D3 H1institutionalisering en instituties
1.1 institutionalisering
Institutionalisering =
- Fundamenteel antropologisch proces
- Waarin individuele menselijke handelingen geobjectiveerd worden tot
vaste, min of meer normatieve handelingspatronen
- Die als collectieve vormen onafhankelijk van handelde individuen kunnen
blijven voortbestaan
- En als dusdanig de individuele mens enerzijds dwingen om bepaalde
handelingen te verrichten
- En hem anderzijds de voor zijn handelen onmisbare sociale stabiliteit en
zekerheid verschaffen
Objectivering van handelingen
- Nooit op één moment, ontwikkeld in de tijd
- Handeling worden handelingspatronen buiten het individu/ buiten het
individueel bewustzijn
- Gaan vooraf aan het individu
- Worden overhandigd aan het individu (overgeleverd)
- Socialisering = leren kennen en internaliseren van traditionele, sociaal
geaccepteerde handelingspatronen die bepaald en overgeleverd worden
door groeperingen
Durkheim: ‘des faits sociaux’
Sociale feiten zijn dwingend => cfr. Sociale controle/ sanctie bij
overtreding
Sociale stabiliteit => als lid van een samenleving weinig beslissingen
nemen
1.2 instituties
1.2.1 definitie
Geen consensus
- Institutie als normenstel (o.a. Durkheim) => weinig meerwaarde,
synoniem voor
- Institutie als organisatie => verwijzing naar sociale structuur, niet naar
cultuur
=> FOUT
1
, - Institutie als geheel van genormeerde opvattingen, houdingen,
gevoelens en gedragingen die bestaand rond essentiële functies
o Institutie = normatief systeem dat bestaat rond essentiële sociale
functies
o Instituties = noodzakelijk i.f.v het voortbestaan van de samenleving
Voorbeelden van instituties: gezin, onderwijs, economie, politiek, godsdienst, …
1.2.2 functies
- Stabiliteit van instituties zekerheid
- Voorspelling
- Rigiditeit => verandering wordt moeilijk
Instituties zijn weerbarstig aan verandering, zelfs als uit veranderde
omstandigheden zich een wijziging opdringt
1.2.3 voorbeeld: het gezin
Functies en invulling ervan evolueren
- Procreatiefunctie
- Opvoeding en socialisatie
- Economische functie
- Sociale bescherming – zorgduntie
- Emotionele management
Vorm evolueer doorheen de tijd
- Uitgebreid gezin => kerngezin => mozaïek van gezinnen
Patriarchaal, conjugaal en post-industrieel gezin (continuüm// huwelijk e.a.)
- Dus er zijn verschillen in tijd en ruimte qua functie, vorm, …
- Maar! Er zal tijd een geïnstitutionaliseerd normatief patroon zijn dat deze
kwesties regelt en deze normen die de verschillende problemen rond
huwelijk en gezin regelen zullen met sterk emotionele en ethische
gevoelens geladen zijn en sterke sancties oproepen bij overtreding
2