E06B5a - Dr. Robin Willaert en Dr. Ilya Tsiklin
INLEIDING:
Niet gemyeliniseerde sensorische zenuwen gaan pijn signaleren
v.b. Neuromodulatie = nociceptoren in huid kunnen meer/minder gevoelig gemaakt worden.
Pijnvezel (C-vezel) wordt geactiveerd, wil pijnprikkel doorgeven aan het ruggenmerg zodat die naar de
hersenen kan gaan, maar er zijn ook andere zenuwen die ervoor kunnen zorgen dat die pijnprikkel bezorgd
wordt (A,beta-vezels).
Uiteindelijk gaat de pijnprikkel via thalamus à sensomotorische cortex, maar ook naar basale ganglia, zorgen
dat er emotie en herinneringen gekoppeld worden aan de pijn, à hoe een patiënt pijn ervaart.
VORMEN VAN PIJN:
- Nociceptieve pijn = vormen van weefselschade die uiteindelijk pijn geven
- Koliek pijn = bij spasme van GSC, bijv. galstenen, nierstenen etc.
- Gerefereerde pijn = pijn/beschadiging in dieper weefsel, wat oppervlakkig (op de verkeerde plek)
getransleerd wordt, bijv bij hartinfarct à pijn kaak en linker arm
- Fantoompijn = iemand die zijn been heeft laten amputeren heeft nog pijn in dat been
- Neuropathische pijn = niet kloppende pijn à bijv. patiënt heeft tandpijn, maar de zenuw die tandpijn
signaleert wordt om een of andere reden geactiveerd waardoor hersenen denken dat men tandpijn
heeft maar dat is niet.
L.A. KUNNEN INWERKEN DOOR:
Þ Rustpotentiaal veranderen
Þ Depolarisatiesnelheid beïnvloeden
Þ Repolarisatiesnelheid vertragen
Þ Drempelwaarde te verhogen
Men gaat LA inspuiten à komt bij zenuw. Voornaamste effect is dat het product in het axoplasma moet
geraken en dat bindt dan met Na+-kanalen. De kanalen zijn de start van het AP, zonder Na+ kanaal krijgt men
geen AP, dus als je dat kan blokkeren, blokkeer je de prikkelgeleiding
Sommige LA werken iets anders die binden niet via axoplasma aan de receptor in het kanaal, maar die gaan
door die membraan gaan en in membraan ervoor zorgen dat het Na+ kanaal vervormd wordt, waardoor dat
niet meer goed werkt.
,STRUCTUUR VAN L.A.:
1. Aromatische ring
= lipofiel deel: bepaalt vetoplosbaarheid, dit bepaald hoe snel anesthesie
doorheen weefsels diffundeert.
hoe meer lipofiel, hoe sneller bij zenuw
2. Koolstofketen (ester/amide)
= verbindt de 2 delen met elkaar: rol in metabolisme, afbraak
Esters worden in bloed afgebroken door pseudocholine- esterase, is heel allergeen.
Amides worden in de lever afgebroken en geven geen allergische reacties
3. Aminoderivaat
= hydrofiele deel: gaat de werking van het LA beïnvloeden
Neutrale vorm = beter vetoplosbaar, dus werkt sneller
Kation vorm = minder vetoplosbaar, sterker effect
Hesselbach-Henderson à pKa
Lidocaïne pKa = 7,8 Bupivacaïne pKa = 8,1
Bupivacaïne heeft dus meer protonen bij zelfde pH, werkt dus sterker maar trager.
,FARMACOKINETIEK
= levenscyclus van LA gaat ook werking beïnvloeden
Factoren bij
1. Injectie
a. pH lager à moeilijkere buffer à moeilijker diffunderen van LA
b. LA is zuur, dus veel LA à pH lager ……
2. Diffusie
a. Losser bindweefsel à makkelijker diffunderen
b. Hard corticaal bot à moeilijk diffunderen
c. Abces, errond vaak oedeem en pus à moeilijker diffunderen
3. Eiwitbinding
a. Hoe harder LA bindt aan een eiwit, hoe langer deze gaat kunnen werken
b. In plasma aan eiwitten binden à minder snel geëlimineerd à minder snel in
systeemcirculatie à minder snel intoxicatie
4. Lokale werking
a. Inwerking op zenuwmembraan
b. Inwerken op bloedvaten à vasodilatatie
i. Hierom VSC à om LA langer op plek te houden
5. Lokale eliminatie
a. Hoe groter vascularisatiegraad, hoe sneller het lokale anestheticum afgevoerd zal worden
b. In ontstoken weefsel: hypervascularisatie à LA minder goed werken, omdat veel sneller
afgevoerd zal worden.
6. Systeem eliminatie
a. Metaboliseren van LA in systeemcirculatie, hierbij middenstuk belangrijke rol
b. Esters door enzymen, Amides door lever
Per ongeluk intravasculair? à direct hoge piekconcentraties à veel meer kans op systeem toxiciteit,
nevenwerkingen en sneller afgebroken
Dus:
Þ pKa à snelheid werking lage pKa = minder snel
Þ vetoplosbaarheid hoe hoger, hoe beter diffusie
Þ proteïnebinding à werkingsduur
Þ vasodilatatorisch effect à anesthetische potentie en werkingsduur
VEZEL KARAKTERISTIEKEN:
Þ weinig myelinisatie à snel verdoofd (C-vezels)
Þ veel myelinisatie à minder snel verdoofd (A,alfa-vezels)
o daarom nog altijd druk voelen na LA
Þ n. lingualis verdoven à gevoel tong weg (motorisch niet)
Þ alle axonen zijn gebundeld in fasicles, meest distale/centrale zijn verst gelegen in het lichaam, bijv.
alveolaris inferior doet tanden eerst, en binnenin zit lip, die verdoofd dus wel maar later/moeilijker.
LOKALE ANESTHESIE MET VASOCONSTRICTOR:
, è adrenaline
want dit maken we ook zelf aan, meestal voegen we epinefrine (nAdr) en norepinefrine toe om effect zo nog
beter tegen te gaan.
Soms ook felpressine (werkt zwakker), à nooit bij zwangere vrouwen, want initieert contractie uteruswand.
Door VSC wel snellere vervaldatum (want oxideert), hierom sulfieten toegevoegd, maar is wel allergie-
gevoeliger.
VSC zijn erg toxisch in systeemcirculatie, daarom altijd aspireren.
Systemische effecten kunnen zijn
Þ stresshormoon à fight/flight
o BD omhoog
o Freq omhoog
o Zweten
VSC werken in via alfa- en beta-receptoren
Bij hoge concentratie à alfa receptoren à contractie
Bij mindere concentraties à beta receptoren à (extra) relaxatie = reboundeffect
Dit betekent dus bij hoge dosis; weinig bloeding en later veel, en weinig dosis gelijk veel
CONCENTRATIES VAN VSC:
Þ 1/100.000 = 10 µg/mL
Þ 1/200.000 = 5 µg/mL
LOKALE NADELEN:
Þ Verminderde doorbloeding (kan voor helingsproblemen zorgen)
LOKALE VOORDELEN:
Þ Verminderde doorbloeding
o Minder bloeding
o Langere werking
o Diepere werking
o Lagere dosis nodig
o Traag naar circulatie
ALGEMENE NADELEN :
overdosering en intravasculaire injecties
OVERWEGINGEN VSC: