhaal’ gaan, waarbij een
gemeenschappelijk probleem wordt gecreëerd. Het uiteindelijke doel is dat de zorgvrager
zich gehoord voelt, de weerstand zakt en er samen een werkbaar compromis wordt
gevonden voor de verdere zorg.
Examentekst
Het doel van het constructief hanteren van weerstand is niet het ‘breken’ ervan, maar
het herstellen van de vertrouwensband. Je streeft naar de creatie van een
gemeenschappelijk probleem waarbij je als bondgenoten naar een oplossing zoekt. Door
de weerstand bespreekbaar te maken, creëer je een draagvlak voor de zorg. Uiteindelijk
willen we samen tot een compromis kunnen komen waar zowel de zorgvrager al team
zich goed bij voelt.
DE GESPREKSMETHODIEK WEERGEVEN
1. Herkennen: signalen opvangen (direct/indirect) en aan introspectie doen (naar
binnen kijken: je eigen gedachten, gevoelens, motieven)
2. Erkennen: de weerstand benoemen en neutraal blijven
3. Betekenisvolle relatie creëren: de zorgvrager actief betrekken en bondgenoten
worden
4. Zorgverlening moduleren: in dialoog gaan en de situatie herzien (onderhandelen)
5. Afronden: afspraken samenvatten en rapporteren naar het team
Examentekst
De gespreksmethodiek omvat vijf stappen: herkennen, erkennen, betekenisvolle relatie
creëren, zorgverlening moduleren en afronden. Het begrint bij het observeren van
signalen en eindigt bij het maken van concrete, gedragen afspraken. Cruciaal in dit
proces is de verschuiving van ‘tegenover elkaar staan’ naar ‘samenwerken’. Als
verpleegkundige stuur ik dit proces door continu af te stemmen op de behoeften van de
zorgvrager.
Pagina 2 | 15