6. Zekerheden
6.1. Inleiding
Zekerheden zijn betalingswaarborgen voor een schuldeiser om hem het financieel
onvermogen van de schuldenaar op de vervaldag te besparen. Zekerheden
strekken niet enkel tot voordeel van de schuldeiser; ook de schuldenaar is erbij
gebaat omdat het verstrekken van een zekerheid zijn krediet verhoogt 1. Een
schuldenaar die bijvoorbeeld een borg kan aanbrengen of een inpandgeving van
effecten kan verstrekken, zal bij een bank een groter bedrag kunnen ontlenen,
dan een schuldenaar die geen enkele zekerheid kan stellen.
Een schuldenaar kan een zekerheid verstrekken die ofwel in zijn vermogen
aanwezig is ofwel daarbuiten.
Wanneer een zekerheid wordt verstrekt die buiten het vermogen van de
schuldenaar wordt gevonden, wordt ten voordele van de schuldeiser een tweede
schuldenaar toegevoegd. In dergelijke gevallen spreekt met van een persoonlijke
zekerheid.
Een persoonlijke zekerheid kan onder verschillende vormen worden verstrekt. Dit
kan door:
- een hoofdelijke medeschuldenaar;
- een overgedragen schuldenaar;
- een borg of subsidiaire schuldenaar;
- een garant;
- een patronaatsverklaring;
- een delcredere;
- een insolventieverzekeraar.
Binnen het vermogen van de schuldenaar bestaan de zekerheden uit wettige
redenen van voorrang (art. 8 Hyp. W.). Voorrang houdt in dat een recht wordt
toegekend om vóór de overige schuldeisers te worden betaald uit de opbrengst
van alle goederen of van een bepaald goed van de schuldenaar. In dergelijke
gevallen spreekt men van zakelijke zekerheid.
De zakelijke zekerheden zijn:
- de inpandgeving;
- de voorrechten;
- de hypotheken.
Naast het verstrekken van een persoonlijke of een zakelijke zekerheid, komt het
voor dat aan een schuldeiser een eigendomsrecht wordt verleend met de
bedoeling om ten voordele van die schuldeiser een zekerheid te verschaffen. In
de huidige stand van de rechtspraak is het verlenen van een eigendomsrecht tot
zekerheid niet tegenstelbaar aan de overige schuldeisers.
Erkende zekerheidsfiguren die een vorm van eigendom tot zekerheid inhouden
zijn onder meer de betaling van een geldsom tot zekerheid, het
1
DEKKERS, R. en DIRIX, E., Handboek Burgerlijk recht, II, Antwerpen, Intersentia, 2005,
nrs. 808-809.
, eigendomsvoorbehoud en de loonoverdracht.
6.2. Persoonlijke zekerheden
6.2.1. Hoofdelijke medeschuldenaar2
Er bestaat hoofdelijkheid tussen schuldenaars, wanneer zij verplicht zijn tot één
en dezelfde zaak, zodat ieder voor het geheel kan worden aangesproken en de
betaling door één van hen gedaan, de overige schuldenaars jegens de
schuldeiser bevrijdt.
Deze persoonlijke zekerheid verleent de schuldeiser het recht om naar eigen
keuze betaling te vorderen van één van de hoofdelijke medeschuldenaars. Deze
persoonlijke zekerheid stelt de schuldeiser aldus in staat om het risico van
insolventie voor rekening van zijn schuldenaars te laten; de schuldeiser zal de
meest solvabele onder hen aanspreken, waarna de overigen maar onder elkaar
moet bijdragen.
Hoofdelijkheid wordt niet vermoed; ze moet uitdrukkelijk bedongen zijn. Deze
regel lijdt alleen uitzondering in de gevallen waarin hoofdelijkheid bestaat van
rechtswege, krachtens een bepaling van de wet. Met de term “uitdrukkelijk”
bedoelt de wetgever dat de hoofdelijkheid “zeker” moet zijn. Hoofdelijkheid kan
ook stilzwijgend bedongen zijn en uit de omstandigheden worden afgeleid.
Echter, in twijfelachtige gevallen moet de rechter tegen de hoofdelijkheid
uitspreken.
6.2.3. Borgtocht
6.2.3.1. Begrip
Borgtocht is een overeenkomst waarbij een persoon, borg genoemd, zich
tegenover de schuldeiser verbindt tot betaling van andermans schuld, in geval
die ander, de hoofdschuldenaar genoemd, niet zelf zou betalen.
Sinds de Wet 3 juni 2007 3 kent het Burgerlijk Wetboek een bijzondere regeling
van de kosteloze borgtocht.
Op de borgtocht wordt frequent beroep gedaan bij de kredietverlening aan
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. In veel gevallen zal de bank
eisen dat de bestuurders of zaakvoerders zich persoonlijk borg stellen voor de
uitvoering van de verbintenissen aangegaan door de vennootschap in het
voordeel van de bank.
6.2.3.2. Kenmerken
De borgtocht vertoont de volgende kenmerken. Borgtocht is:
- een bijkomende of accessoire overeenkomst;
- een ondergeschikte of subsidiaire overeenkomst;
2
DEKKERS, R. en DIRIX, E., Handboek Burgerlijk recht, III, Antwerpen, Intersentia, 2007, nrs. 468-
490.
3
Wet 3 juni 2007 met betrekking tot de kosteloze borgtocht, B.S. 27 juni 2007, in werking getreden
op 1 december 2007.
