ETHIEK ALS PRAKTISCHE WIJSBEGEERTE:
Ethiek is een discipline die de nood aan reflexiviteit en rationele afweging met betrekking
tot moraal onderzoekt. Terwijl de theoretische filosofie kijkt naar hoe de werkelijkheid is,
onderzoekt ethiek als praktische wijsbegeerte hoe de werkelijkheid zou moeten zijn.
Er wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen de termen:
- Moraal/ zeden/ Ethos: hebben een beschrijvende betekenis; het gaat om de
heersende zeden en gebruiken in een groep
- Ethiek. Moraliteit/ zedelijkheid: hebben een evaluatieve en normatieve betekenis.
Ethiek reflecteert kritisch op de moraal
ONDERVERDELING VAN ETHIEK:
Descriptieve ethiek (moraalwetenschappen):
- Beschrijft wat mensen denken te moeten doen en onderzoekt wetenschappelijk de
reden van een gegeven en beschreven (historische of actuele) moraal).
- In de zoektocht naar deze verklaring verbindt deze ethicus de beschrijving van de
zeden met andere ideeën uit
o Bv. psychologie, sociologie, criminologie, enz.
- In principe beschrijft deze ethiek enkel en geeft ze geen evaluatie van de
beschreven systemen
Normatieve ethiek (moraalfilosofie):
Gaat op zoek naar de legitimering van de morele normen. Het biedt een redelijk antwoord
op de vraag waarom bv. je niet mag liegen
- Algemene (normatieve) ethiek: hier wordt er gezocht naar algemene principes en
fundamentele grondslagen voor het menselijk handelen
- Bijzondere (normatieve) ethiek: tracht algemene principes in verband te brengen
met bijzondere situaties. Bv. medische ethiek
Meta- ethiek:
- Analyseert de taal van de normatieve ethiek
o Bv. wat betekent de term “deugd”, “goed”, enz..
HET MORELE DOMEIN EN MENSELIJK HANDELEN:
Het morele domein bevindt zich binnen het domein van handelen. In de normatieve
ethiek worden er redelijke antwoorden geboden op de vragen naar wat het goede is om
te doen en hoe we dit kunnen bepalen. Dit onderzoek speelt zich af binnen het menselijk
praktische domein.
- De ons omringende natuur (waaronder de dieren) wordt immers (meestal)
beschouwd als een amorele werkelijkheid.
, - Dit betekent dat de natuur (en dieren) op zich niets ‘goed’, noch ‘kwaad’ kan
doen.
Dat het morele/immorele zich binnen het domein van de menselijke handelingen
bevindt, wil echter niet zeggen dat alle menselijke handelingen een morele dimensie
hebben.
- Veel menselijke handelingen zijn amoreel omdat er geen verwijzing bestaat naar
goed of kwaad
o Bv. Veters knopen
- In andere context kunnen deze handelingen wel moreel karakter krijgen
o Bv. Veters van je vriend aan elkaar knopen zodat hij valt
ONDERSCHEID TUSSEN HET (IM)MORELE EN HET AMORELE:
Om een onderscheid te kunnen maken tussen het (im)morele enerzijds en het amorele
anderzijds, bestaan er een drietal criteria:
1. Verantwoordelijkheid: de mens heeft een keuze (in tegenstelling tot dieren, die
amoreel zijn en instinct volgen)
2. Onvoorwaardelijk: morele regels gelden altijd, niet alleen onder specifieke
voorwaarden (zoals spelregels bij voetbal)
3. Totaliteit: moraal heeft een omvattende dimensie die het gehele leven bestrijkt
DE 3 GROTE ETHISCHE DENKKADERS:
- Intrinsieke kwaliteit van de actor: deugdenethiek
- De handeling op zich: plichtsethiek
- Gevolgen van de handeling: consequentialisme
DEUGDENETHIEK:
Volgens deugdenethiek is het doel van ethiek het menselijk geluk. Dit geluk noemt
Aristoteles ‘eudamonia’.
- Alle mensen streven van nature naar geluk
- De deugd is de houding om het geluk te bereiken
Geluk is niet het resultaat van individuele keuzes, maar wordt bereikt door het ontplooien
van hetgeen reeds als potentieel in de mens aanwezig is. Er bestaat geen moraliteit
zonder een individuele ontplooiing.
- Ethische reflectie moet relevant zijn voor het zedelijke leven zelf
- Inductief-empirisch opgesteld (gebaseerd op ervaring)
Ethiek heeft dan ook een eerder lage graad van exactheid, omdat ze altijd verbonden is
met een concrete situatie waarin geoordeeld en gehandeld wordt.
Hoe?: