Inhoud
Module 1....................................................................................................................... 2
volop taal pg 192-223...................................................................................................... 2
1: Je eigen schrijfvaardigheden........................................................................................... 4
1.1 DE SCHRIJffasen (schrijfproces).................................................................................4
moeilijkheden.................................................................................................................. 5
1.2 HOE SCHRIJF JE EEN GOEDE RECENSIE?.....................................................................6
1.3 Doeltreffend schrijven: zinsbouw onder de loep........................................................6
1.4 DOELTREFFEND SCHRIJVEN: aandacht voor goed woordgebruik...............................7
module 2...................................................................................................................... 8
2: Hoe differentieer je bij schrijfonderwijs?.........................................................................8
2.1 Samenwerkend schrijven........................................................................................... 8
2.2 Heterogeen of homogeen groeperen?.......................................................................8
2.3 Niveaudifferentiatie................................................................................................... 8
2.4 tempodifferentiatie.................................................................................................... 9
2.5 mogelijke differentiatie bij de schrijffasen.................................................................9
Module 3..................................................................................................................... 10
volop taal pg 154-186.................................................................................................... 11
Begrijpend lezen............................................................................................................... 12
Wat is begrijpend lezen?................................................................................................ 12
leren lezen..................................................................................................................... 12
het leesproces............................................................................................................... 13
Hoe leren leerlingen (begrijpend) lezen?.......................................................................13
sleutels krachtige leesdidactiek.....................................................................................14
3: Hoe differentieer je bij begrijpend lezen?.....................................................................16
3.1 een gedifferentieerde aanpak..................................................................................16
3.2 Niveaudifferentiatie................................................................................................. 16
3.3 INTERESSEDIFFERENTIATIE......................................................................................18
3.4 Tempodifferentiatie................................................................................................. 18
3.5 CONCLUsie differentiatie bij begrijpend lezen..........................................................18
Module 4..................................................................................................................... 18
volop taal pg 234-250.................................................................................................... 18
Didactiek (voortgezet) technisch lezen met differentiatie.................................................20
1: Goed leesonderwijs.................................................................................................... 20
2: Wat is technisch lezen?............................................................................................. 20
1
,4: Hoe differentieer je bij technisch lezen?.......................................................................21
4.1 Eerst iets over dyslexie............................................................................................ 21
4.2 Niveaudifferentiatie................................................................................................. 21
Module 5..................................................................................................................... 22
Volop taal pg. 306-337.................................................................................................. 22
5: Didactiek taalbeschouwing........................................................................................... 23
5.1: Wat is taalbeschouwing?........................................................................................23
5.2: Waarom inzetten op taalbeschouwing?..................................................................24
5.3: Hoe leren leeringen taal beschouwen?...................................................................24
5.4 Lesopbouw voor een taalbeschouwelijke activiteit of les........................................26
Module 6..................................................................................................................... 27
volop taal pg 251-262.................................................................................................... 27
6: Didactiek spelling......................................................................................................... 28
6.1 Principes nederlandse spelling.................................................................................28
6.2 Bouwtenen bij een les spelling.................................................................................28
6: differentiatie bij spelling............................................................................................... 29
6.1 Verlengde instructie................................................................................................. 29
6.2 Ondersteunende hulpmiddelen................................................................................29
6.3 Verwachtingen aanpassen.......................................................................................29
Module 7..................................................................................................................... 29
volop taal pg 114-143 en 402-404.................................................................................29
7: Didactiek mondelinge vaardigheden.............................................................................30
7.1 Mondelige vaardigheden: wat is luisteren, spreken en gesprekken voeren?...........31
7.2 waarom inzetten op luisteren, spreken en gesprekken voeren?..............................31
7.3 Hoe leren leerlingen luisteren, spreken en gesprekken voeren?..............................31
7.4 Lesopbouw van een les mondelinge vaardigheden..................................................33
MODULE 1
VOLOP TAAL PG 192-223
1. Wat is schrijven?
2
,Schrijven = productieve vaardigheid
Functies van schrijven:
- De communicatieve functie: brieven
- Expressieve functie: gevoelens en gedachten uitten
- Conceptualiserende functie: ideeën ordenen (mindmap, schema)
- Sociale functie: hoe je schrijft, bepaald tot welke groep je hoort
1.1 De schrijver
Kenmerken:
- Wat weet hij al over het onderwerp?
- Is hij geïnteresseerd in het thema?
- Heeft hij een grote woordenschat?
- Kan hij zich vlot uitdrukken?
- Hoe zit het met de schrijfmotivatie?
1.2 De socioculturele context
- Is er een rijke geletterde omgeving thuis & op school?
- Zien ze anderen regelmatig schrijven?
- Zijn er boeken of teksten in hun omgeving?
1.3 De tekst
Schrijfopdrachten variëren qua moeilijkheidsgraad:
- Korte, eenvoudige of informele tekst = makkelijker
- Lange, complexe en formele tekst = moeilijker
- Tekstsoort speelt rol
- Tekststructuren spelen een rol (recept geen inleiding)
1.4 Denkactiviteiten tijdens schrijven
Schrijven is heel complexe denkactiviteit:
- Beroep doen op taalkennis
- Schrijfstrategieën
- Wat wil je schrijven, hoe en met welk gemak?
2. Waarom inzetten op schrijven?
We schrijven niet minder, maar op een meer verschillende manieren
- Lln moeten onderscheid leren maken tussen formeel en informeel taalregister
- Schrijfproduct wekt een bepaalde indruk over de schrijver
- Meest synthetiserende competentie: samenspel van alle vaardigheden en kennis die een taalleerder
beheerst
- Spelling en taalbeschouwing staan echter vooral ten dienste van schrijven
3. Hoe leren leerlingen schrijven?
Houd rekening met de beginsituatie
3
, Kleuters: foneem-grafeemkoppeling (klank & lettertekens)
Vertrek vanuit doelen
Schrijfdoelen & tekstsoorten:
- Informeren
- Overtuigen
- Instrueren
- Vermaken (verhalend)
Kies voor een doordachte schrijfdidactiek
Impliciet en expliciet leren, rekening houden schrijffasen
Schrijfactiviteit: instructies, werkvormen en leermiddelen
Instructies:
- Modeling van schrijfgedrag en -strategieën
- Expliciete schrijfinstructie
Werkvormen:
- Vrij schrijven
- Lijstjes maken (thema’s)
- Woordspin
- Duowerk
- Klassikale tekstbespreking
Leermiddelen:
- Werken vanuit concrete situaties
- Schrijfkaders (voorgevormde zinnen)
1: JE EIGEN SCHRIJFVAARDIGHEDEN
1.1 DE SCHRIJFFASEN (SCHRIJFPROCES)
Ervaren schrijver beheerst vaardigheden en kan ze combineren:
Communicatief
Schrijfstrategie
Schrijftechniek
Taalvaardigheden en taalbeschouwing
Spellingvaardigheden
1. Oriënteren
Functioneel: duidelijke context, nuttig (Vb. Affiche, uitnodiging)
Wat is het tekstdoel & tekstsoort?
Publiek: interessant publiek, niet de lkr die punten geeft
Wat weet je over de ‘lezer’? Hoe hou je daar bij het schrijven rekening mee?
Tekstsoort verkennen: Wat zijn de kenmerken? Wat zijn voorbeelden?
Onderwerp verkennen: Brainstorm over inhoud (concrete ervaringen, voorwerpen)
4