6.1. Inleiding
Zekerheden zijn betalingswaarborgen voor een schuldeiser om hem het financieel
onvermogen van de schuldenaar op de vervaldag te besparen. Zekerheden
strekken niet enkel tot voordeel van de schuldeiser; ook de schuldenaar is erbij
gebaat omdat het verstrekken van een zekerheid zijn krediet verhoogt 1. Een
schuldenaar die bijvoorbeeld een borg kan aanbrengen of een inpandgeving van
effecten kan verstrekken, zal bij een bank een groter bedrag kunnen ontlenen,
dan een schuldenaar die geen enkele zekerheid kan stellen.
Een schuldenaar kan een zekerheid verstrekken die ofwel in zijn vermogen
aanwezig is ofwel daarbuiten.
Wanneer een zekerheid wordt verstrekt die buiten het vermogen van de
schuldenaar wordt gevonden, wordt ten voordele van de schuldeiser een tweede
schuldenaar toegevoegd. In dergelijke gevallen spreekt met van een persoonlijke
zekerheid.
Een persoonlijke zekerheid kan onder verschillende vormen worden verstrekt. Dit
kan door:
- een hoofdelijke medeschuldenaar;
- een overgedragen schuldenaar;
- een borg of subsidiaire schuldenaar;
- een garant;
- een patronaatsverklaring;
- een delcredere;
- een insolventieverzekeraar.
Binnen het vermogen van de schuldenaar bestaan de zekerheden uit wettige
redenen van voorrang (art. 8 Hyp. W.). Voorrang houdt in dat een recht wordt
toegekend om vóór de overige schuldeisers te worden betaald uit de opbrengst
van alle goederen of van een bepaald goed van de schuldenaar. In dergelijke
gevallen spreekt men van zakelijke zekerheid.
De zakelijke zekerheden zijn:
- de inpandgeving;
- de voorrechten;
- de hypotheken.
Naast het verstrekken van een persoonlijke of een zakelijke zekerheid, komt het
voor dat aan een schuldeiser een eigendomsrecht wordt verleend met de
bedoeling om ten voordele van die schuldeiser een zekerheid te verschaffen. In
de huidige stand van de rechtspraak is het verlenen van een eigendomsrecht tot
zekerheid niet tegenstelbaar aan de overige schuldeisers.
Erkende zekerheidsfiguren die een vorm van eigendom tot zekerheid inhouden
zijn onder meer de betaling van een geldsom tot zekerheid, het
1
DEKKERS, R. en DIRIX, E., Handboek Burgerlijk recht, II, Antwerpen, Intersentia, 2005,
nrs. 808-809.
, eigendomsvoorbehoud en de loonoverdracht.
6.2. Persoonlijke zekerheden
6.2.1. Hoofdelijke medeschuldenaar2
Er bestaat hoofdelijkheid tussen schuldenaars, wanneer zij verplicht zijn tot één
en dezelfde zaak, zodat ieder voor het geheel kan worden aangesproken en de
betaling door één van hen gedaan, de overige schuldenaars jegens de
schuldeiser bevrijdt.
Deze persoonlijke zekerheid verleent de schuldeiser het recht om naar eigen
keuze betaling te vorderen van één van de hoofdelijke medeschuldenaars. Deze
persoonlijke zekerheid stelt de schuldeiser aldus in staat om het risico van
insolventie voor rekening van zijn schuldenaars te laten; de schuldeiser zal de
meest solvabele onder hen aanspreken, waarna de overigen maar onder elkaar
moet bijdragen.
Hoofdelijkheid wordt niet vermoed; ze moet uitdrukkelijk bedongen zijn. Deze
regel lijdt alleen uitzondering in de gevallen waarin hoofdelijkheid bestaat van
rechtswege, krachtens een bepaling van de wet. Met de term “uitdrukkelijk”
bedoelt de wetgever dat de hoofdelijkheid “zeker” moet zijn. Hoofdelijkheid kan
ook stilzwijgend bedongen zijn en uit de omstandigheden worden afgeleid.
Echter, in twijfelachtige gevallen moet de rechter tegen de hoofdelijkheid
uitspreken.
6.2.3. Borgtocht
6.2.3.1. Begrip
Borgtocht is een overeenkomst waarbij een persoon, borg genoemd, zich
tegenover de schuldeiser verbindt tot betaling van andermans schuld, in geval
die ander, de hoofdschuldenaar genoemd, niet zelf zou betalen.
Sinds de Wet 3 juni 2007 3 kent het Burgerlijk Wetboek een bijzondere regeling
van de kosteloze borgtocht.
Op de borgtocht wordt frequent beroep gedaan bij de kredietverlening aan
vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. In veel gevallen zal de bank
eisen dat de bestuurders of zaakvoerders zich persoonlijk borg stellen voor de
uitvoering van de verbintenissen aangegaan door de vennootschap in het
voordeel van de bank.
6.2.3.2. Kenmerken
De borgtocht vertoont de volgende kenmerken. Borgtocht is:
- een bijkomende of accessoire overeenkomst;
- een ondergeschikte of subsidiaire overeenkomst;
2
DEKKERS, R. en DIRIX, E., Handboek Burgerlijk recht, III, Antwerpen, Intersentia, 2007, nrs. 468-
490.
3
Wet 3 juni 2007 met betrekking tot de kosteloze borgtocht, B.S. 27 juni 2007, in werking getreden
op 1 december 2007.