G BIJZONDERE
CONTRACTEN
2025-2026
Prof : Nicolas Carette
0
,Examen
- Weetvraagjes, inzichtsvraag, casussen
- Weinig tijd
- Boek 7 : kunnen we enkel theorievragen over krijgen!! Geen toepassingsvragen. Ook
enkel wat we in het college erover zeggen kennen, niet in handboek!
- Casus op examen over contract 2020 : je mag dan bv terzijde laten dat boek 5 van
verbintenissenrecht dan eigenlijk nog niet bestond. Je mag boek 5 dan gewoon gebruiken
alsof dat toen wel al bestond
Deel 1 : inleiding
Hoofdstuk 1. Algemeen
- Situering vh bijzondere contractenrecht binnen het privaatrecht :
o Het privaat vermogensrecht handelt enerzijds over zakelijke rechten en anderzijds
persoonlijke rechten
Belangrijk voor persoonlijke rechten : verbintenissen. De regels mbt
verbintenissen die uit contracten voortvloeien, vormen het voorwerp vh
algemeen contractenrecht. De regels van algemeen contractenrecht zijn
geïncorporeerd in boek 5 vh BW.
De bijzondere regels die er zijn voor koopcontracten, ruilcontracten,
huurcontracten,… regelen de desbetreffende contracttypes niet
exhaustief, maar regelen enkel welbepaalde aspecten van die contracten
en bouwen dus verder op het algemeen contractenrecht. Ze bevinden zich
dus in een lex specialis houding tav het algemeen contractenrecht. Ook
het consumentenrecht mag men niet vergeten.
- Beoogde hervorming vh bijzondere contractenrecht : boek 7
o Op examen : enkel mogelijke theorievragen over boek 7, geen concrete casussen.
o Eerbiedigende werking : ook na de inwerktreding van boek 7 zullen de bepalingen
van het oud BW van toepassing blijven, bv voor contracten die voor de
inwerktreding van boek 7 gesloten werden.
1
,Hoofdstuk 2. Benoemde contracten, onbenoemde contracten en
kwalificatie van contracten
- Algemeen
o Contractspartijen zijn vrij zelf de inhoud van hun contract te bepalen (art. 5.3 en
5.14, tweede lid BW). Wel opletten voor regels van dwingend recht en OO!
o De lijst met contracttypes is open (↔︎zakelijke rechten) : partijen kunnen eender
welk contracttype afsluiten. Er geldt dus geen numerus clausus- beginsel voor
contracten.
o Het kwalificeren van een contract is het juridisch benoemen van een contract of
het onderbrengen van een contract in een juridische categorie. Het gebeurd obv
de wezenskenmerken (art. 5.68 en 5.69 BW)
Uitdrukkelijke kwalificatie : als de partijen bij een contract de bedoeling
hebben een benoemd contract te sluiten
Stilzwijgende kwalificatie : als partijen hun contract niet zelf benoemen en
er ontstaat discussie, dan zal de rechter het contract moeten kwalificeren
obv de gemeenschappelijke bedoeling vd partijen
Als rechter met kwalificatievraag wordt geconfronteerd, dan zal die eerst
kijken naar of partijen zelf hebben gekwalificeerd. Als partijen dat hebben
gedaan moet rechter die kwalificatie in principe respecteren, tenzij dat de
rechter kan vaststellen dat inhoud vh contract niet overeenkomt met de
inhoud vd kwalificatie. Bv er wordt gesproken over koop, maar die
kenmerken zijn totaal niet te erkennen
Soms is herkwalificering nodig, als er discussie ontstaat tussen de partijen
over hun kwalificatie. De rechter zal dan hun gemeenschappelijke
bedoeling nagaan en rekening houden met de inhoud vh contract en de
omstandigheden waarin het contract gesloten is
- Onderscheid benoemde en onbenoemde contracten (art. 5.71 BW)
o Onbenoemde contracten : hebben een eigen aard. Het is een contract dat niet
aan een specifieke wettelijke regeling is onderworpen. In de ruime zin verstaat
men onder onbenoemde contracten alle contracten die bijgevolg louter aan het
algemeen contractenrecht zijn onderworpen
o Benoemde contracten : is een contract dat wel aan een specifieke wettelijke
regeling is onderworpen. vinden we in de eerste plaats in het BW. Vb ervan is
koop, ruil, arbeidscontract, huwelijkscontract,… In ruime zin zijn het alle
2
, contracten die hetzij door het oud BW hetzij door een andere wet uitdrukkelijk
wettelijk zijn geregeld. Het algemene contractenrecht heeft dan nog een
residuaire werking
- Gemengde contracten
o = is een contract dat de typische kenmerken van 2 of meer benoemde contracten
veroont, maar dat toch een juridische eenheid vormt.
o Een mix van verschillende benoemde contracten. Bv. als een aannemer op jouw
stuk grond komt bouwen. Er wordt gebouwd. Er worden diensten / prestaties
geleverd, maar die levert u ook goederen nl. stenen, dakpannen etc., dus er zit
ook een koopelement in. Hoe ga je daarmee om?
o Er zijn 3 theorieën om te bepalen welke rechtsregels van toepassing zijn op
gemengde contracten
Cumulatietheorie : dit is het uitgangspunt. Daarbij moeten de regels van
alle benoemde contracten die in het gemengd contract vertegenwoordigd
zijn, naast elkaar worden toegepast, op de verschillende respectieve
onderdelen vh gemengd contract.
Absorptietheorie : het dominante zal als een spons het andere tot zich
trekken. Bv bouw op andermans grond. Wat is het belangrijkste, dat je
stenen krijgt, of dat er een huis wordt gebouwd? Het laatste uiteraard.
Obv absorptietheorie hebben we een eenvormige kwalificatie nl de
aanneming. Zelfs binnen de absorptietheorie moeten we soms beperkt
nog cumuleren
Sui generis-theorie : deze theorie beschouwt het gemengd contract als
een volwaardig onbenoemd contract, waarop de regels vd benoemde
contracten in principe niet worden toegepast en waarvoor bijgevolg enkel
het regime vd onbenoemde contracten geldt.
- Overzicht
o We hebben 3 koningen (koop, huur en aanneming) en 5 kroonprinsen
- Bescherming zwakke contractspartij
o Uitgangspunt is wilsautonomie, contractvrijheid. Dit komt van onze goede vriend
Napoleon, die als maatschappijvisie had dat als mensen vrij en gelijk zijn, die hun
plan moeten trekken
o Feitelijk gezien zijn mensen niet allemaal gelijk. Als partijen een contract sluiten,
handelen die niet altijd op voet van gelijkheid
3