Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Fysiologie / cardiovasculair, respiratoir en urinogenitaal stelsel

Rating
-
Sold
-
Pages
105
Uploaded on
09-06-2026
Written in
2025/2026

Een omvangrijk fysiologisch document dat de functionele dynamiek van de grote (seriële) en kleine (pulmonale) circulatie en de ademhalingsgassen beschrijft. Het past fysische wetten (zoals de wet van Ohm en Poiseuille) toe op de bloedstroom, drukgradiënten en vaatweerstand. Het behandelt de mechanische hartcyclus (systole en diastole), de regulatie van het hartdebiet en de bloeddruk, en de mechanismen van gasuitwisseling en pH-regulatie (bicarbonaatbuffersysteem, metabole/respiratoire acidose en de anion gap). Tot slot analyseert het de ademhalingsregulatie via centrale en perifere chemoreceptoren tijdens rust en zware fysieke inspanning (lactaatdrempel en respiratoire compensatie).

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

FYSIOLOGIE VAN CARDIOVASCULAIR
STELSEL
INLEIDENDE BEGRIPPEN
Natuurlijke selectie => multicellulaire systemen: mech voor
uitwisseling met buitenwereld adhv gradient (passief)
Versch stoffen uitwisselen met organen
Linker ventrikel: met zuurstof  naar alle organen =
parallele/systeem/grote circulatie, krachtigst
Rechter ventrikel: zonder zuurstof  naar longen = krijgt meeste
bloed via kleine/pulmonaire circulatie met als doel gasuitwisseling (O2
<-> CO2) = kleine circulatie
Kleine en grote bloedsomloop in serie
Druk in longen veel lager dan bloeddruk => als druk te hoog = water uit
capillairen = verhindering gasuitwisseling
Gem hartdebiet: 5l/min
Versch slagader – ader:
 Slagader: weg van hart naar organen
 Ader: weg van organen naar hart
Ventrikels werken cyclisch: trekken samen = voorkamers ontvangen bloed = systole  zetten uit/relaxeren = bloed
van voorkamers naar ventrkels (moeten voldoende vullen) = diastole
Diastole = kleppen dicht
Systole = kleppen open
Hart bouwt (cyclisch) druk/P op en stuwt bloed (flow) door buizenstelsel
Wet van Ohm voor electrische stroom I: Volt = I.R
Voor vloeistoffenstroom F: deltaP = F.R
 Hoe hoger R, hoe lager F
 Hoe langer slagader, hoe meer drukverschil, hoe meer weerstand




bloeddruk = systolisch/diastolisch: 120mmHg/80mmHg
 Systolisch meer beinvloedt door hart
 Diastolisch: flow/debiet blijft continue verder gaan ookal pompt hart niet
Regeling verdeling van bloed: kan aangepast worden aan behoefte van spec orgaan =>
meer behoefte = minder weerstand in arteriolen (weerstandsvaten) = vasodilatatie +
invloed arteriele bloeddruk
Organen = parellel geschakeld = 1/R + 1/R +…
Systeemcirculatie: aorta uit linker ventrikel, bloed uit organen terug naar hart
adhv capillairen + dikker wordende aders
Bronchien: shunt die bloed zonder O2 in bloedbaan brengt bij het vers
geoxygeneerd bloed voor binnengaan in linker atrium => mengen normaal
vermeden => bronchien = uitzondering (niet pathologisch)
Nieren: afferent en efferent deel
Lever: bevat enkel zuurstofarm bloed => bloed gedraineerd uit darmen en mild
Hoeveelheid bloed rongepompt = hartdebiet = gelijk in ventrikels
Arteriele druk in grote vs kleine circulatie = 6x hoger in grote circulatie =
100mmHg vs 15mmHg  verder in circulatie: druk verlaagt tot 0mmHg
Arbeid hart RE hartdebiet x gem bloeddruk => arbeid linker ventrikel = 6x hogere
dan rechts
Pompfunctie atria: bijdrage (turbolader) aan hartdebiet vrijwel niets =>
uitzondering: hoge hartfreq, stijve ventrikelwand (pathologie)
EXCITATIE CONTRACTIE KOPPELING IN HARTSPIERCEL
Pompfunctie hart: simultaan, alternerend verkorten en verlengen van individuele hartspiercellen => geen aanhouding
van contractie
Ca influx via spanningsgevoelige kanalen tijdens plateaufase AP => verlengt AP + verhoging cytosolisch Ca =
contractie sarcomeren
Actine en myosine bruggen: gevormd bij cytosolisch Ca > 100nM => contractie door AP met keine vertraging

,Tropomyosine = blokkeert contractie
Troponine: schade spiercellen meten
Lang AP => duur AP = lange refractaire periode
Mech antwoord (contractie) op AP met kleine vertraging
Nieuwe stim na refractaire periode
Mengsel tussen gladde en skelet spier
AP over membr (zoals skeletspier) via instulpingen in membr + kleine vrijstelling Ca  sarcoplasmatisch reticulum
(opslagplaats Ca) getriggerd om Ca vrij te stellen = Ca induced Ca release  actine-myosine trekken samen  Ca weg:
terug naar SR via Ca-ATPase  relaxatie

ELEKTROFYSIOLOGIE VAN HARTSPIERCEL

AP langdurend in hartspiercel > in zenuw en skeletspiercellen door lange plateaufase (200 - 300ms))
AP in hartspiercel = 5 fasen




