ontwikkelingspsychologie
De peutertijd
DE PEUTERJAREN (1-3 JAAR ):
- Zodra het kind begint te lopen is het geen baby meer
- Rond 1ste levensjaar: kind maakt psychologisch een belangrijke
overgang
o Zintuigen geven vrij accuraat beeld van de omgeving
o Kind kan zich zelfstandig voortbewegen
o Kind is zich gaan hechten aan 1 of enkele individuen uit zijn
omgeving
o Basis is gelegd voor de taalverwerving
o Met de introductie van het intentioneel handelen (Piaget) doet
de echte intelligentie zijn intrede
- Komende twee jaar: gekenmerkt door nieuwe mogelijkheden die
samenhangen met het kunnen lopen en taalverwerving
- Ontluikend zelfbewustzijn
De lichamelijke en motorische ontwikkeling
GEBRUIK VAN SKELETSPIEREN :
- Lengte +++
- Gewicht +
- Grove motoriek
- Fijne motoriek
- Oog- handcoördinatie
ZINDELIJKHEIDSTRAINING :
- Overdag 2- 2,5 jaar
- Nacht 3- 4 jaar
Steeds later zindelijk:
- Wegwerpluiers
- Beide ouders gaan werken
, zindelijkheidstraining duurt gemiddeld 6 maanden
Ontwikkeling in de waarneming en het mentaal
functioneren:
EINDE VAN DE SENSOMOTORISCHE PERIODE :
5. Tertiaire circulaire reacties (12 – 18 maanden):
Actief experimenteren: het systematisch variëren van een
handeling om te ontdekken wat de gevolgen ervan zijn.
6. Mentale voorstellingen (18 – 24 maanden):
Inwendig experimenteren: het in gedachten uitproberen van
nieuwe gedragsvarianten om te zien welk effect dit kan opleveren.
Vier verworvenheden van de peuter:
1. Een gestabiliseerd wereldbeeld
Objectpermanentie
Orthoscopisch waarnemen
2. Structureren van ruimte en tijd
3. Causaliteit
4. Differentiatie tussen subject en object
Copernicaanse revolutie