Thema: sensorisch systeem
- Zintuigcellen
o Constante stroom informatie/ prikkels
→Via gespecialiseerde cellen = sensoren
▪ Zijn gevoelig aan veranderingen in hun omgeving
▪ Zetten deze om in impulsen
→Steeds dezelfde impulsen, wat de oorzaak ook is
Alle sensorische informatie wordt opgepikt door zintuigen
Gespecialiseerde cellen:
- Basaal: vrije zenuwuiteinden, gevoelig aan veelvoud prikkels
- Expert: lichtgevoelige cellen in de ogen, super-gespecialiseerde cellen, slechts
gevoelig aan één prikkel
Het gebied dat informatie levert aan een sensorische cel wordt het receptorenveld
genoemd.
Receptorenveld:
- Telkens wanneer een voldoende sterke prikkel in het receptorenveld aankomt,
ontvangt het centrale zenuwstelsel (CZS) het bericht: “prikkel is aangekomen bij
receptor X”
- Aankomende informatie = gewaarwording
- Bewustwording gewaarwording = waarneming
,Adaptatie:
- De afname van de gevoeligheid in aanwezigheid van een constante prikkel
- Aanpassing van de gevoeligheid kan bewust of onbewust gebeuren
→Bv. geconcentreerd luisteren of net omgekeerd door ons af te sluiten van
omgevingslawaai
Algemene zintuigen:
- Verspreid in het hele lichaam
→Relatief “eenvoudig” in bouw
Indeling volgens aard van de prikkel:
- Pijn (nociceptoren)
- Temperatuur (thermoreceptoren)
- Fysische vervorming – druk/ aanraking (mechanoreceptoren)
- Chemische prikkels (chemoreceptoren)
1. Pijn (nociceptoren)
- Gevoelig aan dreigende beschadiging
- Aanwezig in:
o Bovenste huidlagen
o Gewrichten
o Beenvlies
o Bloedvatwanden
- Groot receptorenveld, weinig specifiek
Werking:
→Prikkeling receptoren: 2 axonen/ reacties
1. Snelle geleidende axonen: snelle pijn
o Gemyeliniseerd, snelle overdracht, reflex mogelijk
2. Traag geleidende axonen = trage pijn
o Ongemyeliniseerd, trage overdracht, pijn in algemene regio
Gerefereerde pijn = pijnwaarneming in delen van het lichaam die niet werkelijk worden
geprikkeld.
→Bv. pijn in de linker arm, hals, kaak, tanden is indicatief voor hartproblemen
, 2. Temperatuur (thermoreceptoren)
- Vrije zenuwuiteinden gevoelig aan warmte/ koude
- Aanwezig in:
o Huid
o Skeletspieren
o Lever
o Hypothalamus
- 3 à 4 keer meer koude- receptoren
- Snelle adaptatie tot stabiele temperatuur
3. Fysische vervorming- druk/ aanraking (mechanoreceptoren)
- Gevoelig aan mechanische prikkels
→Uitrekking, druk, trilling, draaiing, enz.
- 3 groepen mechanoreceptoren:
o Tastreceptoren
o Baroreceptoren
o Proprioreceptoren
Tastreceptoren:
- Gevoelig aan aanrakingen, druk, trilling
- Receptoren voor fijne aanrakingen
→Gedetailleerde lokalisatie
- Receptoren voor grove aanraking
→Beperkte lokalisatie
Baroreceptoren:
- Vrije zenuwuiteinden gevoelig aan drukveranderingen – vaak nodig voor
autonome activiteiten
- In elastische weefsels in wanden rekbare organen
→Bloedvaten, luchtwegen, urinewegen, spijsverteringssysteem