Les 1:
Introductie
Historie en Ontwikkeling van projectontwikkeling
Hfst 1 blz. 13-22
Les 2:
Professionalisering
Integriteit
Waardesprong
Planologie
Hfst 2 en 4.1 blz. 24-31, 41-45
Les 3:
Kernaspecten
Fasen
Conceptontwikkeling
Hfst 4.1 en 4.2, 5.1-5.3 blz. 45-50 en 52-67
Les 4:
Vervolg Kernaspecten
Hfst 5.3 t/m 5.8 blz. 64-88
Les 5:
Besluitvorming
Ontwikkelstrategieën
Hfst 6 blz. 90-104
Les 6:
Samenwerken met interne en externe klanten
Hfst 7 en 8, blz. 163-182
Toetscriteria Tentamen
De ontwikkeling van, de kansen en uitdagingen voor projectontwikkeling beschrijven
De context waarbinnen projectontwikkeling zich afspeelt en invloed ervan op de projectontwikkeling
uitleggen
Het proces van het ontwikkelen van onroerend goed toepassen
De beweegreden en bedrijfsmatige activiteiten van een ontwikkelaar beschrijven
De intern en extern organisatie van een ontwikkelaar herkennen en beschrijven
Onderzoek doen naar een persoon of bedrijf bij het sluiten va overeenkomsten (o.a. integriteit)
, Inhoudsopgave
Inhoudsopgave........................................................................................................................2
1 Historie en Ontwikkeling van projectontwikkeling ..............................................................3
2 Professionalisering • Integriteit • Waardesprong • Planologie ............................................6
3 Kernaspecten, Fasen, Conceptontwikkeling blz 52 tm 64 ..................................................9
4 Vervolg Kernaspecten blz 64 tm 88 ................................................................................ 12
5 Het bedrijf ..................................................................................................................... 21
, 1 Historie en Ontwikkeling van projectontwikkeling
Voorwaarden:
- Handboek Projectontwikkeling
Historie van projectontwikkeling in Nederland:
3 tijdperken
1. Voor 1970
In deze periode was er een enorme woningnood. De focus lag op kwantiteit: snel en veel
bouwen. Ontwikkelaars waren vaak nog traditionele aannemers die simpelweg uitvoerden wat
de gemeente vroeg. de focus lag op techniek en volume.
2. De Institutionalisering 1970 - 1990
Rond de jaren '70 ontstond de 'projectontwikkelaar' als zelfstandige discipline, los van de
aannemer. Er kwam meer aandacht voor de commerciële kant en de financiering. Grote
institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) begonnen te investeren in vastgoed.
3. De Integrale Benadering 1990 - heden
Sinds de jaren '90 is projectontwikkeling een complex schaakspel geworden op meerdere
borden tegelijk. Publiek-Private Samenwerking (PPS): De overheid en marktpartijen trekken
samen op. Het gaat niet meer alleen om het gebouw, maar om de context: duurzaamheid,
mobiliteit, sociale cohesie en herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied (inbreiding).
Definitie Projectontwikkelaar = De projectontwikkelaar brengt grond, geld, gebruikers en
kennis bij elkaar om een bouwwerk te realiseren. Hij doet dat voor eigen rekening en risico.
Naast het realiseren van het project is het maken van winst de belangrijkste doelstelling om
daarbij te voorzien in de continuïteit van de onderneming.
Woningbouwverenigingen i.c.m. ontwikkelen:
Brutering (1995) – moment waarbij de overheid de subsidies stopzette en de schulden van
corporaties wegstreepte — moesten corporaties financieel op eigen benen staan.
Ontwikkelactiviteiten gescheiden van de maatschappelijke activiteiten, hierdoor
maatschappelijk vermogen (de huurwoningen) beschermd als risicovol/commercieel project
zou mislukken.
De overheid is later (vooral via de Woningwet 2015) gaan eisen dat corporaties zich weer meer
op hun kerntaak (sociale huur) richtten, waardoor commerciële takken vaak volledig werden
afgestoten of verzelfstandigd tot de commerciële ontwikkelaars die we nu kennen.