FASE 4: RUSTPOTENTIAAL
Em = -90 mV => bep door conc gradient van K conc (druk van K >>>>)
Membr sterk permeabel voor K
K binnen cel hoger  K weg = lading binnen cel neg  K kan niet meer naar buiten
Alle ionenpoorten dicht in rust (Cl, K, Ca, Na)
Depol tot drempel Em = -65mV  uitlokking AP
Depol door depol van naburige cel => signaal doorgegeven via gap junctions in intercalaire schijven




FASE 0: SNELLE DEPOLARISATIE
Bij drempel Em: openen spanningsgevoelige Na kanalen  Inwaartse Na stroom  Depol  Activatie
spanningsgevoelige gevoelige Na kanalen  depol = zelf generatie
Openen Na kanalen  Ev pot Na = 65mV niet bereikt want membr ook permeabel voor K + snelle inactivatie
spanningsgevoelige Na kanalen boven bep Em
Geen reactivatie Na kanalen voor Em verlaagd is tot onder -65mV => geen nieuwe AP voor repol = absoluut refractair
Em nog negatiever => sommige Na kanalen opnieuw geactiveerd  AP terug mogelijk bij sterke stim = relatief refractair
Lange refractaire periode AP in hartspiercel
 Geen tetanisatie mogelijk  garantie pompfunctie
 Pompfunctie = afwisselend ejectie/vulling

,FASE 1: SNELLE REPOLARISATIE
Door sluiten Na kanalen




FASE 2: PLATEAUFASE
Na depol
Duurt lang (250ms)
Na kanalen gesloten
Opening spanningsgevoelige L-type Ca kanalen => trage inwaartse Ca stroom + gekoppeld aan
uitwaartse K stroom
Uitwaartse K stroom => vertraging repol tot -20mV
Lengte plateaufase RE traagheid inactivatie Ca kanalen
Influx Ca  contractie
Geneesmiddelen: blokkers L-type Ca kanalen = dihydropyridines => contractiekracht daalt

FASE 3: REPOLARISATIEFASE
Einde plateaufase: K stroom dom => terug naar rust Em van fase 4 = -90mV
Versch types K kanalen betrokken
Factoren die K uitstroom beinvloeden = ook invloed op:
 repolarisatiesnelh
 duur AP

CONTRACIE HARTSPIERCEL

Contractiliteit = kracht ontwikkeld bij bep lengte spiervezel => afh van toename cytosolisch Ca + facoten die
gevoeligheid van contractiel apparaat voor Ca beinvloeden
Ca in cytosol stijgt via openen L-type spanningsgevoelige Ca kanalen oiv AP  geblokkeerd door dihydropyridines,
verpamil
20% toename cytosolisch Ca = via L-type kanalen
80% toename cytosolisch Ca = via Ca opslag in SR
In SR: Ca gebonden aan calsequestrine = opslag
AP in T-tubulen tijdens eerste msec van plateaufase Ca conc tussen sarcolemma en SR  Stim ryanodine-receptoren
= Ca kanalen => Ca induced Ca release kanalen naar cytoplasma  Ca conc stijgt  contractie
Geen EC Ca = geen contractie

, RELATIE HARTSPIERCEL

Sluiten spanningsgevoelige Ca kanalen tijdens repol = Ca niet meer uit EC naar cytosol
Belangrijst = Ca-ATPasen in membr SR => ATP nodig  pompen Ca uit cytosol tegen conc gradient naar SR
Ook: Na/CA exchanger:
 inwaartse elektrochem gradient van NA = drijvende kracht
ook: Ca-ATPase pompen in sarcolemma




MODULATIE CONTRACTIEKRACHT HARTSPIERCEL

Troponine C niet verzadigd door Ca => geen max brugvorming
 submax contractie
 factoren: cytosolisch Ca stijgt => meer bruggen => krachtiger contarctie
contractiekracht RE aantal bruggen RE cytosolisch Ca => gegradeerde contracties
ionotrope factonre: beinvloeden contractiliteit hartspier door cytosolisch CA stijgt + versch binding Ca –
troponine C
noradrenaline – adrenaline: pos ionotroop effect
 cAMP gemedieerde fosforylatie van Ca kanalen => Ca influc stijgt bij APstijgende Ca in SR => meer
beschikbaar voor Ca induced Ca release => contractie stijgt
 cAMP gemedieerde fsoforylatie van fosfolamban = verlies inhiberende invloed op Ca-ATPase =>
snelh Ca heropname in SR stijgt = relaxatie = pos lusitroop effect




hartglycosiden (digoxine) = pos inotroop
 inhibitie Na/K ATPase:
cytosolisch Ca stijgt (= Ca weg uit ECM) => remming drijfkracht Na/Ca uitwisselaar + reductie gradient voor Na
over celmembr
SR Ca stijgt (door Ca weg uit ECM)  Ca vrijstelling via Ca induced Ca release stijgt  Contractiekracht stijgt +
meer Ca voor vrijstelling + Ca piek neemt toe
Geneesmiddelene bij chronisch hartfalen

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 9, 2026
Number of pages
105
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.59
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
heikewaeyaert

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
heikewaeyaert Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
3 weeks
Number of followers
0
Documents
54
Last sold
19 hours ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions