NON VERBALE COMMUNIC ATIE “als ik het goed begrijp...?”
Oogcontact SAMENVATTEN
Houding/positie = gelijkwaardig aan pt => geen onrust
tonen, ... “ik hoor dat... Is er nog iets dat je hieraan wil toevoegen?”
Gezichtsuitdrukking EMPATHIE
Aantekeningen mogen contact met pt behouden
“ik me goed inbeelden dat...” (= parafraseren)
ACTIEF LUISTEREN “je zegt dat... Hoe voel je je daarbij?” (= gevoelsreflectie)
“dat moet frustrerend zijn dat...”
Gezichtsuitdrukking
Oogcontact VALKUILEN
Ontspannen lichaamshouding + naar pt 1) Te snel denken dat je verhaal begrijpt
Aanmoedigende reacties: knikken, fronsen, glimlach,.. Verhaal vanuit perspectief van pt proberen te
Korte stiltes begrijpen (niet vanuit eigen perspectief)
VERBALE COMMUNICATIE Valkuil vermijden: open vragen + concretiseren + niet
zelf invullen
ACTIEF LUISTEREN 2) Snel oplossingen aanreiken
= vanuit eigen perspectief kijken oplossing sluit niet
Aanmoedigende reacties: hummen, 1/enkele woorden aan bij noden van pt
herhalen,... Valkuil vermijden: open vragen + concretiseren + niet
Open vragen = wie, wat, waar, wanneer, hoe, ... zelf invullen + “welke oplossingen heb je zelf al
In breedte = vragen over ander onderwerp geprobeert?” (niet te vroeg in gesprek) + actief
In diepte = doorvragen over hetzelfde onderwerp luisteren
Bij start van gesprek: “hoe gaat het?”, “waarmee kan ik 3) Niet te veel zeggen “ik begrijp het”
je helpen?” Wordt soms gezegd ookal kan je het niet begrijpen
Concretiseren = verduidelijking vragen Te veel zeggen = dismissive
Parafraseren = in eigen woorden inhoud herformuleren Valkuil vermijden: open vragen vanuit empathische
(veronderstellend) houding + andere uitspraken die betrokkenheid uiten
Spiegelen = exact laatste woorden van pt herhalen (= parafraseren/gevoelsreflectie)
Gevoelsreflecties = in eigen woorden onderliggende 4) Minder moeite doen als je je moeilijker kan inleven in
gevoelens verwoorden situatie/keuzes van pt
Samenvatten = in eigen woorden essentie van 5) Meer moeite doen als je je in een situatie herkent
inhoud/gevoelens samenvatten over langere periode 6) Vanuit eigen perspectief/ervaring conclusies trekken
(meestal op einde van gesprek) 7) Minimaliseren van klacht
EMPATHIE
CUES Visie/emotie accepteren + begrijpen + benoemen
context van de ander proberen te kennen
OPEN VRAGEN IN DE DIEPTE / CONCRETISEREN Invoelen
Betrokken
“dat is nog al eens gebeurd...” “wat is er de eerste keer zorgzaamheid
gebeurd?” Onderscheid maken tussen jezelf en pt
“dat was de eerste keer dat...” “is het daarna nog al Medeleven (niet medelijden)
gebeurd?”, “hoe voelde je je daarbij?” Gevoel en verstand
*vermeld emotie* “wat bedoel je juist met die Mildheid
emotie?”, “hoe uit zich deze emotie bij jou?”, “kan je iets
meer vertellen over deze emotie?”, “kan je beschrijven VERBALE EMPATHIE
hoe je dit precies voelt?”
*vermeldt abstracte gebeurtenis/emotie/verwoording* Open vragen vanuit empathische houding met respectvolle
“kan je me daar iets meer over zeggen?” nieuwsgierigheid
Uitspraken die empathie tonen en aansluiten bij verhaal
OPEN VRAGEN IN DE BREEDTE van pt = parafraseren/gevoelsreflectie
*vertelt over moeilijke situatie* “wat is er precies het NON VERBALE EMPATHIE
lastigste aan die situatie?”, “wat roept dit op bij jou?”, “hoe
ga je daarmee om?” Knikken
Oogcontact
PARAFRASEREN Volledige aandacht gericht op pt
= samenvatten Indruk van houding = betrokken, mild, zorgzaam
“enerzijds... anderzijds...”
GEVOELSREFLECTIE
“hoor ik goed dat...?”
“begrijp ik het correct dat...?”